Home/actueel/PThU nieuws/Onderzoek naar bevindelijke preken in de Gereformeerde Gemeenten
18 mei 2019

Onderzoek naar bevindelijke preken in de Gereformeerde Gemeenten

Donderdag 23 mei 2019 promoveert Arie van der Knijff aan de PThU in Groningen op een onderzoek naar preken in de Gereformeerde Gemeenten. De titel is Bevindelijk preken. Een empirisch-homiletisch onderzoek naar bevinding in de prediking binnen de Gereformeerde Gemeenten. In zijn onderzoek laat Van der Knijff zien hoe predikanten binnen dit kerkgenootschap preken, welke rol bevinding speelt en hoe de predikanten bevinding verbinden aan Bijbelteksten. Hieronder vertelt hij over zijn onderzoek.

Wat betekent bevinding en waarom is dit een belangrijk thema in de door jou geanalyseerde preken?

Bevinding is een typische term binnen de cultuur van de Gereformeerde Gemeenten. Het is een aanduiding voor een vorm van spiritualiteit of geloofsbeleving. Bevinding is de diepe persoonlijke ervaring dat wat God zegt en doet waar is in je eigen leven. Deze ervaring moet je ‘ondervinden’. Dat doe je als het besef dat je tegenover God een schuldig mens bent, heel existentieel in je doordringt. Naast dat besef moet je ook ervaren dat er vergeving is in Jezus. Het is een één-op-één-ervaring met hele diepe verwondering.

Deze ervaring is zo belangrijk in het geloofsleven dat er een soort model is ontstaan met vormen en voorwaarden van zo’n ervaring. Dit model wordt de geloofsweg genoemd.
In de preek roept de predikant de hoorders voortdurend op tot zelfonderzoek: hij roept de gelovigen in de gemeente op bij zichzelf na te gaan of hun geloof wel gestoeld is op de juiste ervaringen. Voor predikanten uit de Gereformeerde Gemeenten is deze oproep tot zelfonderzoek de spil van de bevindelijke prediking.

Die geloofservaring, die komt toch niet in iedere Bijbeltekst naar voren? Hoe kun je die dan aan een tekst verbinden?

Ik leg dit altijd uit aan de hand van het volgende voorbeeld. Stel, je hebt een Bijbel met rode en zwarte tekst. Als je een rode bril opzet, vallen de rode teksten weg en blijven alleen de zwarte teksten over. Zo gaat het ook bij de predikanten. De predikant leest de tekst vanuit zijn eigen geloofsbeleving en zoekt vervolgens in de tekst naar elementen van bevinding. Als er geen elementen van bevinding in de tekst zitten, dan komen die door de bril toch vanzelf naar voren. Maar ook door gebruik te maken van spiegelen, metaforen, typologie en duiding van namen kun je bevinding teruglezen in de tekst. Ik noem het in mijn onderzoek ‘teruglezende identificatie’. Een voorbeeld: een predikant preekt over Job 39:3. Daar staat ‘Wie bereidt de raaf haar kost als haar jongen tot God schreeuwen, als zij dwalen omdat er geen eten is?’ Raven zijn zwarte dieren, dat staat voor het ravenzwarte volk, het kerkvolk dat zondig is. Schreeuwen staat voor het uitschreeuwen van de zondaar om verlossing. Vanuit  het woord ‘kost’ wordt in de uitleg dan een verbinding gelegd met het lijden en sterven van Jezus.

Op zich is het niet erg dat je de Bijbel door een bril leest. Sterker nog, we lezen allemaal met een bril op en we willen ons allemaal identificeren met dingen uit de Bijbel. Maar je moet je er wel van bewust zijn. Door de bril die je draagt kan de tekst eigenlijk geen andere dingen meer zeggen, krijgt God eigenlijk geen ruimte om zelf door de tekst heen te spreken. Die bril moet dus af en toe worden schoongemaakt, ontdaan van het bevindelijke stof.

Het is niet gebruikelijk binnen de Gereformeerde Gemeenten dat preken zo grondig worden geanalyseerd. Waarom ben je aan dit onderzoek begonnen? En hoe ben je te werk gegaan, heb jij tijdens de preek met je aantekeningenboek op schoot gezeten? 

Ik ben allereerst gestart vanuit persoonlijke interesse: ik wil begrijpen wat bevinding in de preek is en hoe het werkt. Een tweede motief is mijn kerkelijke omgeving. Ik hoor mensen om mij heen praten over wat bevinding precies is en ik zie mensen tobben over/met hun eigen (gebrek aan) bevinding.

Mijn onderzoek heb ik achter mijn bureau uitgevoerd. Ik heb bewust gebruikgemaakt van gepubliceerde preken, dus preken die zijn uitgegeven en voor iedereen beschikbaar zijn. Ik ben begonnen met de serie Uit de schat des Woords, dat is een prekenserie die door de kerk zelf wordt uitgegeven. Door een tekort aan predikanten binnen de Gereformeerde Gemeenten worden tijdens kerkdiensten vaak gedrukte preken gelezen. Gedrukte preken zijn dus eigenlijk de norm.

Wat zijn de belangrijkste conclusies van je onderzoek?

De bevinding zoals de dominees die in de preken naar voren brengen, bestaat uit een model met een eigen taalveld. Dat model bestaat uit een aantal vaste chronologische momenten die de geloofsweg bepalen. Zo wordt altijd gesproken van de grote noodzaak van schuldbeleving en het overtuigd zijn van je zonden. Het model dat predikanten bewust of onbewust gebruiken is sterk juridisch van karakter en er worden ook woorden gebruikt die zijn ontleent aan het juridische taalveld.

Ik constateer ook dat er in de geloofsbeleving eigenlijk  heel beperkt aandacht is voor het werk van de Heilige Geest. Juist omdat bevinding, beleving zo belangrijk is, zou je een focus op de Geest verwachten, maar die is er niet.  In de theologie binnen de Gereformeerde Gemeente is de Geest weliswaar de eerste die in je leven werkt, maar de laatste die je leert kennen. Eerst leer je God als rechter kennen, dan Jezus als je middelaar en pas daarna de Geest. En deze stap is maar voor weinigen weggelegd.

Een goed bevindelijke preek zou, volgens mij, juist ruimte moeten creëren voor het werk van de Geest. Maar omdat de preek gevangen is in het model is er geen ruimte voor het werk van de Geest. De Geest laat zich immers niet vangen in een model.

Hoe verwacht je dat predikanten en kerkleden zullen reageren op de conclusies uit jouw onderzoek?

Enkele kerkenraadsleden uit mijn eigen gemeente hebben het proefschrift al gelezen. Zij gaven aan dat de analyse klopt. ‘Zo is het inderdaad, zo wordt er gepreekt.’ Ik hoop dat de predikanten ook zullen zeggen dat het boek een bevestiging is van de wijze waarop ze preken. Ik verwacht wel dat niet alle predikanten het prettig zullen vinden dat er een preek van hen is geanalyseerd.

Wat heeft jou zelf het meest geraakt tijdens je onderzoek?

Ik ben diep geraakt door die preken waarin predikanten  wel modelmatig de bevinding aan de orde stelden, maar dan toch opeens in  verwondering uitbarstten. Dan komt er opeens, geheel onverwacht, echt iets uit het hart. Dit gebeurt mijns inziens te weinig. Ik mis de preken met de jubelende verwondering, de doxologie. Dat kan toch niet? Je kunt toch niet wél roepen vanuit de diepten, maar vervolgens niet jubelen om wat God gedaan heeft? Als je Gods genade ervaart, kun je niet anders dan Hem prijzen. Ik mis in deze bevinding te vaak de vreugdevolle verwondering die zich uit in de lofzang op God.