Home/Bijbelblog/Bijbelse seksualiteit? (III)
Prof. dr. W.H.Th. Moehn
Bijzonder hoogleraar geschiedenis gereformeerd protestantisme vanwege de Gereformeerde Bond
14 februari 2019

Bijbelse seksualiteit? (III)

“U zult niet echtbreken” (Exodus 20:14). Vrijwel iedere zondagmorgen klinken deze woorden tussen 10.00 en 10.15 uur in de Grote Kerk te Hilversum. Dit gebouw is de plaats van samenkomst van een orthodoxe wijkgemeente, die met de toevertrouwde woorden van God midden in de samenleving van een uit de kluiten gewassen dorp wil staan.

Na de publicatie van de Nashville-verklaring is een beknopt statement op de website van de wijkgemeente geplaatst. Nieuwe inzichten waren er niet, omdat we uitgerekend in december een nieuw beleidsplan hadden aanvaard. Naast de kerkenraad waren vele gemeenteleden intensief betrokken bij de totstandkoming. Voor de hoofdstukken over 'pastoraat rondom het huwelijk' en 'pastoraat rondom homoseksualiteit' hebben we ruimschoots de tijd genomen. Zoekend en tastend proberen we gemeente te zijn binnen de polen van een veilige gemeente en een heilige gemeente. Het thema homoseksualiteit vraagt om een zorgvuldig zoeken naar woorden en pastorale fijngevoeligheid is een eerste vereiste. In het statement is dat als volgt verwoord: “Vanuit die behoedzaamheid willen we graag naast al onze homoseksuele broeders en zusters blijven staan.”

Leerdienst.nu

We kunnen niet volstaan met het wekelijks voorlezen van de Tien Geboden. Deze woorden vragen om vertaling naar het leven hier en nu. Uitgerekend op zondagmiddag 27 januari stond ik op het rooster om in de middagdienst te preken over 'het zevende gebod' – U zult niet echtbreken. Aan de hand van de Heidelbergse Catechismus, het klassieke leerboek van de kerk dat onverdeeld is in 52 zogenaamde Zondagen, zoeken we onze weg door de Tien Woorden. In Zondag 41 wordt het zevende gebod uitgelegd. De tekst luidt als volgt:

“Vraag 108: Wat leert ons het zevende gebod? – Antwoord: Dat alle onzedelijkheid door God vervloekt is en dat wij daarom, door er een hartgrondige afkeer van te hebben, eerbaar en ingetogen leven, hetzij in de heilige huwelijkse staat of daarbuiten. Vraag 109: Verbiedt God in dit gebod niet meer dan echtbreken en soortgelijke schandelijkheden? – Antwoord: Daar ons lichaam en onze ziel tempels van de Heilige Geest zijn, wil Hij dat wij die beide zuiver en heilig bewaren. Daarom verbiedt Hij alle onzedelijke daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe kan verleiden.”

Mannen over seksualiteit

Je probeert je een voorstelling te maken van Keurvorst Frederik III, ook wel de Vrome genoemd, de hoftheologen en adviseurs die in januari 1563 rond een grote tafel zitten. In een van de zalen van het kasteel van Heidelberg buigen zij zich over de tekst die uiteindelijk als de Heidelbergse Catechismus op de markt is gekomen. Mannen die hun taak serieus oppakken, want het moest niet minder worden dan een leerboekje voor de kerk, de kinderen op school en voor de mensen thuis.

Zo zijn zij terecht gekomen bij Zondag 41. ‘Wat zeggen we wel?’, ‘wat laten we rusten?’ en ‘hoe pakken we het aan?’ zijn de vragen waarop zij een antwoord moeten formuleren. Het lezerspubliek is breed: kinderen, pubers bij wie ook toen de hormonen door hun lijf gierden, jongvolwassenen, gehuwden en ongehuwden, weduwen en weduwnaars en alles wat binnen of buiten deze kaders valt.

Een spannende taak om zowel de ‘dogmatiek’ als de ‘ethiek’ in één boekje te behandelen! Tegelijk heb ik een kritische opmerking aan het adres van deze mannen. “Dit is toch een gemiste kans! Waarom hebben jullie niet gewoon vanuit de Bijbel verteld hoe mooi God ons mensen geschapen heeft en hoe mooi seksualiteit is? Had dat als eerste benoemd; daarna komt de rest. Maar eerst, en vóór al het andere het mooie en kostbare onderstrepen.”

Terug naar het begin

In Mattheüs 19 lezen we over een gesprek tussen Jezus en de Farizeeën. Op de achtergrond horen we de woorden van het zevende gebod. Het valt op dat Jezus hier niet met regels en voorschriften komt. Hij maakt als het ware een omtrekkende beweging en stelt voor om een antwoord te zoeken op de vraag hoe God het bedoeld heeft.

"Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden" (Mattheus 19:4-6). Ook hiervan heeft God gezegd dat het goed was.

Een grote stap voorwaarts

We kunnen in het verleden kijken en ons voorstellen hoe rond een tafel in Heidelberg is nagedacht over de formulering van de vragen en antwoorden van het nieuwe leerboekje. Zo kunnen we ook vanuit ons heden proberen een voorstelling te maken van de toekomst. Stel je onderzoekers, journalisten en columnisten voor die in 2099 volop bezig zijn met het schrijven van beschouwingen over de 21e eeuw. De nieuwe eeuw is slechts nog een kwestie van maanden. Ook de jaren twintig van deze eeuw komen aan bod – onze tijd. Eén ding zal hen zeker opvallen: het traditionele huwelijk van één man en één vrouw is toen ontzettend uitgehold. Allerlei alternatieven zijn gepromoot en vooral géén bevoogding en voorschriften.

In het midden van de tijd neemt Jezus zijn gesprekspartners mee naar de eerste hoofdstukken van de Bijbel. Opvallend dat God één man en één vrouw schiep. Tussen de regels door merken we dat zo niet over de dieren wordt gesproken. Die zijn er blijkbaar gelijk in grote aantallen. Met de mens is God persoonlijk begonnen en we worden getuigen gemaakt van de uitroep in extase: "Wat een vrouw!" – Niet "O, zij ziet er wel aardig uit…", of: "Maak er nog maar vijftien, dan kan ik kiezen." Op hetzelfde moment is duidelijk dat zij het helemaal is.

Het zou mooi zijn geweest wanneer de mannen in Heidelberg ook deze dimensie een plaats hadden gegeven in hun boekje, waarmee zij leiding wilden geven aan kerk en samenleving. Woorden als veiligheid en geborgenheid en toewijding zouden zij gebruikt kunnen hebben. Uiteraard is er daarna ruimte voor een aantal bordjes met waarschuwende teksten rondom het kwetsbare gebied van seksualiteit. In de tijd van #MeToo krijgen we meer dan ooit een beeld bij de woorden die toen gekozen zijn om grensoverschrijdende handelingen te omschrijven: ‘alle onzedelijke daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten’.

Lichamelijkheid

Een eerlijk verhaal over seksualiteit. Dan heb je het ook over ons lichaam. Gelukkig hebben de mannen rond de tafel daar oog voor gehad. Sprankelende teksten uit de boeken van Salomo hebben zij laten liggen. Niettemin, onze lichamen – lijf en geest – zijn de plaats waar de Heer wil wonen. Ons lichaam – als kind, als jongere, als gehuwde, als homo, als single, als weduwe of weduwnaar, als … Dat lichaam is tempel van de Heilige Geest.

Tegelijkertijd is ons gehele menselijk bestaan door de zonde beschadigd. Seksualiteit is een van de goede gaven van God, maar ook op dit brede terrein – waarbij het beslist niet alleen om homoseksualiteit gaat – draagt ieder mens op een of andere wijze de gevolgen van de gebrokenheid met zich mee. Daarom is het van groot belang er onder alle omstandigheden in naastenliefde en betrokkenheid voor elkaar te zijn om samen de goede strijd van het geloof te strijden.

Als we beginnen met de vraag: "Welke rol heeft God in mijn leven; in mijn omgang met mijn lichaam; in mijn verbondenheid met de ander?", zouden we dan niet een basis hebben voor gesprek – hoe lastig dat ook is?



Voor de tekst van de Heidelbergse Catechismus is gebruik gemaakt van Belijdenisgeschriften van de Protestantse Kerk in Nederland, K. Zwanepol, C.H. van Campenhout (red.), Heerenveen 2009. Citaten uit de Bijbel zijn weergegeven in de Herziene Statenvertaling.

Dit blog is het derde in een reeks over Bijbelse seksualiteit. Eerder schreef Heleen Zorgdrager over seksualiteit en huwelijk en Rinse Reeling Brouwer over homoseksualiteit