Naar hoofdinhoud
De ingenomen standpunten zijn die van de auteur, niet per se die van de PThU.
Heb je een vraag of goed idee voor het bijbelblog?

Het eerste is het voornaamste

8 januari 2026

Het begin van een nieuw jaar nodigt uit om weer eens terug te keren naar het begin van de Bijbel: het boek Genesis, dat zelf begint met ‘in het begin’. Waarom vatten we scheppingsverhalen eigenlijk zo vaak op als een moment in de tijd, een aanvang, een start? Zouden ze ons nog iets anders kunnen vertellen?

Hoogleraar Praktische theologie/Theoloog der Nederlanden 2024-2025

Uit aarde genomen

Het nieuwe jaar is nog vers, het ligt uitgestrekt voor ons uit als een dikke laag nog ongerepte sneeuw. Achter ons slechts enkele diepe voetstappen van de eerste dagen van 2026. Wat voor ons ligt, oogt nog paradijselijk. Zo’n beetje als dit stel ik me voor dat het er in de tuin van Eden ook uitzag: in Genesis 2 schept God, uit het stof  van de aardbodem (zoals kinderen een sneeuwbal maken?), boetseert en kneedt – er tekent zich een vorm af van een mens… God zet het op zijn benen, blaast het adem in de neus en zie, Adam! Een aardmannetje, gemaakt uit stof; de toekomst ligt nog voor hem open, oningevuld. Nu gaat het van start.

De geest van boven het water maakt aarde

Maar nog even terug, want het was al eerder begonnen, volgens een ander scheppingsverhaal. Dat begint ermee dat de ‘geest van God zweeft boven het water’ (v’ruach elohim merachefet ‘al-pnei hamayim; Gen 1:2b) en geen poot aan de grond krijgt, tótdat deze God spreekt (vayomer elohim…; Gen 1:3). De geest komt dus pas van boven het water naar beneden door het woord en krijgt dan voet aan de grond. Sterker nog, door het woord schept de geest van God (op de derde dag) grond. En, in Genesis 2 dus, uit die grond (min ha’adamah) de mens (Adam).

Menswording

Het woord (‘God sprak’) is voor God dus cruciaal en dat begreep de evangelist Johannes ook. Het begin van zijn evangelie, Johannes 1:1, ‘rijmt’ op Genesis 1:1vv: “In het begin was het Woord, het Woord was bij God, en het Woord was God.”’(En archē ēn ho Logos, kai ho Logos ēn pros ton Theon, kai Theos ēn ho Logos). En dan gaat hij in vers 14 verder: “En het Woord is vlees geworden en het heeft zijn tent onder ons opgeslagen.” (Kai ho Logos sarx egeneto kai eskenosen en hemin). Het Woord, dat er in het begin al was en dat God was, krijgt voet aan de grond wanneer het ‘vlees’ wordt. Vlees (sarx) zoals biefstuk vlees is: het stoffelijke deel van de mens, concreter nog dan ‘lichaam’. De evangelist spreekt hier dus uitdrukkelijk niet over de geest. Haast alsof hij vreest dat zijn lezers het Woord mogelijk op de verkeerde plek zullen zoeken, benadrukt hij met de menswording van God dat het gaat om het lijf van deze mens. Want met ons lijf maken wij, en door de menswording ook God, deel uit van de aardse werkelijkheid.  Jezus Christus, ook wel de tweede Adam genoemd, is dus gemaakt van hetzelfde materiaal als de eerste Adam: stof. Aardstof, grondstof – hoe je het ook noemt: materie. Net als wij trouwens.

In beginsel gaat het God om materie

De menswording in Jezus Christus is daarmee de innigste manier waarop God zich tot materie verhoudt: het Woord wordt zelf materie. Gods Woord krijgt voet aan de grond. En als we hiermee teruggaan naar het begin, naar Genesis, dan is de vraag: is dat wel een start? Je denkt toch al gauw aan een geschiedkundig begin. Door Genesis en Johannes zo bij elkaar te lezen, ontstaat er een ander perspectief: dat de scheppingsverhalen wijzen op wat voor God de allergrootste waarde heeft. Het eerste woord, dus Gods narratief, heeft betrekking op materie, of onze stoffelijke wereld.

Slechts stof?

‘Stof ben je, tot stof keer je terug’ is een veelgebruikte tekst bij uitvaarten, wanneer we een mensenlichaam uit handen geven en aan God toevertrouwen door het in de grond te leggen, of te laten cremeren. Die tekst komt uit Genesis 3:19, het hoofdstuk waarin verteld wordt hoe het misgaat tussen de mensen en God in de hof van Eden. Hoewel dat van God niet mocht, eten de mensen toch van de boom van de kennis van goed en kwaad (door de schuld van de slang). Dat dat God een vloek ontlokt (Gen 3:1-19), waarin over de mens gezegd wordt dat die stof is en tot stof terugkeert, maakt het materie-zijn van de mens echter niet minder waard of waardevol, integendeel. ‘Stof ben je, tot stof keer je terug’ betekent juist dat het in elk mensenleven hier, op deze aarde, moet gebeuren, voor óns en voor God. Mensen zijn stof en hoeven niet méér te worden dan stof (niet God, bijvoorbeeld) om Gods geliefden te zijn. En dat blijven ze ook, vloek of niet. Zo troost God de mensen dat hun toekomst niet los van de aarde is, maar op de aarde. De mens, die is geschapen om die aarde te bewerken (Gen 2:5), wordt er nu op uitgestuurd om nu precies dat buiten de tuin te gaan doen: de aarde bewerken waaruit die mens zelf genomen is.

Het begin duidt op het voornaamste

Hier, op deze aarde, moet het gebeuren, omdat God een diepe liefde voor materie kent. Dat betekent nogal wat, zeker als je je bedenkt dat over geloof doorgaans gedacht en gesproken wordt als een geestelijke zaak. Dat is het wel, geestelijk, maar – daar wijzen Genesis en Johannes samen op – nooit los van de concrete materie, altijd daarmee verbonden. En het betekent ook nogal wat in het licht van de concrete maatschappelijke vraagstukken waar we voor staan – of het nu gaat om klimaat, wonen, energie, landbouw of migratie. Biodiversiteit doet ertoe. Woonruimte als je de leeftijd hebt om het huis uit te gaan, doet ertoe. Vormen van energie die natuurlijke hulpbronnen niet uitputten, doen er ontzettend toe. Boeren doen ertoe en een oplossing voor het stikstofprobleem ook. En opvangplekken voor asielzoekers doen ertoe. Want aan het begin staat: voor God is de aarde (en al wat daarop en -in leeft), niet slechts een decor tegen de achtergrond waarvan mensen de hoofdrol spelen. God houdt, met een liefde die verder reikt dan alleen de mensen, ontzettend van materie. Dat staat aan het begin, misschien niet omdat dat het startschot was, maar omdat het het eerste is, het voornaamste. Wie in het jaar dat voor ons ligt de overige Bijbelboeken leest met oog voor materie, kon nog wel eens verrassende en nieuwe dingen tegenkomen.

Dit bijbelblog is gebaseerd op de inaugurele rede die Mirella Klomp op 31 oktober 2025 uitsprak bij de aanvaarding van haar leeropdracht als hoogleraar Praktische theologie – Worship & Formation. Meer lezen? Bekijk de onlineversie van haar oratie.