Is euthanasie een normale dood geworden?

Een arts vragen om je leven te beëindigen. Dat deden bijna 6.500 mensen in 2019. Het aantal mensen dat vraagt om euthanasie neemt steeds meer toe. Maar niet overal in gelijke mate, ontdekte PThU-theoloog en ethicus Theo Boer. Hij onderzocht de euthanasiepraktijk in Nederlandse gemeenten.

De ‘goede dood’

Hulp bij sterven is er altijd geweest, vooral als laatste redmiddel bij ondraaglijk lijden. Toch zijn er maar een paar landen waar er wetgeving bestaat voor euthanasie, of de ‘goede dood’ (eu = goed, thanatos = dood). In Nederland is die er sinds 2002: de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl). Volgens deze ‘euthanasiewet’ is euthanasie strafbaar, behalve als een arts voldoet aan bepaalde zorgvuldigheidseisen. Echt legaal is euthanasie dus niet: het zit nog steeds in het strafrecht. Maar er is meer transparantie en daardoor minder misbruik.

Zichzelf versterkend effect

Sinds de euthanasiewet bestaat, is het aantal euthanasie-aanvragen geleidelijk aan gestegen. “Er vindt nu ruim drie keer vaker euthanasie plaats dan begin deze eeuw,” zegt Theo Boer. “Terwijl de sterftecijfers vrijwel gelijk zijn bleven en de levenseindezorg sterk is verbeterd.” In zijn onderzoek ziet hij grote regionale verschillen. Zo zijn er gemeenten waar euthanasie 25 keer zoveel voorkomt als in andere gemeenten. “Een van onze hypothesen die we nog gaan toetsen, is dat het hogere percentage in bepaalde regio’s te maken heeft met een zichzelf versterkend effect. Het feit dat veel mensen erom vragen en dat veel dokters het doen, betekent dat nog meer mensen erom vragen waardoor nog meer dokters het gaan doen. En waar het weinig gebeurt, blijft zo’n dynamiek uit.”

Geen spuitje bij dementie

“Je hebt ten minste twee narratieven achter euthanasie,” zegt Boer. “De ene is euthanasie als middel om een vreselijke dood, gepaard gaande met vreselijk lijden, voor te zijn. De ander is euthanasie als middel om een vreselijk leven voor te zijn: chronisch zieke patiënten, psychiatrisch zieken, dementerenden. Ik denk niet dat artsen euthanasie hier ooit actief aanbieden. Geriaters zeggen niet tegen een dementerend iemand: ‘U hebt nog zeven ellendige jaren te leven, denkt u wel eens aan euthanasie?’ Als er al sprake is van een aanbod, komt dat vooral uit het eerste narratief. Huisartsen zeggen tegen iemand die nog maar kort te leven heeft: ‘Hoe ziet u uw levenseinde voor zich, ik kan eventueel euthanasie geven’.”

Lijden voorkomen

Zo’n aanbod is overigens niet altijd zo letterlijk, vertelt Boer. “Ik zag eens een verwijsbrief van een oncoloog aan een huisarts. ‘Ik heb mevrouw bij het afscheid verteld dat haar leven vanaf nu alleen maar pijn, pijn, pijn zal zijn’. Dat is ook een soort ‘aanbod’: soms worden mensen opgezadeld met een schrikbeeld of soms doet een arts te weinig om zo’n schrikbeeld te corrigeren. In de jaren tachtig was euthanasie soms de enige oplossing om te voorkomen dat iemand stikkend of smekend aan zijn einde zou komen. Tegenwoordig is euthanasie om die redenen veel minder vaak nodig, terwijl het nu juist veel vaker gebeurt.”

Euthanasie uit onvermogen?

Boer speculeert dat het aanbieden van euthanasie te maken heeft met het onvermogen om aan de dood een ‘natuurlijke kwaliteit’ te geven. “Mijn collega Stef Groenewoud en ik vonden stadswijken waar euthanasie, gemiddeld over vijf jaar genomen, bij meer dan 20% van de sterfgevallen de directe doodsoorzaak is. Artsen zijn in de laatste weken intensief betrokken bij een patiënt en hebben allerlei middelen tot hun beschikking: zuurstof, middelen tegen pijn, onrust, misselijkheid en benauwdheid, doorligbedden. Maar dat kan een lang en intensief traject zijn. Ik sluit niet uit dat sommige dokters dat, ook gezien hun werkdruk, een te lang traject vinden en blij zijn als ze met hun patiënt een stip op de horizon kunnen zetten: nog twee weken en niet langer.”

 ‘Dokters en patiënten lijden beiden onder euthanasie’

Vraag en aanbod van euthanasie is een samenspel tussen dokters en patiënten. “Sommige dokters doen het makkelijker en sommige patiënten denken dat ze er recht op hebben. Die gaan het beschouwen als een state-of-the-art manier van sterven. En in zekere zin lijden beide partijen daaronder,” zegt Boer. “Patiënten krijgen het aangeboden en denken ‘als de dokter erover begint, zal het alternatief wel een vreselijke lijdensweg zijn’. Het zou me niet verbazen als de opmerking van de oncoloog die ik noemde, bijdroeg aan de euthanasiewens van de patiënt. Aan de andere kant raken dokters gefrustreerd als patiënten denken dat euthanasie normaal is. De meeste dokters hebben er echt moeite mee. 19% zegt zelfs nooit euthanasie te zullen verrichten, een sterk gestegen percentage.”

‘Euthanasie moet niet de regel worden’

Hij is niet tégen euthanasie. “Er bestaat tragiek waarbij euthanasie een zegen kan zijn. Maar doden moet een uitzondering blijven. Ik ben het regelmatig tegengekomen: ‘dit doe je een huisdier nog niet aan!’ Maar het doden van mensen mag nooit een regel worden. Dat zou je christelijk-ethisch kunnen noemen, maar ik vind het een logische grondregel van elke maatschappij. ‘Samenleving’ zegt het al: de nadruk ligt op het leven. In dat plaatje vind ik dat het doodmaken van mensen een echte uitzondering moet zijn. Dat heeft te maken met de unieke, intrinsieke waarde van elk mensenleven, ook als iemand zelf aan die waarde twijfelt. Vandaar dat ik pleit voor een ‘nee, tenzij’, niet ‘ja, mits’. Dat is ook de houding van de euthanasiewet zelf.”

Op de grens van het hiernamaals

Waarom houdt Boer zich als theoloog eigenlijk bezig met euthanasie? “Traditioneel is de ethiek altijd een onderdeel geweest van de theologie. Tot het eind van de twintigste eeuw was de helft van de ethici in Nederland ook theoloog. De theologie vraagt zich af: wat is het goede, hoe kan ik het beste reageren op moeilijke situaties; waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe? En bij euthanasie… als je een leven beëindigt, dan doe je een handeling die zich bevindt op de grens van het hiernamaals. Er zijn weinig praktijken met zoveel raakvlakken tussen ethiek en religie.”

Theo Boer is universitair docent ethiek en medische ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, locatie Groningen. Zijn rapport 'Euthanasia in the Netherlands: a claims data cross-sectional study of geographical variation' verscheen op 14 januari 2021.

  • Theo Boer
    Universitair docent

Cookies

We vinden het belangrijk om je daar goed over te informeren. Cookies helpen ons je ervaring op onze website te verbeteren. Functionele cookies dragen bij aan een soepel draaiende website. Analytische cookies bieden ons inzicht in hoe gebruikers de website gebruiken. Met marketing-cookies kunnen we je op basis van je websitebezoek gepersonaliseerde inhoud bieden.