Home/Bijbelblog/Jona: Ommekeer of inkeer?
Benieuwd geworden?

Weer een andere lezing van het verhaal van Jona is te horen in deze video-blog van dr. David Frankel uit Jeruzalem. Frankel legt de nadruk op het nemen van verantwoordelijkheid voor onze taak in het leven, in de maatschappij. We moeten “wakker worden en de storm trotseren.” Frankel verblijft in december aan de PThU als research fellow en als docent in het kader van de Erasmus+ samenwerking met het Schechter Instituut. 

Bijbelblog
Dr. G.M.G. Teugels
UD Semitica en Judaica
17 oktober 2019

Jona: Ommekeer of inkeer?

Kort geleden was het Jom Kippoer, ook wel Grote Verzoendag genoemd, een belangrijke Joodse feestdag. Op die dag wordt standaard het boek Jona gelezen. Een oud boek dat ons ook nu nog steeds veel te zeggen heeft, bijvoorbeeld over het maken van een nieuwe start.

Volgens de Joodse kalender zijn we nu in de maand Tisjre, de zevende maand, die veel feestdagen bevat. Het begint met Rosj Hasjana, het Joodse nieuwjaarfeest. Inmiddels zijn we in de week van Soekkot beland, het Loofhuttenfeest, maar daar tussenin, op de tiende Tisjre (8-9 oktober) was het Jom Kippoer: Grote Verzoendag. In de Bijbel kan je over Jom Kippoer onder andere lezen in Leviticus 16. Veel daarvan gaat over de tempelcultus die niet meer voltrokken wordt. Maar bepaalde verzen zijn nog steeds van kracht (Leviticus 16:29-31): 

''De tiende dag van de zevende maand moeten jullie in onthouding doorbrengen en je mag dan geen enkele bezigheid verrichten, geboren Israëlieten evenmin als de vreemdelingen die bij jullie wonen. Want op die dag wordt voor jullie de verzoeningsrite voltrokken opdat jullie van al je zonden gereinigd worden en de HEER weer rein tegemoet kunnen treden. Die dag moet in volstrekte rust en onthouding worden doorgebracht; deze bepaling blijft voor altijd van kracht''.

Net als Jona

Jom Kippoer is dus een vastendag, een dag van “rust en onthouding.” De meest zinvolle manier voor mij om deze dag door te brengen is in de synagoge samen met anderen. Het is een dag van inkeer en bezinning, met als gevolg een soort katharsis, een innerlijke reiniging. De liturgie, teksten en melodieën helpen mij daarbij.

Dit jaar vierde ik Jom Kippoer op een heel bijzondere plek: de oude Hoge Synagoge van Krakau in Polen. Nog bijzonderder was dat een bevriende Nederlandse rabbijn, Corrie Zeidler, in de dienst voorging. In de middagdienst van Jom Kippoer – het mincha-gebed – wordt traditioneel uit het boek Jona gelezen. Rabbijn Corrie Zeidler hield daarna een derasja, een soort preek, over dit korte bijbelboek. Ik geef hieronder, uit het Engels vertaald, verkort en met wat aanpassingen, de essentie van haar interpretatie weer.

In de spiegel kijken

Elke Jom Kippoer-middag lezen we het boek Jona. De meeste mensen geloven dat deze profetenlezing is gekozen omdat die een model geeft van compleet berouw. Van de koning tot de gewone burger van Nineve, iedereen vastte en hulde zich in zakken, en de mensen keerden zich af van hun slechte gewoonten. Zelfs het vee vastte en werd in zakken gehuld. God is zo onder de indruk van het berouw van Nineve, dat hij de stad spaart. (Jona 3:4-10). 

Toch is het boek niet vernoemd naar de Ninevieten, maar naar Jona, de enige profeet die is gekozen om een volk buiten Israël te waarschuwen voor hun naderende vernietiging door God vanwege hun slechte gedrag.

Jona besluit niet te aanvaarden wat volgens hem een onmogelijke missie is. Maar uiteindelijk beseft hij dat het zinloos is om weg te rennen van God en van zijn opdracht, onmogelijk om zich te verbergen. Ten slotte vervult hij toch Gods missie om de mensen van  (Links op de foto: Rabbijn Corrie Zeidler) Nineve te waarschuwen voor hun naderende ondergang. Maar zodra zijn werk is gedaan, is Jona nog steeds een zeer ongelukkige profeet.

Ik geloof dat we het boek Jona op Jom Kippoermiddag lezen om ons eraan te herinneren dat we soms Jona zijn. We rennen, we worden opgeslokt, en we worden uitgespuugd. We hebben momenten waarop de verantwoordelijkheid van de wereld op onze schouders wordt gelegd, en we hebben momenten waarop we ons heel erg alleen voelen. Soms vinden we, net als Jona, dat het leven ons te veel is. Wie wil er geen cruise boeken, op een schip stappen en wegvaren van zulke lasten? Misschien lijken we meer op Jona dan we zelf willen toegeven.

De Bijbeltekst vertelt ons dat Jona drie dagen in de “grote vis” was (Jona 2:1). Wat zou je doen als je drie dagen geen eten, geen telefoon, internet of televisie had? Geen plek om naartoe te gaan en iemand te zien? Wat zou je kunnen doen met drie dagen isolatie? We krijgen geen idee van wat Jona de eerste drie dagen in het “grote vishotel” deed, maar de rabbijnen die het boek bestudeerden, speculeerden er wel over. In het achtste-eeuwse rabbijnse commentaar Pirkei d' Rabbi Eliezer wordt ons geleerd: “Jona ging de vis in als een man die een grote synagoge binnengaat. Hij stond en de twee ogen van de vis waren als glazen ramen die Jona licht gaven.”

Soms zijn we Jona. We gaan onze synagogen of onze kerken binnen op zoek naar licht dat ons pad in het leven zal verlichten en ons vensters naar onze ziel zal verschaffen. Soms ontvangen we licht en visie, en andere keren zien we alleen onze eigen weerspiegeling in de duisternis achter de ramen. Velen hebben crises van geloof meegemaakt, geconfronteerd met de pijn van het leven of de harde realiteit van de dood. Sommigen kennen de duisternis die hun geloof kan uitdagen. Op die momenten kan het heiligdom koud aanvoelen en is het gebedenboek leeg.

Jona was drie dagen en drie nachten afgesloten van de wereld, hij kon “niets” doen. Ik geloof dat hij de tijd nam om na te denken en zijn gedachten en acties te onderzoeken. Dat is niet niets. Met de tijd om na te denken werd Jona gedwongen zijn angsten, zijn eenzaamheid, zijn fouten en zijn God onder ogen te zien. Wij zijn Jona en doen precies hetzelfde tijdens onze “dagen van ontzag”, zoals de dagen van Rosj Hasjana tot Jom Kippoer ook wel worden genoemd.

In Jona 2:2 bidt Jona tot “de Heer, zijn God, vanuit de buik van de vis.” Zijn gebed is eerlijk en oprecht. Uit angst voor zijn leven, gespleten en alleen, vindt Jona zijn God en zijn doel. Hij besluit zijn profetische missie te vervullen. 

Je kunt jezelf niet aan anderen, of aan een religie of een overtuiging geven zonder te weten wie je bent. En je kunt jezelf niet kennen zonder jezelf de tijd te geven - tijd om te dromen, te vrezen, te onderzoeken, je af te vragen en zelfs pijn te doen. Jona werd door de omstandigheden gedwongen om na te denken. Nog een stap verder gaat het besef dat spirituele reflectie levensnoodzakelijk is.

Jom Kippoer is onze dag om emotioneel en spiritueel bij onszelf te zijn. Het is een tijd om angsten en mislukkingen, pijn en eenzaamheid in de ogen te zien. Jona moest zich realiseren dat hij niet alleen, zonder God, naar Nineve werd gestuurd. En wij worden niet alleen een nieuw jaar in gestuurd.

Het boek Jona is ons kijkglas terwijl de poorten van berouw langzaam weer een jaar sluiten. Gelukkig hebben we de mogelijkheid om Jona achter ons te laten met de ondergaande zon voor een positiever, zelfverzekerd, tevreden en troostbaar zelf. Soms zijn we niet Jona, en dat is ook goed.

Deuren dicht

De laatste paragraaf van Corrie Zeidler’s derasja, verwijst naar het laatste gedeelte van de Jom Kippoerdienst. Dat gedeelte wordt ne’ila genoemd: het sluiten van de deuren. In de teksten van de liturgie luidt het dat de poorten van berouw bijna worden gesloten. Een laatste kans. De zon gaat bijna onder, de dag is bijna voorbij. Maar als die voorbij is, slaat de stemming om, niet alleen omdat we weer mogen eten, maar ook omdat we met een schone lei aan een nieuw jaar mogen beginnen, iets dat altijd relevant blijft, ongeacht je religieuze achtergrond. 

Lieve Teugels is universitair docent Semitica en Joodse studies aan de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam