Een parabel voor Pesach

9 april 2020

Joden over de hele wereld vieren van 8 april ‘s avonds tot 16 april ’s avonds Pesach, het Joodse paasfeest. In deze acht dagen herdenken zij hoe God Israël uitgeleid heeft uit Egypte. Tijdens de opeenvolgende dagen van Pesachfeest lezen ze passages uit de boeken Exodus (Sjemot) en Hooglied (Sjir Hasjiriem). Student Erik Krooneman en docent Lieve Teugels presenteren een rabbijnse parabel die aansluit bij de boodschap van bevrijding die uitgaat van dit feest. Deze parabel slaat een brug tussen Exodus en Hooglied.

Erik Krooneman
Student

Uitleiding uit Egypte

Waarmee kunnen de Israëlieten vergeleken worden op dat moment? Met een duif die vlucht voor een havik, en een rotskloof binnengaat waar een slang sist. Gaat zij naar binnen, zie daar is de slang. Gaat zij naar buiten, zie daar is de havik. [En zij schreeuwde en klapperde met haar vleugels, zodat de eigenaar van de duiventil haar zou horen en zou komen.]

Zo was het ook met de Israëlieten op dat moment. De zee versperde de weg, de vijand achtervolgde hen. Terstond vestigden zij hun ogen op het gebed. Over hen is in de Geschriften duidelijk gesproken: Mijn duif in de rotskloof (Hooglied 2:14). En er is gezegd: want je stem is zo lieflijk, je gezicht zo bekoorlijk (id.). Want je stem is zo lieflijk - in gebed. Je gezicht zo bekoorlijk - in de studie van de Tora. Een  andere uitleg: Want je stem is zo lieflijk - in gebed. Je gezicht zo bekoorlijk - in Lees deze passageliefdadigheid (uit Mechilta de rabbi Israel en Mechilta Shimon bar Yochai, Beshallach). 

Je ziet het voor je ogen gebeuren: een duif scheert door de lucht. In grote angst zoekt ze een veilig heenkomen. Een havik vliegt in volle snelheid achter haar aan. Klaar om haar te grijpen met zijn scherpe klauwen. De duif zoekt en zoekt in het rotsachtige landschap onder en naast haar om zich ergens te kunnen verschuilen. Eindelijk! Daar is een spleet zichtbaar in de rotsen! Nog net op tijd wurmt ze zich door de spleet in de rots. Gelukkig, dat liep net goed af. 

Foto: Rob Nelisse

Nee, toch niet! Want terwijl ze tot bedaren komt, ziet ze ineens in het schemer van de rotsspleet iets opgerold liggen, terwijl het sissende en dreigende geluid haar tegemoet komt. Ze is niet veilig. Er ligt een slang die klaar is om haar te grijpen. Wat moet ze nu? Wanhopig begint ze te klapperen met haar vleugels en te roepen. De eigenaar van de duiventil hoort haar en kan haar nog ternauwernood uit haar benarde situatie redden.

Dat laatste staat in de tekst tussen haken, want niet alle versies van de parabel bevatten deze extra informatie.

Het volk Israël als duif

Deze rabbijnse parabel beschrijft beeldend hoe het volk Israël zich gevoeld moet hebben. In Exodus 14 wordt ons verteld hoe zij vanuit Egypte onderweg zijn naar het land Kanaän. Ze lijken bevrijd te zijn. Maar dan staan ze plots voor de Schelfzee, en de farao heeft zich bedacht. Hij kon die slaven in Egypte eigenlijk wel goed gebruiken. Hij heeft een groot leger opgetrommeld en komt naderbij. Met de zee voor en het leger van Farao achter zit het volk Israël zit als ratten in de val. De mensen wordt doodsbang en ze roepen de Heer luidkeels om hulp (Ex 14:10). Ze beklagen zich bij Mozes (v. 11-12). En Moses verzekert hen van de tussenkomst van God (v. 13).

De parabel brengt beide situaties met elkaar in verband: de duif en de Israëlieten in nood. Het beeld van de duif in de rotskloof is niet toevallig. We kennen het uit het Hooglied:  

Mijn duif in de rotskloof,
verscholen in de bergwand,
laat mij je gezicht zien,
laat mij luisteren naar je stem, 
want je stem is zo lieflijk,
je gezicht zo bekoorlijk. (Hooglied 2:14)

De 'lieflijke stem' van de duif in de rotskloof wordt uitgelegd als 'gebed'. In de versie van de parabel waar de duif klappert en 'roept' om haar eigenaar is de overeenkomst nog explicieter dan in de versie waar dit ontbreekt. Maar ook daar staat, in de toepassing:  “Terstond vestigden zij hun ogen op het gebed.” En dat wordt weer in verband gebracht met de woorden van het Hooglied: “laat mij luisteren naar je stem, want je stem is zo lieflijk”. God wil graag hun stem horen en dat kan het volk Israël doen door tot Hem te bidden.

Een actuele betekenis

Maar er worden ook twee andere mitsvot - Joodse religieuze verdiensten -  genoemd in de uitleg van het vers uit het Hooglied. Waar de stem consequent wordt uitgelegd als 'gebed', zien de rabbijnen in het 'bekoorlijke gezicht' een verwijzing naar Tora en goede daden. Tora, gebed (of eredienst) en goede daden (of liefdadigheid) worden beschouwd als de pijlers van het Joodse geloof.

De parabel actualiseert hiermee het verhaal van de uittocht. Het brengt het in het leven van de Joden in de eerste eeuwen van onze jaartelling. En vandaag is het nog steeds actueel. Vandaag nog vieren de Joden het Pesachfeest ter herinnering van de bevrijding en als viering van de vrijheid. Een vrijheid die ook van ons iets in retour vraagt: een leven volgens deze drie peilers van Tora, gebed en goede daden.

De drie peilers herkennen we vandaag in de verschillende, alle drie broodnodige reacties op de epidemie waar de wereld mee te kampen heeft, niet alleen bij Joden. Velen laten zich leiden door waarden die ook centraal staan in de Tora: levens redden, en het eren van ouderen, om er maar een paar te noemen. Door goede werken:de inzet van alle mensen in de zorg en zovele andere, voor zieke en gezonde mensen. En tenslotte door gebed: als noodkreet, als klacht, en als steun. Moses antwoordde de biddende en klagende Israëlieten met grote stelligheid:

Maar Mozes antwoordde het volk: ‘Wees niet bang, wacht rustig af. Dan zult u zien hoe de HEER vandaag voor u de overwinning behaalt. De Egyptenaren die u daar nu ziet, zult u hierna nooit meer terugzien. (Exodus 14:13).

Zo ligt er ook voor ons nog een prachtige boodschap in die velen al door de praktijk van het leven ervaren hebben: nood leert bidden. Zoals een oud gezang het mooi verwoordt: 

Als g' in nood gezeten,
geen uitkomst ziet,
wil dan nooit vergeten,
God verlaat u niet.

In de keuzecursus Rabbinica heeft PThU-docent Lieve Teugels met 11 masterstudenten rabbijnse parabels gelezen. Deze parabels zijn te vinden in twee rabbijnse bijbelcommentaren of Midrasjiem op het boek Exodus. Het gaat om de zuster-werken Mechilta de rabbi Isjmael en Mechilta de rabbi Sjimon bar Jochai, die vermoedelijk in de derde eeuw van onze jaartelling tot stand gekomen zijn. Deel van de eindopdracht van de cursus was het schrijven van een blog. Een selectie van deze blogs verschijnt op deze site.

Cookies

We vinden het belangrijk om je daar goed over te informeren. Cookies helpen ons je ervaring op onze website te verbeteren. Functionele cookies dragen bij aan een soepel draaiende website. Analytische cookies bieden ons inzicht in hoe gebruikers de website gebruiken. Met marketing-cookies kunnen we je op basis van je websitebezoek gepersonaliseerde inhoud bieden.