Kun je Jezus tegenkomen?

16 juli 2015

Kun je iets van Jezus zien in je eigen leven? Het antwoord van de muurschilderingen in de oude kerk van Loppersum is duidelijk: Ja, dat kan! Als je maar goed kijkt. In deze speciale zomerblog van Gert van Klinken maken we een kerkhistorische wandeling door Noord-Groningen.

Universitair docent Kerkgeschiedenis

Emmaüsgangers

Het verhaal van de Emmaüsgangers, aan het slot van het evangelie van Lukas, heeft lezers altijd gefascineerd. Een kernzin luidt: ‘En zij herkenden Hem’ (Lukas 24:31). Hoe vindt die herkenning plaats? Over die vraag is vanaf het begin in de christelijke gemeenschap gediscussieerd. Kun je wat je gehoord hebt over God (‘kennen’) ergens in je eigen werkelijkheid terugvinden (‘herkennen’)? Uiteraard luidt het antwoord in het Nieuwe Testament dat dit gebeurt in de persoon van Jezus Christus. Maar ook dan blijven er vragen. Want hoe moeten we ons dat voorstellen? Neem de opstanding. Het verhaal is bekend genoeg, we ‘kennen’ het. Kunnen we het ook herkennen in het dagelijks bestaan?

Deze vragen zijn niet nieuw. Ook al voor de secularisatie begon werden ze gesteld. Het is alleszins de moeite waard om deze discussie op te rakelen. Daarvoor kunnen we gaan bladeren in de theologie. Maar we kunnen evengoed, zomers, naar buiten gaan. Een uitstekende plek om de Emmaüsgangers te ontmoeten is de middeleeuwse dorpskerk van Loppersum, op het Hoogeland in de provincie Groningen. Een prachtig doel voor een wandeling, bij voorbeeld vanaf de kant van Zeerijp. En om dan onderweg een gesprek te voeren.

Wandelaars in Loppersum

‘Hoe herken je Jezus?’ Onderweg, door het veld, komt die vraag misschien te vroeg. Het eerste dat we zien is immers de schepping: de wolken, mensen, boerderijen in het land. Alledaags leven. Het verhaal van het kerkgebouw zet dáár ook mee in. Al van ver zien we de zware, massieve zadeldaktoren. Hier bevinden zich de klok, het uurwerk. Achter de toren het schip. Dat is georiënteerd, ‘ge-oost’. De toren bevindt zich aan de westkant, het koor aan de oostkant. De boodschap is duidelijk: We leven in een matrix van ruimte en tijd, in een bepaalde orde waarin wij tijdelijke wezens zijn. Wat we als wandelaars onderweg ‘kennen’, in de machtige ruimte van Groningerland, laat zich in het kerkgebouw ‘herkennen’ als schepping. In de 13e eeuwse kloosterkroniek van Emo en Menko, hier in de buurt geschreven, valt te lezen hoe belangrijk de creatio voor de middeleeuwse mens was. De bemoste zerken op het kerkhof, met zeis en zandloper, voegen zich naar deze orde. De dood hoort erbij, is onderdeel van het bestel.

Een volgende stap wordt gezet wanneer we de kerk binnengaan (sleutel valt in het dorp op te halen bij de drogist). Het gebouw scheurt onder de gevolgen van de aardgaswinning, maar heeft desondanks weinig aan ontzag ingeboet. In het schip valt een schildering uit de Middeleeuwen op: Christus gezeten op de regenboog. Duidelijk is te zien dat hij gekruisigd is geweest. Maar nu is hij opgestaan, en keert als rechter terug. De voorstelling is met angst geladen. De doden staan op: links (van Christus uit gezien rechts) naar de hemel, en rechts naar de hel. We herkennen hun besef van zonde, hun angst, hun machteloosheid.

Gedurfde beelden

Daarbij blijft het niet. Er is een andere visie mogelijk. Die treffen we aan in de Noordkapel. Hier is tegen het einde van de vijftiende eeuw een cyclus over het leven van Maria op de gewelven geschilderd. Zij is een geletterde vrouw, die een gebedenboek aan haar zijde heeft liggen wanneer zij begroet wordt door de engel Gabriël. Maar cognitieve kennis is hier niet het belangrijkste. Kennen wordt hier opgevat als het aangaan van een wederzijdse liefdevolle relatie. Het meest indringend komt dat in beeld in de wederzijdse toewending van Jezus en diens moeder. Wanneer je dat eenmaal ziet, herken je het, ook bij andere figuren zoals de discipelen en als Joachim en Anna onder de Gouden Poort. Het is een gewaagde vorm van denken, een radicale uitloper van de Moderne Devotie. Wie deze innerlijke omgang met Jezus beleeft, die ‘kent’ hem langs de geestelijke weg – en wederzijds. Hoewel de voorstelling hecht verankerd is in kerkelijk kaders, komt de gevolgtrekking bijna schokkend gedurfd over. Voor wie ‘kent’ als Maria bestaan geen grenzen meer. Zij wandelt over een trap naar het heiligste der heiligen van de tempel in Jeruzalem, en er is niemand die haar tegenhoudt.

‘En zij herkenden hem.’

In deze geestelijke zelfverzekerdheid zit iets riskants. De Moderne Devotie zou uitlopen op de Reformatie. De zestiende eeuw was een roerige tijd. Ook Loppersum kreeg bezoek van predikers die zich beriepen op een rechtstreeks kennen van Jezus, door bemiddeling van de Heilige Geest. Wat viel daarop te antwoorden? Heel mooi krijgen we dat te zien wanneer we de Noordkapel verlaten, en ons vandaar begeven naar het koor aan de oostzijde van de kerk. Daar zien we een volgende geschilderde voorstelling. Van de Emmaüsgangers! Afgebeeld is het cruciale moment, waarop Jezus het brood breekt – het moment van herkenning. Hoe vindt zo iets plaats? Waar vinden we waarborgen dat het om méér gaat dan een projectie van onze eigen wensdromen? 

Daarop gaat nog een andere afbeelding in. De laatste reeks schilderingen in de kerk is aangebracht in het koor. Dat gebeurde rond 1550. Nog in de rooms-katholieke tijd, maar in de levensdagen van Luther en Calvijn – wier werk tot deze streken doordrong! Afgebeeld wordt het geopende boek, naar mag worden aangenomen de Bijbel. De vraag naar de herkenning krijgt daardoor een minder persoonlijk karakter. Er zijn waarborgen tegen het individualisme nodig, en die worden vastgelegd in de canonieke tekst van de Bijbel. Een normatieve tekst met een normatieve uitleg. Waar de Noordkapel een uitgesproken vrouwelijk karakter heeft, zijn het hier in het koor de grote mannelijke theologen die de dienst uit maken: Hiëronymus, Ambrosius, Augustinus, Gregorius.

Besluit

Zo blijkt iedere tijd over een eigen beeld te beschikken. En dat is maar goed ook, want anders zou geloven eenvoudig het nazeggen van voorgegeven formuleringen volgen. In het koor ligt een zerk waarin met vol vertrouwen wordt gesproken over lichamelijke opstanding uit de dood, ‘tot de eeuwige glorie’. Wat denken wij ervan, wandelaars in 2015? Wat kennen wij, wanneer we met aandacht om ons heen kijken? Herkennen we ook, en kunnen kerk en Bijbel daarbij helpen? Ieder van ons mag het zeggen, in gesprek brengen, onderweg!  

Foto’s: Bertus Huizing, website PKN Maarland, Petrus en Pauluskerk Loppersum

Cookies

We vinden het belangrijk om je daar goed over te informeren. Cookies helpen ons je ervaring op onze website te verbeteren. Functionele cookies dragen bij aan een soepel draaiende website. Analytische cookies bieden ons inzicht in hoe gebruikers de website gebruiken. Met marketing-cookies kunnen we je op basis van je websitebezoek gepersonaliseerde inhoud bieden.