Home/actueel/PThU nieuws/Marianne Thieme en Karl Barth: waarde en ongemak van een ontmoeting van politiek en theologie
5 april 2019

Marianne Thieme en Karl Barth: waarde en ongemak van een ontmoeting van politiek en theologie

'Barth en de politiek' was het thema van de tweede publieksdag in dit Barth-jaar. Daarom hadden de organisatoren op 3 april de politicia Marianne Thieme (Partij van de Dieren) uitgenodigd. De aanleiding: Barth's rede in Tambach plaatste het toenmalige 'tijdperk van revoluties' in het perspectief van de 'revolutie van God'. Ook Thieme en haar partij staat niets minder voor ogen dan een (zachte) ‘ecologische revolutie’, hoognodig in deze tijd van uiterst bedreigde biodiversiteit en klimaatcrisis. Gemakkelijk is een dergelijk gesprek tussen politiek en theologie niet, maar juist het zich blootstellen aan dat ongemak maakt de waarde uit van een symposium als dit.  

De hoop hoog houden

Thieme zette in met een citaat uit de ethiek van Barths scheppingsleer, in 1956 door de dierenbescherming in Nederlandse vertaling uitgegeven. Daarin stelt hij dat het doden van een dier wel heel dicht in de buurt komt van het doden van een mens, waartegen het zesde van de tien geboden zich richt. Toch benadrukte Thieme dat de Partij voor de Dieren mensen samenbrengt uit de meest uiteenlopende levensbeschouwingen en religies. Het gaat om een seculiere partij, die verenigt op een aantal waarden. Daarom kan zij wel uitspreken hoe zij zich verheugt, wanneer bij Barth de revolutionaire stem van de naamgever van het christelijk geloof meer doorklinkt dan bij sommige christelijke partijen, maar articuleert zij als partijleider geen kerkelijke of theologische voorkeuren.

Thieme plaatste haar partij in de lijn van een reeks emancipatiebewegingen uit de afgelopen eeuwen. Deze staat voor een politiek niet uit realiteitszin, maar uit mogelijkheidszin, niet instrumenteel maar expressief, niet gericht op machtsvorming maar op het verwerven van invloed. Tegenover tevredenen, conformisten en cynici houdt zulk een politiek de hoop hoog, aldus Thieme.

Revolutionair jargon

Onder de andere sprekers was ook cultuurhistoricus en columnist René Cuperus (Clingendael). Die waardeerde de moed van Thieme om zich als politica in een dergelijk forum te begeven. Hij voorzegde dat binnen enkele decennia alom het gelijk van haar stroming in de ontoelaatbaarheid van het massaal en industrieel doden van dieren zou worden erkend. Tegelijk vreesde hij, dat een revolutionair jargon al snel eenzelfde, voor de democratie bedreigende, onverbiddelijkheid kan vertonen als de populistische retoriek die de tegenpool ervan vormt. Trekt het niet ongewild toch gewelddadige strevingen naar zich toe en miskent het niet het maatschappelijk belang van een middelpuntzoekend streven naar consensus?

Vraagt duurzaamheid niet om radicaliteit?

Marianne Vonk, milieukundige en antropoloog, betuigde haar instemming met de inzet van Thieme voor duurzaamheid en het door haar onderstreepte belang van de hoop. Zij uitte wel twijfels over het pragmatisch elkaar-vinden op bepaalde waarden. Vraagt niet juist de waarde van duurzaamheid om radicaliteit, dat is diepe verworteling, zoals zijzelf zeer recent in de Groenlezing voor de ChristenUnie heeft betoogd? En wordt verworteling niet gezocht in langdurige geloofspraktijken, zoals die rond stabilitas loci (Benedictijnen), vrijwillige armoede (Franciscanen) of eenvoudige levensstijl (Dopersen)?

Bewogen zijn

Theo de Wit (Universiteit van Tilburg), zelf een boerenzoon, stelde enkele politiek-filosofische en politiek-theologische vragen. Hij waarschuwde voor een apocalyptisch vertoog, dat uit kan lopen op zuivering. Ook vond hij de opvatting die Thieme uiteenzette van politiek en haar schets van dragende waarden (vrijheid, verantwoordelijkheid, mededogen en duurzaamheid), eclectisch. Zo vond hij onduidelijk of de notie van vrijheid al dan niet liberaal wordt opgevat. Te overwegen valt hier de visie van Karl Barth, voor wie vrijheid geen principe en bezit is, maar zowel gegrond als begrensd door een bewogen-zijn en een opdracht.

Sprekers en zaal gingen nog geruime tijd met elkaar in gesprek.