Had Paulus op weg naar Damascus een bijna-doodervaring?
De apostel Paulus was een gedreven verkondiger van het Evangelie. Maar zo begon zijn leven niet. Paulus heette eerst Saulus en hoorde bij de Joodse stroming van de Farizeeën. Fanatiek als hij was, wilde hij de aanhangers van de groeiende Jezus-beweging gevangen laten zetten. In dat kader reisde hij op een dag naar Damascus. Onderweg gebeurde er echter iets bijzonders. Paulus had een ervaring die zijn leven op zijn kop zette. In dit blog bespreek ik of we Paulus’ ervaring kunnen duiden als een bijna-doodervaring.
Wat vertelt Paulus zelf: twee beschrijvingen van deze ervaring
Paulus schrijft tweemaal over zijn bijzondere ervaring. De eerste deelbeschrijving vinden we in de brief aan de Galaten (1:15-16). Daar vertelt Paulus hoe hij plots transformeerde van een fanatieke vervolger van de volgelingen van Jezus in een verkondiger van het Evangelie. Paulus schrijft deze verandering toe aan Gods plan om ‘zijn Zoon in mij te openbaren’ (Gal 1:16). Exegeten interpreteren Paulus transformatie meestal als een profetische roeping waarin Jezus aan hem was geopenbaard als Gods Zoon. Dat Paulus ‘Jezus’ bedoelde met ‘zijn Zoon’ valt af te leiden uit de twee keren dat hij kort aan de openbaring refereert in zijn eerste brief aan de Korintiërs: “Heb ik niet Jezus, onze Heer, gezien?” (1 Kor 9:1) en “Pas op het laatst verscheen Hij [Christus] ook aan mij” (1 Kor 15:8).
De tweede deelbeschrijving van Paulus’ ervaring vinden we in de tweede brief aan de Korintiërs (2 Kor 12:2-4). Daar doet Paulus het echter voorkomen of iemand anders het meemaakte. Deze persoon “werd tot in de derde hemel weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen”. In deze tekst vertelt Paulus niet over de openbaring van Jezus, maar wel over het in paradijselijke, hemelse sferen raken, al of niet belichaamd.
Wat vertellen anderen?
In de Handelingen van de apostelen wordt Paulus’ bijzondere ervaring driemaal beschreven (Hand 9:3-8; 22:6-11; 26:12-16). De details van de vertellingen verschillen. Wie de teksten samen leest ziet echter ook overeenkomsten. In de teksten uit Handelingen spelen de volgende elementen een centrale rol:
- het is een plotselinge gebeurtenis
- de gebeurtenis maakt dat Saulus neervalt
- er is sprake van een helder licht en
- een goddelijke persoon, Jezus, spreekt Paulus toe
Bijbelcommentatoren leggen het verhaal uit als een goddelijke verschijning. Ze koppelen deze verschijning van Jezus aan andere goddelijke manifestaties met een stem en licht of vuur. Voorbeelden zijn de roeping van Mozes bij de brandende doornstruik (Ex 3) en de roeping van de profeet Ezechiël (Ez 1). Ik vroeg me af of er bij Paulus’ ervaring met de verschijning van Jezus ook sprake zou kunnen zijn van een bijna-doodervaring.
Wat is een bijna-doodervaring?
De afgelopen jaren is er veel geschreven over de bijna-doodervaring. Wie wil meer weten over de achtergronden verwijs ik graag naar een uitgebreider artikel. Voor dit blog beperk ik mij tot de hoofdlijnen. De bijna-doodervaring is een bijzondere bewustzijnstoestand. Veel voorkomende verschijnselen zijn:
- een gevoel te sterven en/of dood te zijn
- omgeven zijn door een helder licht
- een gevoel van uit het lichaam getreden zijn
- herbeleving van het verleden
- toegesproken worden door een bekende of een goddelijke persoon
- een opdracht krijgen om terug te keren
Geen enkele bijna-doodervaring is gelijk. Elke ervaring heeft zijn eigen combinatie van elementen. Bijna-doodervaringen komen vooral voor bij een hartstilstand. Dus wanneer mensen inderdaad op de grens van de dood verkeren. Maar bijna-doodervaringen kunnen ook optreden bij een ongeluk, of onder invloed van medicatie of psychedelica. Bijna-doodervaringen hebben meestal twee langetermijneffecten. In de eerste plaats durven mensen er niet of nauwelijks over te vertellen. De ervaring is zo buitengewoon, dat men bang is om voor gek te worden versleten. In de tweede plaats heeft de ervaring een levenslange invloed op de rest van het leven. Veel mensen zijn niet meer bang voor de dood en geloven na deze ervaring dikwijls in een voortbestaan na de dood. Bovendien besteden deze mensen meer aandacht aan de medemens en zijn ze minder geïnteresseerd in geld en bezit.
Had Paulus een bijna-doodervaring?
We zullen nooit zeker weten of Paulus een bijna-doodervaring had. Maar de gerapporteerde verschijnselen duiden er wel op. Uit de teksten rijst het volgende beeld op. Paulus werd plots ernstig onwel, zodat hij neerviel. Misschien had hij een epileptische aanval, een plotse hartritmestoornis of was hij door een combinatie van niet fit en te hard werken flauwgevallen. Het plotse onwel worden werd gevolgd door een ervaring van verkeren in hemelse sferen, misschien zelfs wel een gevoel van buiten het lichaam treden, en een profetisch visioen van het zien van Jezus als de Zoon van God. Het is bijzonder dat hij niet God ontmoet, maar Jezus. Maar juist door deze goddelijke onthulling beseft Paulus dat Jezus Gods Zoon is. De gebeurtenis brengt een immense ommekeer in Paulus’ leven teweeg. Hij voelt zich na de openbaring door Jezus geroepen en gedragen. Alle hier beschreven verschijnselen duiden erop dat Paulus een bijna-doodervaring had. Een ervaring waar hij vermoedelijk niet veel over praatte. Dit zou verklaren waarom hij er in zijn brieven ook maar sporadisch en fragmentarisch over rept. Waarschijnlijk sprak Paulus later wel met enkele vrienden over de indrukwekkende gebeurtenis. Dat past bij het verloop van de meeste bijna-doodervaringen. Zo kan de schrijver van Handelingen het verhaal gekend hebben. Deze schrijver vond het belangrijk genoeg om te vermelden. Tegelijkertijd was hij er zich van bewust dat hij de details niet kende. Ik denk dat hij daarom het verhaal in drie varianten opschreef (Hand 9:3-8; 22:6-11; 26:12-16). Het ging de schrijver niet om de details, maar om de kern van de gebeurtenis. De kern was de roeping van Paulus door Jezus zelf. Als ik vanuit mijn medische en neurowetenschappelijke achtergrond naar de volgorde van de gebeurtenissen in Handelingen kijk, valt me ook nog iets anders op. Volgens Handelingen is er eerst het geweldige licht en daarna Paulus’ neervallen. Een omgekeerde volgorde zou vanuit neurowetenschappelijk perspectief logischer zijn: onwel worden, neervallen en dan het licht zien.
Paulus en leven na de dood
Na de gebeurtenis op weg naar Damascus werd Paulus een gedreven apostel. Met ongekende ijver verkondigde hij het Evangelie. Daarnaast weten we uit zijn brieven ook dat hij geloofde in de opstanding uit de dood en in een leven na de dood waarin hij bij Christus zou zijn (o.a. 1 Kor 15 en Filip 1:21-23). In Paulus’ tijd was de opstanding uit de dood een punt van discussie. De Farizeeën verwachtten zo’n opstanding, maar de Sadduceeën bijvoorbeeld niet (zie Luc 20:27). Vermoedelijk geloofde Paulus, als Farizeeër, al voor zijn ommekeer in deze opstanding en een leven na de dood. Maar mogelijk werd dit geloof versterkt door zijn ervaring op weg naar Damascus. Paulus gaat in de eerste brief aan de Korintiërs (met name 1 Kor 15) uitgebreid in op deze thematiek. Hij vergelijkt de overgang van leven-voor-de-dood naar leven-na-de-dood met de cyclus van de graankorrel. Er is sprake van continuïteit en van verschil. Het stoort Paulus niet dat hij de details over het voortbestaan na de dood niet kent. Hij vertrouwt erop dat er zo’n voortbestaan is. Wellicht doordat hij al even over de grens van de dood mocht kijken…