Home/Bijbelblog/De tafelgemeenschap als theologische bijdrage aan het voedseldebat
30 mei 2019

De tafelgemeenschap als theologische bijdrage aan het voedseldebat

Onze omgang met voedsel laat goed zien hoe menselijke processen de ecosystemen op aarde steeds meer beïnvloeden. Het perspectief van de tafelgemeenschap biedt mogelijkheden om vanuit kerk en theologie aan het voedseldebat bij te dragen.

Sinds enkele jaren wordt met steeds meer overtuiging verkondigd dat een nieuw geologisch tijdperk is aangebroken: het antropoceen. Het zou rond de industriële revolutie zijn begonnen en houdt in dat de mens de voorheen natuurlijke processen op aarde meer en meer beïnvloedt. Paradoxaal genoeg roept dit vooral gevoelens van onmacht op: kan de mens deze verantwoordelijkheid wel aan?

Het antwoord op dergelijke vragen wordt nogal eens gezocht in nog meer beheersing, vooral met behulp van technologische innovatie. Wie zo kijkt, zal weinig aanleiding zien de theologie te hulp te roepen, maar er zijn ook andere stemmen, die pleiten voor een democratisch gesprek inclusief de daarbij horende conflicten over de relatie tussen mens en natuur, de zin van het leven en de reikwijdte van onze verantwoordelijkheid voor de planeet. Veel van de dimensies van het ecologische vraagstuk komen samen in de omgang met ons dagelijks brood, een bijbels-theologisch kernwoord: de economische, de ethisch-politieke en ook die naar zin en doel, de spirituele of eschatologische vraag. Dit wil ik kort illustreren met het verhaal van een wonderbaarlijke picknick dat ons is overgeleverd via de vier evangelisten.

Groen gras

In de gelijkenis van de vijf broden en de twee vissen wordt voedsel gedeeld en krijgt iedereen genoeg (de materiele en economische dimensie). Het delen van het voedsel verloopt tijdens deze picknick op geordende wijze. Jezus zelf geeft daarvoor aanwijzingen (de politieke dimensie). Het verhaal staat in het teken van een orde van recht en vrede, van overvloed zelfs; een visioen van de aarde waarop wij hopen en die wij verwachten (de eschatologische dimensie).

Letterkundige en vertaalster Marie van der Zeyde (1906-1990) wijst in haar commentaar op dit verhaal bij Marcus op een afwijkend woord in de tekst. Jezus laat de mensen in groepen zitten voordat het brood wordt uitgedeeld (Marcus 6:40). Dan volgen twee ongebruikelijke woorden, “prasiai prasiai”. De Naardens bijbel vertaalt met “perk bij perk”, en van der Zeyde kiest voor  “bloembed bij bloembed”. De orde waarin het brood hier wordt gedeeld, wordt blijkbaar niet bepaald door familierelaties, leeftijd, inkomen, merite enz., maar betreft een orde van “bloembedden”. En dan is er nog een ander opmerkelijk woord.                            

Marcus, die altijd eenvoudige taal gebruikt en zelden een woord te veel, rept hier opeens van groen gras. Een bizar detail, want de bijeenkomst vond plaats op een woeste, verlaten plek, zoals hij eerder in het verhaal vermeldt. Het gras en de bloembedden roepen samen een feestelijke sfeer op: zou het verwijzen naar het beeld van de bloeiende woestijn? De lezer hoort daarbij als het ware een profetie van Jeremia (Jeremia 33:10-17): in het land dat nu een woestenij is, zullen vreugdezangen klinken. Zo krijgt de orde van de "bloembedden" vanuit het hele verhaal van de wonderbare spijziging zijn invulling: het betreft een orde waarin het leven in al zijn volheid gevierd wordt, waar mensen samen eten en delen en er ruim voldoende is voor iedereen.

Met dit verhaal zijn belangrijke bijbels-theologisch perspectieven op voedsel gegeven: het is een zaak van samen delen. Voedsel impliceert gemeenschap, koinonia. Bovendien is het een alledaagse gebeurtenis, waarin de lichamelijke, geestelijke en sociale dimensies van ons bestaan met elkaar worden verbonden. In het beeld van de tafelgemeenschap komen deze perspectieven bij elkaar.

Lichamelijke verbeelding

Bij het ontwikkelen van een dergelijk perspectief op het voedseldebat kunnen we veel leren van contextuele theologieën. Zij plaatsten de aandacht voor het dagelijks leven, waaruit de maaltijd niet weg te denken is, op de theologische agenda. Met name feministische theologen waren in dit opzicht belangrijk. Zij interpreteerden dogma’s en bijbelverhalen vanuit de ervaringen van vrouwen opnieuw en onthulden door middel van die herlezingen de lichamelijkheid en contextualiteit van deze schijnbaar abstracte dogma’s en tijdloze interpretaties. In contextuele theologiën van vrouwen vinden we het alledaagse leven als een bron voor theologie. Voor het perspectief van de tafelgemeenschap is de aandacht voor de materiële en lichamelijke kanten van het leven van belang, net als daarmee verbonden verlangen naar de volheid van het leven. Beide zijn centraal in de bloembeddenpicknick.

De verbinding tussen geest, lichaam en verwachting vinden we ook in het kerkelijke ritueel van brood en wijn.  Een verbinding tussen alledaagse tafelgemeenschappen en de tafel van de Heer wordt lang niet altijd gelegd. Sterker nog: je kunt spreken van regelrechte kloof tussen beide. Het avondmaal wordt vaak ervaren als een intern kerkelijk en liturgisch ritueel, dat weinig te maken heeft met het drukke en soms chaotische gebeuren van het samen eten buiten die context. Er is veel discussie onder kerkhistorici of en zo ja, hoe dan, de rituele en alledaagse maaltijd ooit een waren, maar zeker is dat beide in de loop van de geschiedenis uit elkaar groeiden, waarbij de nadruk steeds meer kwam te liggen op het rituele breken van het brood en steeds minder op het gezamenlijke eten. Hoewel er ook altijd gemeenschappen zijn geweest die probeerden de verbinding van beide maaltijden te herstellen, is in het brede kerkelijke leven veelal sprake van een scheiding. Het brood van de liturgie en het brood van de wereld (diaconie zo u wilt), kregen verschillende gestaltes.

Theologisch horen ze echter bij elkaar en kunnen elkaar wederzijds verduidelijken en verdiepen, zo betogen Luise Schottroff en Andrea Bieler in hun boek Eten om te leven: ‘een theologie van het avondmaal' . Ze wijzen op een basisfunctie van voedsel: het ontvangen van eten geeft vertrouwen, terwijl honger leidt tot vertwijfeling en uitsluiting. In dat licht lezen ze het avondmaalsritueel als een vorm van economische communicatie. Eschatologische verbeelding is daarbij een belangrijk begrip, dat Schottroff en Bieler definiëren als een ‘zintuigelijke, concrete activiteit en een sociaalpolitieke praktijk’. De mensen die samenkomen tijdens het avondmaal, met al hun lichamelijke gebreken, hun angsten en verlangens, scheppen samen een verwachting van het Rijk van God, die voor even de heersende gedachten over heil in onze samenleving, zoals vooruitgang, succes en gezondheid, onderbreekt.

Oefenplekken

Wanneer we nu de vraag stellen of we vanuit het perspectief van deze alledaagse, lichamelijke en verwachtende tafelgemeenschap een theologische bijdrage kunnen leveren aan het hedendaagse voedseldebat, moeten we ons realiseren dat we zelf ook onderdeel van de discussie zijn. De centrale rol van het brood en de wijn in de christelijke gemeenschap met haar liturgische, diaconale, kerygmatische een pastorale aspecten, maakt een theologische blik van buitenaf op het voedseldebat vrijwel onmogelijk. De kerkelijke geschiedenis met brood en wijn heeft zich immers in nauwe samenhang tot haar sociaal-economische, politieke en culturele context ontwikkeld,.

Toch biedt de lens van de tafelgemeenschap een eigen perspectief op het voedseldebat, omdat het  de aandacht vestigt op de relaties tussen de mensen rond de tafel. Daardoor komen onderwerpen in ons blikveld, die anders wellicht – in hun samenhang – onzichtbaar zouden blijven. Deze onderwerpen worden geactiveerd met behulp  van vier op het oog eenvoudige vragen: 1. wat eten we?, 2. waar eten we?, 3. met wie eten we? en 4. hoe eten we? Deze vragen richten onze blik op de verschillende economische, ruimtelijke, sociale en culturele aspecten in de relatie tussen de disgenoten en het voedsel en tussen de disgenoten onderling. Het vertrekpunt van koinonia betekent niet dat conflicten en verschillen verdwijnen, maar maakt deze juist beter zichtbaar, waardoor de erkenning van en de bewuste omgang met (machts)verschillen mogelijk wordt. Verlangens en verwachtingen worden hierdoor tastbaarder en scherpen zo ook de aandacht voor de spirituele dimensie van de tafelgemeenschap.

Zowel liturgische als diaconale maaltijdpraktijken bieden waardevolle oefenplekken met vragen rondom voedsel. Zij bieden een ingang op menselijke maat te midden van overweldigende ecologische vragen rond de verantwoordelijkheid van de mens in relatie tot de wereld om ons heen. Zij geven vorm aan het verlangen naar een orde van bloembedden en groen gras, ofwel naar een duurzaam leven in al zijn volheid. Daarom zijn zij een geschikte manier om vorm te geven aan de christelijke missie ten tijde van het "antropoceen". 

Een lange versie van deze blog verscheen in de eerste editie van het blad ‘Ophef’ in 2019. Erica Meijers is docent diaconaat aan de PTHU.