Home/Bijbelblog/De Bijbel verouderd?
Dr. M.C.A. Korpel
Universitair Hoofddocent Oude Testament
8 november 2018

De Bijbel verouderd?

Is de Bijbel niet hopeloos verouderd? Er staan vast dingen in die lang geleden relevant waren, maar nu kun je er toch niet meer mee uit de voeten? Op die vragen gaan een paar medewerkers van de PThU de komende periode in. Hierbij de eerste blog van de serie.

Onlangs had ik een klussenman over de vloer, voor wat renovatiewerk. In gesprek met hem kwam mijn werk ter sprake. Theologie aan de universiteit. O, dat had met de Bijbel te maken, hè? En voor ik het wist kreeg ik een college van een breed georiënteerde handwerksman over spiritualiteit, en een samenvatting van alle religies, want daar had hij veel over nagedacht. Zo was hij tot de conclusie gekomen dat het verbod op het eten van varkensvlees gewoon te maken had met de omstandigheden van toen: warm land, geen koelkast, en varkensvlees waar je dan ziek van wordt. Maar niet een regel die nu nog van toepassing is. Ik kon hem geen ongelijk geven. Dus: is de Bijbel verouderd? Ja, natuurlijk is de Bijbel in bepaalde opzichten verouderd.

De Bijbel, en met name de Hebreeuwse Bijbel (het Oude Testament), is ontstaan in een oud-oosters milieu. Hij is inmiddels al zo'n 2000 tot 3000 jaar oud. We noemen de Bijbel het Woord van God, maar die woorden van God zijn wel door gewone mensen van toen opgetekend, in een taal van toen, het Hebreeuws. In een Midden-Oosters klimaat en in een oosterse cultuur. Er is veel in de Bijbel dat cultuur- en tijdsbepaald is, en nauwelijks anders is dan bij andere volkeren van die tijd. Zoals inderdaad het verbod op het eten van varkensvlees. Tegelijk is die oeroude Bijbel bijzonder, want hij spreekt mensen nog steeds aan, gelovigen, niet-gelovigen, minder-gelovigen. Daarom wordt dat oude boek nog steeds gelezen.

Kinderrijkdom?

Als God de eerste mensen geschapen heeft, zegt hij tegen de man en de vrouw: “Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde” (Genesis 1:28). In de tijd van de Bijbel was de aarde nog “woest en ledig” (Genesis 1:2) en bovendien was de kindersterfte enorm. Het was dus bittere noodzaak om veel kinderen te verwekken. Seksualiteit was vooral op de voortplanting gericht. Kinderen waren in de wereld van de Bijbel de oudedagsvoorziening.

Maar hoe zit dat nu? Op de World population clock wordt het aantal mensen op deze wereld bijgehouden met een teller. Je schrikt als je ziet hoe snel de klok loopt. Elke seconde komen er zo'n tien wereldburgers bij. Hoezo “word talrijk, bevolk de aarde”? Is die opdracht nog steeds geldig? Nee en ja.

Wie God en de Bijbel wil begrijpen wordt geacht al zijn verstand gebruiken (Deuteronomium 6:5; Lucas 10:27). Als we deze aarde willen bewaren voor generaties na ons, zou het verstandig zijn om die oude aansporing om je te vermenigvuldigen niet meer na te volgen. In het overbevolkte westen hebben we goede medische zorg en verpleegzorg voor ouderen.

Tegelijk zijn er ook delen van de wereld waar nog steeds een enorme kindersterfte heerst, waar het hebben van veel kinderen ook nog steeds noodzaak is. Zelfs in het geval van die opdracht om je voort te planten is dus niet zo eenvoudig te bepalen of hij nu wel of niet verouderd is. Als bijbellezer moet je je verstand gebruiken om te beoordelen of een tekst nog van toepassing is.

Toen en nu

Om aan te tonen dat de Bijbel verouderd is wordt vaak beweerd dat de wereld van toen niet te vergelijken is met die van nu. In zekere zin is dat waar. We rijden in auto's, werken met computers, laptops, mobiele telefoons. Productieprocessen zijn veelal geautomatiseerd. En toch is veel in het leven van mensen nauwelijks veranderd.

Nog steeds worden mensen geboren, nog steeds is zwangerschap risicovol voor vrouw en kind, nog steeds sterven ook in het westen vrouwen aan complicaties bij een zwangerschap. Ook nu nog worden mensen ziek, worden ze overvallen door depressies, kunnen ze zich voelen als Job, geslagen door het leven. Nog steeds gaan mensen uiteindelijk dood.

Weliswaar suggereren veel media dat we het eeuwige leven hebben en dat het geluk ons toelacht, maar de waarheid is anders. Misschien is het eerder zo dat we tegenwoordig het lijden liever wegstoppen. Maar hoe dan ook, in feite verschilt onze wereld wat leven en dood betreft maar nauwelijks van de Bijbelse wereld van meer dan drieduizend jaar geleden. Verdriet en lijden grijpen nog steeds mensen aan en maken dat zij op zoek gaan naar houvast, troost, bemoediging. Van de Duitse geleerde Hans-Walter Wolff (overleden 1993) is daarover in 1973 een prachtig boek verschenen: Anthropologie des Alten Testaments. Het is al diverse malen herdrukt en niet voor niets in 2010 opnieuw uitgegeven door Bernd Janowski, in een nieuwe vorm.

Bedreiging en hoop

Maar dan de grote wereld om ons heen, die zo klein is geworden. Wereldleiders die met één druk op de knop de halve wereld kunnen vernietigen. Terroristen die her en der aanslagen plegen. Onze wereld is toch een wereld die de bijbelschrijvers zich niet konden voorstellen? Mis! Jesaja (Jesaja 40-55) kon zich zo'n wereld wel degelijk voorstellen. In een tijd van doffe ellende verwoordt hij de angst van zijn tijdgenoten (Jesaja 51:6):

Kijk omhoog naar de hemel, kijk naar de aarde beneden: al vervliegt de hemel als rook, al valt de aarde uiteen als een oud gewaad en sterven haar bewoners als muggen.

De profeet kon zich het meest vreselijke op aarde blijkbaar wel degelijk voorstellen. Maar toch heeft hij het lef om hier Gods heil tegenover te zetten. Juist in de onvoorspelbare wereld van tegenwoordig kunnen mensen zich afvragen wat Gods heil is. Hoe zouden we nog wat kunnen merken van God? Waar vinden we nog troost? De profeet Jesaja voert dan het beeld van God als Schepper aan. “Schepper”, een woord dat aangeeft: degene die nog altijd doorgaat met scheppen, met het voortbouwen aan deze wereld. Mooi verwoord in Jesaja 51:16:

Ik leg je mijn woorden in de mond en bescherm je met de schaduw van mijn hand, om de hemel te planten en om de aarde te grondvesten, en om tegen Sion te zeggen: “Mijn volk ben jij.”

Bijbelvertalingen maken er vaak van dat God zegt: “Ik die de hemel plant, Ik die de aarde grondvest.” Vermoedelijk vinden de bijbelvertalers wat hier staat te ongepast. Maar het staat er toch echt, dat de mens door God in dienst wordt genomen om zijn scheppingswerk ter hand te nemen. Zoals ook Adam door God in de tuin van Eden geplaatst wordt om die te bewerken en te bewaken (Genesis 2:15).

Overal waar mensen nieuwe dingen mogen ontdekken, in alle takken van wetenschap, in de natuur, de kosmos, in techniek en medische wereld, in beeld en muziek, daar waar mensen elkaar bemoedigen en troosten, daar zou je kunnen zeggen dat Gods scheppingswerk voortgaat.

De Bijbel verouderd? Ja en nee. Door vergelijking met andere religies en culturen moeten we proberen de oud-oosterse schil van de Bijbel af te halen. Dat vergt nog veel werk. Maar het is absoluut de moeite waard!