Liturgische ervaringen in het klooster van Chevetogne

31 mei 2022

Verandering van spijs doet eten. Dat geldt zeker voor liturgische ervaringen. Het klooster van Chevetogne (in de Belgische Ardennen) is voor een aantal studenten van de predikantsmaster een rijk gedekte dis gebleken. Zeventien studenten en vier docenten uit het themaveld Vieren verbleven met Hemelvaart drie dagen in het Benedictijnerklooster van Chevetogne. Twee studenten doen verslag.

  • Anton Rolfes
  • Dorien Keus

Twee tradities naast elkaar

Het klooster van Chevetogne is een bijzonder klooster. Twee zeer oude tradities bestaan naast elkaar: de rooms-katholieke (Latijnse) en de byzantijnse (Slavisch orthodoxe). De monniken delen hun leven en vieren in hun eigen traditie, in verbondenheid met de andere traditie. De grote feesten zoals Kerst, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren vieren de monniken gezamenlijk.

Een vermoeden van betekenis

Het feest van Hemelvaart werd gevierd vanuit de Orthodoxe traditie en dat begon al op de avond voor Hemelvaart. We arriveerden op woensdag aan het einde van de middag en vlot na het avondeten begon de viering die ruim 2,5 uur duurde. Het was een vreemde gewaarwording: een veelheid aan prikkels (in de kerk is geen plekje is onbeschilderd). Priesters lopen heen-en-weer, kaarsen worden aangestoken en weer gedoofd, bewieroking langs allerlei routes, schijnbaar eindeloze gebeden, staand of zittend op houten bankje. Je kunt er in het begin niks van maken. We zaten er met slechts een vermoeden van betekenis.

Foto: Ari Troost

Antwoord op wat aan ons vooraf gaat

Uitgangspunt bij het gebed is dat er in de hemel een eeuwigdurende viering van engelen en heiligen gaande is. Als mens mogen en kunnen we hierbij aanhaken. Zo raken hemel en aarde elkaar in de liturgie. En dat komt aan op zintuigen en andere golflengtes dan je thuis gewend bent. Maar na een uurtje ontstond resonantie. De meesten van de studenten raakten geboeid en gefascineerd door het onzegbare wat gebeurt zodra taal wegvalt en de vreemde vorm ‘het moet doen'. En dan blijkt ‘oud’ echt ‘goud’ te zijn. De meer dan duizend jaar oude liturgie wordt uitgevoerd, zonder toelichting. En plotseling merk je dat je in een ruimte terecht komt van eerbied, aanbidding, lofprijzing, nietigheid en afhankelijkheid. Dat boven en beneden elkaar raken. De liturgie toont zichzelf, als respons, als handelend antwoord op wat aan ons vooraf gaat.

Met die duizelingwekkende indrukken zijn we ons bed ingegaan. De volgende morgen was het grote feest, de dienst werd in- en uitgeluid met indrukwekkend klokgelui van een carillon dat één en al inauguratie jubelde. De rest van de dag was ook feestelijk ingevuld: een feestmaaltijd met wijn en ijs toe. Voor de sobere kloostermaaltijden uitbundig te noemen.

Pandaverblijf?

Wie denkt dat een kloosterleven een soort pandaverblijf is, heeft het grondig mis. De getijden zijn de bakens die het dagritme bepalen. Vijf momenten (om 06.00 de eerste) waarop de klokken luiden en de monniken (en wij) onze bezigheden staken en naar de latijnse of de byzanthijnse viering gaan. We merkten dat deze structuur je andere activiteiten stempelt: het helpt je om dingen ‘terstond’ aan te vatten (want zodadelijk begint de volgende viering).

Benedictijnen zwijgen bij de maaltijd. Één monnik leest voor uit een boek (niet noodzakelijk theologisch) en dat zorgt ervoor dat je aandachtiger meemaakt wat je eet en waar je bent.           

De omgeving van het klooster is prachtig, juist in deze tijd van het jaar: glooiende heuvels, geurende bossen, idyllische paadjes. ’s Avonds kun je de stilte horen en raak je onder de indruk van de sterrenpracht.

De rijkdom van de ander

Als theoloog maak je deel uit van de wereldwijde kerk, die vele verschijningen kent. Alleen daarom al is het goed om kennis te nemen van de variatie die er is. Door de rijkdom van de ander te ervaren – en ook door zaken te missen – leer je je eigen traditie beter kennen. Daarnaast is het waardevol (misschien wel onontbeerlijk) om als geestelijk verzorger of predikant een plek te hebben waar de viering niet van jou afhankelijk is, maar waar je bij de liturgie kunt aanschuiven. Dat hoeft natuurlijk niet het klooster in Chevetogne te zijn, maar dit was wel een mooi voorbeeld.

Foto: Anton Rolfes

Wat ons verraste en verheugde was dat er een unanieme waardering was voor de fijne en hartelijke openheid die we in de groep en in de contacten met de monniken ervoeren.

Al met al een niet te missen excursie die nieuw licht werpt op de eigen vertrouwde liturgisch traditie.

De Chevetogne-reis moet een jaarlijks terugkerend evenement worden voor de masterstudenten van het themaveld 'Vieren'. Meer informatie over het klooster in Chevetogne.

Headerfoto: Heleen Zorgdrager