Naar hoofdinhoud
De ingenomen standpunten zijn die van de auteur, niet per se die van de PThU.
Heb je een vraag of goed idee voor het bijbelblog?

Een doorn in het vlees van Paulus?

1 oktober 2026

In Paulus’ tweede brief aan de gemeente in Korinte staan een paar hoofdstukken waarin hij zijn uiterste best doet deze gemeente alsnog voor zich te winnen (2 Kor 10–13). Zijn tegenstanders hadden zich met succes op buitengewone gaven en openbaringen beroepen. Dat zou Paulus ook wel kunnen, schrijft hij, maar daar ziet hij bewust van af. Paradoxaal genoeg wordt zijn zwakheid zijn sterkste argument. Midden in dit gedeelte staat een raadselachtig zinnetje: ‘Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan’ (2 Kor 12:7 NBV21). Wat bedoelt Paulus hier, en dan met name met die ‘doorn’?

In de loop der eeuwen hebben de uitleggers talloze mogelijkheden naar voren gebracht, die ik hoogstwaarschijnlijk nog niet allemaal heb opgespoord en al helemaal niet stuk voor stuk kan opsommen in deze bijdrage. Wat me wel opviel, is dat er nogal wat interpretaties zijn die minstens evenveel zeggen over de uitleggers zelf als over Paulus.

Uitleg van de kerkvaders 

Het begon nog vrij onschuldig. De eerste kerkvaders die Paulus’ probleem nader aanduidden, dachten aan iets als ernstige oor- of hoofdpijn. Zij namen dus ‘in het vlees’ letterlijk: het betrof een lichamelijke aandoening.

Iemand als Chrysostomus (347–407) ging hier tegenin. Voor hem ging het om beeldspraak, en had Paulus het over mensen die hem dwarsboomden. Hij vond steun in de uitdrukking ‘een engel van Satan’, die hem aan concrete tegenstanders deed denken. Chrysostomus verschoof nog wel flink bij de vraag wie die mensen dan waren. Eerst moesten het bestrijders van het christendom zijn geweest, dan vijanden van binnenuit, en helemaal aan het eind van zijn leven zag hij er de mensen in die Paulus gevangen hadden willen nemen.

Het kan nauwelijks toeval zijn dat Chrysostomus in de loop van zijn eigen carrière zelf ook achtereenvolgens met zulke vormen van tegenstand te maken kreeg. Er zijn er in zijn tijd overigens wel meer die bij de ‘doorn’ al snel aan vervolging dachten.

Vanaf die tijd kwam echter ook een andere uitleg in zwang: Paulus zou zijn geplaagd door sterke, nauwelijks te bedwingen lichamelijke verlangens. De aantrekkingskracht van deze mogelijkheid ligt voor de hand: zo hadden monniken een voorbeeld van iemand die tenminste net zo sterk geworsteld had als zij, en die tegelijk een heilige apostel was. Deze uitleg had trouwens een steuntje in de rug doordat het Griekse woord voor ‘doorn’ in de Latijnse vertaling ‘stimulus’ was geworden, en dat kan ‘prikstok’ of ‘doorn’ betekenen, en figuurlijk ook ‘prikkel’ of ‘aansporing.’

Epilepsie

Rond 1900 ging de uitleg een totaal andere kant op: men dacht aan epileptische aanvallen. Er lijkt ook wel een aanknopingspunt in Paulus’ eigen woorden voor te zijn, want waar hij in de aangehaalde vertaling zegt dat hij wordt ‘gekweld,’ gebruikt hij een werkwoord (kolafizō) dat vooral ‘geslagen worden’ betekent (vergelijk de Statenvertaling: ‘dat hy my met vuysten slaen soude’).

Epilepsie vond men ook passen bij het verhaal van Paulus’ bekering op weg naar Damascus, zijn tijdelijke blindheid, en zelfs zijn visioenen en extase. Het probleem is dan wel dat je eigenlijk ‘optellend’ aan het lezen bent, en verhaalelementen uit Handelingen te gemakkelijk verbindt met een tekst als deze. Bovendien laat juist deze mogelijkheid zien hoe sterk de neiging is om religieuze verschijnselen op natuurlijke wijze te verklaren. Zelfs het ontstaan van het christendom werd ook wel langs deze weg verklaard.

Psychoanalyse en homoseksualiteit

Aan het begin van de twintigste eeuw deed ook de psychoanalyse haar intrede, en kwam het worstelen met seksualiteit in een andere vorm terug. Men beoordeelde Paulus als emotioneel op het labiele af, wat onverwerkte jeugdtrauma’s deed vermoeden. Zijn kennelijke afkeer van het huwelijk zou op homoseksualiteit duiden (zo stelt Cavendish Moxon), die in de psychoanalyse als onvoltooide seksuele ontwikkeling kon worden gezien.

Het nut van deze analyse van Paulus was ook duidelijk: omdat hij zo’n grote invloed op het christendom had gehad was het zaak om het gezonde en waardevolle van het ongezonde en destructieve te onderscheiden.

Bij zo’n psychoanalytische benadering blijkt wel het sterkst hoe willekeurig en dwangmatig Paulus’ woorden werden gelezen. De eigentijdse theorie en de ideeën overwoekerden welhaast de antieke teksten.

Verrassend genoeg komt de diagnose van homoseksualiteit aan het eind van de twintigste eeuw nog een keer terug, zij het met een twist (bij John Shelby Spong): Paulus’ homoseksualiteit zou tot sterke gevoelens van schuld en onwaardigheid hebben geleid. Paulus’ omkeer en Gods acceptatie nemen zijn onlust niet weg, maar God roept hem wel steeds toe: ‘Je hebt genoeg aan mijn genade’ (2 Kor 12:9). Alweer lijkt de uitleg vooral ingegeven door hedendaagse vragen over homoseksualiteit en veel minder door concrete aanwijzingen in de teksten zelf.

Zoals we zien, kent de nieuwsgierigheid van de uitleggers nauwelijks grenzen. Naast de genoemde mogelijkheden vond ik nog een hele reeks. Op het puur lichamelijke vlak lezen we over slechthorendheid, een oogaandoening, malaria (wat mijzelf aan de ervaring van veel negentiende- en twintigste-eeuwse zendingswerkers doet denken), stotteren, misvormdheid, lepra, en reumatiek. Op het meer psychische vlak gaat het over depressies en vertwijfeling, bijvoorbeeld als uiting van wat tegenwoordig een bipolaire stoornis heet, hysterie, en opvliegendheid door stress.

Besluit

Uiteindelijk denk ik dat het bij Paulus’ ‘doorn’ toch wel om een lichamelijke aandoening gaat, en niet om beeldspraak. Maar ook dan blijft een echte diagnose stellen onmogelijk, want – zoals de Duitse uitlegger Hans Windisch ongeveer een eeuw geleden droogjes opmerkte – ‘de patiënt zelf is al bijna 1900 jaar geleden gestorven.’ We moeten het doen met de paar symptomen die hij zelf destijds vermeldde, maar daarvan zijn de bewoordingen hopeloos vaag en op vele ziektebeelden van toepassing. We zullen het dus nooit weten. We kunnen enkel proberen niet hetzelfde te doen als zovelen voor ons, en niet aan Paulus datgene toe te schrijven waar we zelf mee worstelen of door geobsedeerd zijn.

Een in zijn eenvoud aardige suggestie is ten slotte dat het bij de ‘doorn’ om een echte splinter kan zijn gegaan. Moderne mensen onderschatten wellicht hoe hardnekkig en pijnlijk zoiets in de oudheid kon zijn. Er bestaan zelf antieke recepten om splinters te verwijderen – die niet altijd werkten. Of breng ik deze mogelijkheid nu naar voren omdat mijn eigen vader houthandelaar was?

Deze bijbelblog is een uitgebreide en gecorrigeerde versie van een leerhuisbijdrage in het Friesch Dagblad van 12 maart 2022.

Verder lezen

  • Adela Yarbro Collins, ‘Paul’s Disability: The Thorn in His Flesh.’ Pp. 165–183 in Candida R. Moss & Jeremy Schipper (eds.), Disability Studies and Biblical Literature. New York, NY: Palgrave MacMillan, 2011.
  • Ludwig Kotelmann, Die Ophthalmologie bei den alten Hebräern aus den alt- und neutestamentlichen Schriften unter Berücksichtigung des Talmuds dargestellt. Hamburg: Voss, 1910.
  • Max Krenkel, Beiträge zur Aufhellung der Geschichte und der Briefe des Apostels Paulus. Braunschweig: Schwetschke, 1890.
  • Margaret M. Mitchell, The Heavenly Trumpet: John Chrysostom and the Art of Pauline Interpretation. Louisville, KY: Westminster John Knox, 2002.
  • Candida Moss, ‘Christly Possession and Weakened Bodies: Reconsideration of the Function of Paul’s Thorn in the Flesh (2 Cor. 12:7–10).’ Journal of Religion, Disability & Health 2012; 16(4): 319–333.
  • Cavendish Moxon, ‘Epileptic Traits in Paul of Tarsus.’ Psychoanalytic Review 9 (1922): 60–66.
  • John Shelby Spong, Rescuing the Bible from Fundamentalism: A Bishop Rethinks the Meaning of Scripture. San Francisco, CA: HarperSanFrancisco, 1991.
  • Hans Ludwig Windisch, Der zweite Korintherbrief. Für die 9. Auflage bearbeitet. KEK 6. Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 91924.
(niet getoond)