Home/Bijbelblog/Paard en ruiter wierp Hij in zee
Verder lezen:

Zie voor een kritische editie en commentaar op de parabels in deze werken:

Lieve M. Teugels, The Meshalim in the Mekhiltot. An Annotated Edition and Translation of the Parables in Mekhilta de Rabbi Ishmael and Mekhilta de Rabbi Shimon Bar Yochai (Tübingen: Mohr Siebeck, 2019).

Bijbelblog
Esger Renkema
7 mei 2020

Paard en ruiter wierp Hij in zee

Het Joodse gebruik van parabels heeft vaak geleid tot creatieve interpretaties van bekende Bijbelteksten. Deze methode verschilt echter drastisch van de manier waarop de Bijbelwetenschap tegenwoordig verhalen uitlegt. In deze vierde studentenblog illustreert student Esger Renkema hoe een in de oudheid bekende parabel het lied van Mozes in Exodus 15 een nieuwe betekenis kan geven.

Lied van Mozes

Als Mozes met zijn volk de Schelfzee is overgestoken, heft hij een lied aan:

‘’Ik wil voor de HERE zingen want hij is hoog verheven, paard en zijn ruiter wierp hij (op) in de zee…’’ (Exodus 15:1)

Het lied gaat nog even door, maar laat ons hier stilstaan bij dat paard en zijn ruiter. Waarom staat er eigenlijk ‘paard en zijn ruiter’ en niet ‘ruiter en zijn paard’? Waarom staat hier ‘(op)werpen’ (רמה) en worden de strijdwagens even verderop ‘(neer)geworpen’ (ירה) in zee? Waarom moest het paard in zee verdrinken? Was alleen de ruiter niet genoeg geweest?

Midrasj

Misschien vind je het wat kort door de bocht om je op één woord te storten en wil je eerst het hele lied lezen. Misschien lijken je dit vreemde vragen om te stellen bij een gedicht. Dat zijn het op het eerste gezicht ook, maar dat komt omdat het vragen zijn van lang geleden. Het zijn typische vragen die in de midrasj worden gesteld, de joodse Schriftcommentaar van de late oudheid en vroege middeleeuwen.

Bovenstaande vragen komen uit de Mechilta, een verzameling joodse commentaren (midrasjiem) op het boek Exodus. De rabbijnen die hier aan het woord zijn hebben weinig oog voor poëzie. Ze zijn vooral geïnteresseerd in feiten en daarom lezen ze de Tenach (Hebreeuwse Bijbel) in de eerste plaats als bron van kennis. (Daar waren ze trouwens niet de enigen in: christenen gingen in die tijd met de Bijbel net zo te werk.)

Deze manier van uitleggen volgt de volgende principes:

  1. De Tenach is een volstrekt betrouwbare bron van kennis.
  2. Alles wat in de Tenach staat, staat er met een reden.
  3. Elke Tenach-tekst kan worden betrokken op alle andere teksten in de Tenach.

Als dit je methode is, dan wordt het zinvol je bij ieder woord of zelfs bij iedere letter af te vragen: Waarom op deze manier? Waarom niet anders? Alles wat vreemd is krijgt betekenis en zelfs een regelrechte tegenspraak in de tekst is met deze methode geen probleem meer, maar is een potentiële bron van nieuwe informatie.

Neem bijvoorbeeld de twee werkwoorden voor ‘werpen’. Omdat alles een reden heeft, moet het verschil wel betekenis hebben. Er wordt een beweging beschreven: eerst op en dan neer. Maar als paard en ruiter bij het neerkomen nog steeds een eenheid zijn, zullen ze wel aan elkaar vast hebben gezeten - en daar heb je een nieuw feit ontdekt.

De blinde en de manke bewaker

Het nut van dit inzicht is misschien niet meteen duidelijk. Daarom nog een voorbeeld, dat bijzonder is omdat het aan de hand van een parabel wordt uitgelegd.

We zijn nog steeds bij hetzelfde vers. De vraag is: Waarom zowel het paard als de ruiter? De Mechilta in de versie van Rabbi Jisjmaël vertelt:

Antoninus vroeg onze leraar: "Op het moment dat een mens sterft en het lichaam niet meer bestaat, stelt de Heilige het dan voor het gericht?" Hij zei hem: "In plaats van mij te vragen naar het lichaam dat onrein is - vraag mij naar de ziel die rein is."
Ze vertellen dit verhaal. Waarop lijkt deze zaak? Op een koning van vlees en bloed die een mooie tuin had. Daarin plaatste de koning twee wachters, één manke en één blinde. Tot "en daarna: om hen samen te richten."

Dit is heel beknopt! Zo zijn veel teksten uit de oudheid. De parabel kun je vinden na de vraag “Waarop lijkt deze zaak?” Je ziet er alleen de eerste zin van: “en daarna: om hen samen te richten". De laatste schuingedrukte tekst is een bijzondere lezing van een citaat uit de Psalmen, daarover verder meer.

Volledige parabel

Rabbi Jisjmaël kon de parabel zo kort weergeven, omdat het hier gaat om een bekend verhaal, een sprookje dat niet met de Bijbel te maken heeft en in allerlei vormen verspreid over de wereld voorkomt. Een andere versie van de Mechilta, die van Rabbi Sjimon bar Jochai, bevat de parabel voluit.

Waarop lijkt deze zaak? Op een koning van vlees en bloed, die een tuin had. Daarin waren mooie vroege vruchten. Daarin plaatste hij twee wachters, één manke en één blinde.
De manke zei tegen de blinde: “Mooie vroege vruchten zie ik.” De blinde zei hem: “Alsof ik zie!” De manke zei hem: “Alsof ik kan lopen!” (Maar) de manke reed op de rug van de blinde en ze gingen en namen de vroege vruchten.
Na dagen kwam de koning en zat boven hen in het gericht. Hij zei hun: “Waar zijn de vroege vruchten?” De blinde zei hem: “Alsof ik zie!” De manke zei hem: "Alsof ik kan lopen!" De koning was alert. Wat deed hij? Hij liet de ene rijden op de rug van de andere: en ze wandelden. De koning zei tegen hen: “Zo deden jullie en aten jullie!”

Uitleg van de parabel

Tot zover de parabel. In de inleiding vraagt Antoninus wat er met het lichaam gebeurt na de dood. Wordt dat samen met de ziel berecht? Dat was een relevante vraag, want voor veel niet-joden (en niet-christenen) was zoiets voor de ziel nog wel voorstelbaar, maar voor het lichaam niet. Ze zagen de ziel en het lichaam als twee losse entiteiten. Deze midrasj vergelijkt lichaam en ziel daarom met een blinde en een manke wachter, die ieder voor zich niet tot kwaad in staat zijn, maar samen wel. De midrasj vergelijkt de wachters vervolgens met het paard en de ruiter, die samen in zee worden geworpen. Paard en ruiter werden in de oudheid vaker gebruikt als metafoor voor lichaam en ziel en daarom: lichaam en ziel worden samen berecht! De verdere uitleg van de parabel lijkt dit te bevestigen:

Zo brengt de Heilige, gezegend zij Hij, lichaam en ziel en stelt ze voor het gericht.
Hij zegt tegen het lichaam: "Waarom heb je tegen mij gezondigd?" Het zegt tegen hem: "Meester van de wereld, vanaf de dag dat de ziel van mij uitging ben ik neergegooid als een steen."
Hij zegt tegen de ziel: "Waarom heb je tegen mij gezondigd?" Die zegt tegen hem: "Meester van de wereld, ben ik het die gezondigd heeft? Het lichaam heeft gezondigd. Ben ik van de dag af dat ik van hem uitging niet rein geweest voor u?"
De Heilige, gezegend zij Hij, neemt de ziel en brengt hem samen met het lichaam en berecht hen als één, zoals gezegd is: Hij roept de hemelen van boven - om de ziel te brengen - en de aarde - om het lichaam te brengen - en daarna: om zijn volk/hen samen te richten.

De schuingedrukte woorden komen uit Psalm 50:4 en zijn verwerkt in de midrasj. Deze stelt dat de ziel uit de hemel komt en het lichaam uit de aarde. Een bijzondere lezing van om zijn volk te richten vult de argumentatie aan: de ongevocaliseerde bijbeltekst laat immers toe om 'zijn volk' (amo) te lezen als 'met hem' (imo), dat wil zeggen: het lichaam met de ziel, samen. Met dit psalmvers als extra bewijstekst is de uitleg compleet.

Paard en zijn ruiter

Wanneer we teruggaan naar de beginvraag, zien we dat we ver zijn gekomen. Waarom zowel paard als ruiter? Omdat lichaam en ziel na onze dood samen zullen worden geoordeeld. Zal Mozes daaraan hebben gedacht? Nee, waarschijnlijk niet, maar juist daarin zit de kracht van deze uitlegmethode, dat je zóveel uit de tekst kan afleiden.

Wanneer we dit alles met een moderne blik bekijken, kan het zijn dat we deze manier van redeneren wat verdacht vinden. In deze verlichte eenentwintigste eeuw zijn we meer gewend om ons af te vragen wat de schrijver van een tekst er zelf mee bedoeld heeft. Al bestaan er inmiddels ook nieuwe en postmoderne methodes, die de lezers laten bepalen wat ze in de tekst lezen, zoals de zogenaamde reader response. De schrijvers van deze midrasj leefden echter niet in een wereld waar je van de betekenis van een bepaalde tekst kon spreken. En als je meer midrasj leest, zul je zien dat ze rustig meerdere verklaringen achter elkaar laten staan. Sterker nog: precies deze parabel komt ook in andere oude joodse commentaren voor, maar wordt daar anders uitgelegd en met andere verzen verbonden.

Kijken met andermans ogen 

Daar zit voor mij de grootste waarde van het lezen van oude theologie. Het is vooral van waarde omdat het een oefening is in het kijken met andermans ogen, naar een andere wereld. En in die wereld zijn niet alleen de feiten anders, maar ook de manier waarop je ze aan elkaar relateert. Het aardige is dat deze manier van lezen ons nog meer de ogen opent voor de veelkleurigheid in opvattingen zoals die in de Bijbel voorkomen. Die komt dan weer voort uit een algemeen oudoosterse wijze van schrijven en lezen, waar in geschriften verschillende meningen naast elkaar konden bestaan. Tegenwoordig zeggen we snel dat tekst A niet kan kloppen met tekst B. De lezing van de midrasjiem laat zien, dat dat in die tijd helemaal niet aan de orde was. Verschillende uitleggingen van teksten konden gewoon naast elkaar blijven staan. De midrasjiem vormen zo een eyeopener voor de moderne bijbellezer. 

In de keuzecursus Rabbinica heeft PThU-docent Lieve Teugels met elf masterstudenten rabbijnse parabels gelezen. Deze parabels zijn te vinden in twee rabbijnse bijbelcommentaren of midrasjiem op het boek Exodus. Het gaat om de zuster-werken Mechilta de rabbi Isjmael en Mechilta de rabbi Sjimon bar Jochai, die vermoedelijk in de derde eeuw van onze jaartelling tot stand gekomen zijn. Deel van de eindopdracht van de cursus is het schrijven van een blog. Een selectie van deze blogs verschijnt op onze site.

Photo by oran storm on Unsplash