Niet zo'n leuke God

3 september 2020

God is een fijne, betrouwbare God. Wat je ook overkomt, je kunt altijd op hem terugvallen. Zo wordt er over God gesproken. Maar als je in de problemen komt, kun je het moeilijk volhouden. Gek genoeg is God ook volgens de Bijbel nogal onvoorspelbaar. Soms vliegt Hij echt uit de bocht.

Universitair docent Oude Testament

Lezen wat er staat

De bekende Amerikaanse oudtestamenticus Walter Brueggemann zegt in zijn boek Theology of the Old Testament (1997) dat we veel beter moeten lezen wat er staat. Je komt opvallende uitspraken tegen, zoals: 

“Als de Heer ons werkelijk bijstaat, waarom overkomt dit ons dan allemaal?” (Rechters 6:13)

En: 

“Wordt wakker, Heer! Waarom slaapt u?” (Psalm 44:24)

Brueggemann vindt dat we zulke beweringen niet met een korreltje zout moeten nemen.

Als er staat dat God slaapt, moeten we niet onmiddellijk tegenwerpen dat dat niet zo is. Juist gelovigen lezen de Bijbel met bepaalde vooronderstellingen. Ze hebben al een beeld van God en van de inhoud van het geloof. Daarom vinden ze bepaalde uitspraken ongepast. En daarom staan ze te weinig open voor wat de tekst zelf zegt.

God is boos 

Elk jaar geef ik mijn bachelorstudenten de opdracht om een passage in het Oude Testament te bestuderen met de methode van Brueggemann. Dit jaar was een kort gedeelte uit Exodus 32 aan de beurt. 

De Israëlieten zijn weggevlucht uit Egypte, onder leiding van Mozes. Als ze bij de berg Sinaï komen, proclameert God daar de Tien Geboden. Eén daarvan houdt in dat ze God niet mogen vereren in de vorm van een beeld. Als Mozes bij God op de berg is, gaat het mis. De Israëlieten missen hun leider en maken onderaan de berg toch een godenbeeld, in de vorm van een stierkalf. God is ernstig teleurgesteld. Hij had het nog maar net geproclameerd: Geen godenbeelden maken, geen enkele afbeelding, niet voor zulke beelden knielen. En nu gebeurt het toch.  

God heeft er nota bene voor gezorgd dat het volk kon wegvluchten uit Egypte. En nu krijgt Hij dit: stank voor dank. Het lijkt wel overspel in de huwelijksnacht. God is zo kwaad, dat Hij een volledig nieuwe start wil maken. Weg met dat hardnekkige volk. Mozes is de enige in wie hij nog vertrouwen heeft: 

“Uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen.” (32:10)

Maar met dat volk daar onderaan de berg moet het definitief afgelopen zijn.

God schiet door

God staat in zijn recht. Of toch niet? Als je goed leest, zie je opvallende details. God lijkt bepaalde zaken bewust te verdraaien. Eerder had Hij steeds een hechte band met het volk. Daarom leidde Hij het uit Egypte. Daarom verloste Hij het ook van de slavernij. Maar nu praat God ineens heel anders dan vroeger. Hij heeft het tegen Mozes over “jouw volk dat jij uit Egypte hebt geleid" (32:7). Kennelijk kan God het niet meer opbrengen om Israël “mijn volk” te noemen. En Hij wil vergeten dat Hij het was die zijn volk verloste.  

Fout van God

Wie goed leest wat God zegt ziet dat God uit de bocht vliegt. Zijn woede is begrijpelijk, maar toch... Ook Mozes ziet het en hij protesteert. Hij komt op voor het volk. Dat het volk het verprutst heeft, ontkent hij niet. Gods woede is zonder meer terecht. En toch heeft hij iets belangrijks tegen God in te brengen. God was degene die het volk uit Egypte leidde (32:11). Gods boodschap was steeds: Israël is mijn volk, wat er ook gebeurt. Hoe kan het dan dat Hij nu ineens zo terugkrabbelt?

Argumenten

Mozes houdt voet bij stuk. Hij sprokkelt zo veel mogelijk argumenten bij elkaar om God te overtuigen. Dat is kennelijk nodig, want God lijkt vastbesloten om het volk uit de weg te ruimen. Mozes wijst God op zijn reputatie. 

“Wilt u dat de Egyptenaren zeggen: 'Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen?’” (32:12)

Het zal inderdaad maar van je gezegd worden. Eerst heeft Hij de Israëlieten bevrijd, en een tijdje later vernietigt Hij ze allemaal. Wat is dat voor een God?

Mozes is nog niet klaar: 

“Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie u onder ede deze belofte hebt gedaan: `Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan ik gesproken heb zal ik hun voor altijd in bezit geven.’” (32:13)

Dat God nu die nakomelingen wil vernietigen, staat toch haaks op die oude belofte?

Alleen dankzij Mozes

Wat is dat voor een God daar bovenop de berg? Het is in elk geval de levende God, geen nepgod zoals dat gouden kalf daar beneden. Maar het is geen fijne God, geen aangename God. Het is een God die zich laat meeslepen door zijn ongenoegen. Geen God van liefde en genade, maar een nogal impulsieve God.

Het verhaal is er duidelijk over. Als Mozes er niet geweest was, had God het hele volk vernietigd. Dan was Hij alleen met Mozes doorgegaan. Een psalm zegt het ook heel duidelijk: 

“Hij besloot hen uit te roeien, maar Mozes, de man die Hij gekozen had, verdedigde hen, ging voor hem staan en wendde zijn dodelijke woede af.” (Psalm 106:23)

Het volk Israël heeft zijn voortbestaan dus te danken aan Mozes! Het klinkt vreemd, maar zo staat het er echt.

Menselijke God

Volgens de Bijbel heeft God iets menselijks. Dat is soms fijn, maar die menselijke trekken zijn soms ook minder prettig. God heeft iets ongrijpbaars, iets ingewikkelds. Hij moet soms tot de orde geroepen worden, zoals Mozes dat deed. God tot de orde roepen? Gaat dat niet ver? Volgens het verhaal is God er gevoelig voor. Het zet hem aan het denken. En uiteindelijk gaat Hij zelfs overstag.

Met dank aan de studenten van de cursus Bijbelse theologie (bachelor PThU/VU Amsterdam).

Cookies

We vinden het belangrijk om je daar goed over te informeren. Cookies helpen ons je ervaring op onze website te verbeteren. Functionele cookies dragen bij aan een soepel draaiende website. Analytische cookies bieden ons inzicht in hoe gebruikers de website gebruiken. Met marketing-cookies kunnen we je op basis van je websitebezoek gepersonaliseerde inhoud bieden.