Home/Bijbelblog/Wijn verheugt God en mensen
Verder lezen

Dit blog is deels gebaseerd op het artikel “De wijn als troost in leven en in sterven: Enkele gedachten over de wijn en de Marzeach in Syrië en Palestina,” Phoenix 37,1 (1991), 40-54. Daarin staat meer informatie over de rol van wijn in de dodencultus en wordt verwezen naar buiten-bijbelse teksten. Het artikel is te vinden op www.exorientelux.nl.  

Zie voor goede informatie over wijn in de Bijbel ook de website van voormalig PThU-student Erik van Pijkeren: www.wijnindebijbel.nl.

26 april 2018

Wijn verheugt God en mensen

Elk jaar weer zijn er onderzoeken naar het drinken van alcoholische dranken in het algemeen en van wijn in het bijzonder: in hoeverre is dat schadelijk of misschien juist gezond? Zij die hopen op het tweede (af en toe een glaasje is goed voor een mens) werden vorige maand ernstig teleurgesteld door het bericht dat alle alcoholgebruik afkeurenswaardig is. Moslims zullen nu misschien geneigd zijn te denken dat dit het gelijk van de islam bevestigt: alcohol is uit den boze. De Koran waarschuwt ervoor, maar aan de andere kant wordt volgens de Koran de hemelse zaligheid bevorderd door de aanwezigheid van rivieren van goede wijn. Hoe zit dat nu eigenlijk met de Bijbel?

Een land “vloeiend van melk en honing” en wijn

Aan de Israëlieten (Hebreeën) die in Egypte slavenarbeid verrichten wordt een land beloofd “dat vloeit van melk en honing” (Exodus 3:8). Nadere verkenning van dat land wijst uit dat ook de wijn daar rijkelijk vloeit. De Egyptenaren wisten dat al. De Egyptenaar Sinuhe gaf in de twintigste eeuw v. Chr. een enthousiaste beschrijving van het noordelijke deel van Palestina, waar hij als vluchteling vertoefde: “Er waren daar vijgen en wijndruiven. Het had meer wijn dan water”. Zo zag ook het land er uit dat Jakob beloofde aan zijn zoon Juda: “Aan een wijnstok bindt hij zijn ezel, aan een wingerd het jong van zijn ezelin, in wijn wast hij zijn gewaad, in druivenbloed zijn bovenkleed” (Genesis 49:11). De verspieders, die het land moeten verkennen, bevestigen dit. Als de vrucht van het land tonen zij een enorme tros druiven, die slechts met twee man te torsen is (Numeri 13:23-27).

Gibeon, centrum van wijnbouw

Archeologische gegevens tonen aan dat Gibeon, 13 km ten noorden van Jeruzalem, vroeger een centrum van wijnhandel geweest moet zijn. Opgravingen brachten daar vele in de rotsen uitgehouwen wijnkelders aan het licht. Deze stammen uit de zevende eeuw v. Chr. Maar waarschijnlijk is de wijnindustrie daar nog veel ouder.

Dat Gibeon bekend was om zijn wijn kunnen we ook afleiden uit het verhaal in Jozua 9. Door zich voor te doen als reizigers uit een ver land weten de Gibeonieten een verbond met de Israëlieten te sluiten en zo de dreigende verwoesting van hun stad te voorkomen. Met nadruk wordt vermeld dat de Gibeonieten wijn bij zich hadden. Als later uitkomt dat ze Jozua en de zijnen hebben misleid, worden ze ertoe veroordeeld houthakkers en waterputters te worden voor de Israëlieten. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn voor enige reserve van de kant van de Israëlieten ten aanzien van het gebruik van wijn: laten die wijnhandelaren maar uit een ander vaatje tappen. Het is ook opvallend dat Gibeon een slechte naam heeft. Als er iets bij Gibeon gebeurt, is het doorgaans iets akeligs (zie de verhalen in 2 Samuël 2:12-17 en 20:8-10).

Geheelonthouders

Er waren ook Israëlieten die niets van wijn moesten hebben, zoals de Rechabieten. Deze bevolkingsgroep onthield zich van het gebruik van wijn. Ze worden beschreven in Jeremia 35. Ze motiveerden dit door te wijzen naar de herkomst van het volk Israël. Men mocht niet vergeten dat ze uit de woestijn gekomen waren en men waarschuwde voor de gevaren van het cultuurland. Eén van die gevaren was in hun ogen de wijn. Over het geheel genomen stond men echter in Israël niet afwijzend tegenover het drinken van wijn. Een volledige maaltijd was ondenkbaar zonder wijn. En dat gold voor alle lagen van de bevolking. Wat dit betreft is er ook geen verschil tussen Oude of Nieuwe Testament.

Ontdekking van wijn en van dronkenschap

In het Oude Testament wordt de ontdekking van wijn toegeschreven aan Noach (Genesis 9:20). De naam van Noach heeft er ook mee te maken. Bij zijn geboorte gaf zijn vader Lamech hem die naam en gaf als reden daarvoor: “Deze zoon zal ons troost geven voor het werken en zwoegen dat ons deel is omdat de HEER het akkerland heeft vervloekt.” Hij verbond zo de naam Noach aan het Hebreeuwse werkwoord voor “troosten” (nacham). Die troost is dus gelegen in de wijn als vrucht van deze zware arbeid: het kost moeite, maar je doet het voor iets goeds.

Overigens is Noach volgens dit verhaal ook de eerste die de schaduwzijde van deze troost ontdekt. Want hij bedrinkt zich al snel en maakt zich daarna te schande voor zijn zoons. Het schijnt trouwens zo te zijn dat men in Palestina wat dit betreft verhoogde risico's loopt, want de hier geproduceerde wijn stond bekend als koppig en niet ongevaarlijk.

In latere Arabische en Joodse vertellingen wordt deze ongewenste bijwerking toegeschreven aan de invloed van Satan. Deze zou Noach hebben geholpen bij zijn werk aan de wijngaard. Satan voedde de wijnrank met het bloed van een lam, een leeuw, een varken en een aap. Zo zou het komen dat de mens zo onnozel is als een lam als hij nog voor de keuze staat om wijn te gaan drinken of niet. Als hij er vervolgens met mate van drinkt krijgt hij leeuwenmoed. Als hij te veel drinkt wordt hij als een varken dat zich wentelt in zijn eigen afval en als hij dronken is lijkt hij in zijn dwaasheid op een aap.

Wees gewaarschuwd, maar geniet!

Tegen deze negatieve effecten van de wijn werd veel gewaarschuwd door wijze opvoeders, ook in de Bijbel. In het Nieuwe Testament vinden we dat in de brief aan de Efeziërs: “Bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is” (5:18). Mensen met een leidinggevende functie in de kerk moeten het goede voorbeeld geven (zie 1 Timotheüs 3:3, 8; Titus 1:7).

Eerder al hield Jezus Sirach (begin tweede eeuw v. Chr.) zijn leerlingen voor: “Wijn en vrouwen brengen verstandige mannen van de wijs” (19:2). En in het boek der Spreuken zegt een koningsmoeder tegen haar zoon: “Een koning mag zich evenmin te buiten gaan aan wijn, dat past hem niet, een leider mag niet hunkeren naar drank. Hij mag niet drinken en zijn plicht vergeten, de rechten van verschoppelingen schenden” (31 :4-5). Voor de laatstgenoemden, de mensen die het moeilijk hebben, acht zij de wijn wel gepast: “Geef drank aan wie een kommervol bestaan leiden, geef wijn aan wie diep ongelukkig zijn. Laat ze maar drinken en hun armoede vergeten, moge hun gezwoeg uit hun herinnering verdwijnen” (31 :6-7). Het zou al te argwanend zijn om te veronderstellen dat zij de wijn hier ziet als een middel om het volk in toom te houden. De koning wordt immers door haar opgeroepen om het recht te handhaven. Bij dat recht hoort ook dat mensen van het leven kunnen genieten of ten minste het leven kunnen verdragen. De wijn is daarbij een algemeen erkend middel. “Wijn verheugt het hart van de mensen”, zingt de dichter van Psalm 104 (vers 15). En hij wordt bijgevallen door Prediker: “Wijn maakt het leven vrolijk” (10:19).

Wijn als goddelijke drank

Men hoopte met behulp van de wijn ook het verblijf in het dodenrijk te kunnen veraangenamen. Aan het begin van dit blog werd al verwezen naar teksten in de Koran die spreken van hemelse wijn. In de christelijke traditie kennen we de voorstelling van de “wijn in het koninkrijk van God” (zie hierover de blog van Jonathan Pater van 6 juli 2017). Men kan ook het wonder van Kana (Johannes 2:1-11) in dit kader zien. Voorlopers van die verwachting zijn al eeuwen eerder te vinden in het oude Nabije Oosten, bijvoorbeeld in afbeeldingen van de overledenen met een beker in de hand. Ook in de rabbijnse literatuur uit de derde eeuw is nog sprake van het gebruik om de doden met wijn te voorzien, zonder dat daar een negatief oordeel over wordt uitgesproken.

Goden houden van wijn. Dat zie je in bijna alle godsdiensten terug. Ook de Bijbel noemt het: “De wijn verheugt goden en mensen” (Rechters 9:13). Men kan het woord voor “goden” ook in het enkelvoud vertalen en van een hoofdletter voorzien, zoals gedaan is in het opschrift boven dit blog. Nu is er in het Oude Testament wel sprake van wijnoffers voor de God der Israëlieten, maar nergens wordt beschreven dat Hij ook daadwerkelijk wijn drinkt. We lezen dat wel van andere goden (Deuteronomium 32:37-38). In een oud Kanaänitisch verhaal uit de stad Ugarit wordt zelfs verteld over de dronkenschap van de oppergod El. Dat had ook een geneeskundige achtergrond, want het wordt gevolgd door een recept voor een middel tegen een kater.

Conclusie

Als het over wijn gaan is de Bijbel positief en tegelijkertijd ook realistisch. Jezus Sirach vat het in 31:27-28 goed samen:

Wijn is leven voor een mens
als je hem met mate drinkt.
Wat is het leven zonder wijn?
Wijn werd al in het begin gegeven om vreugde te schenken.
Als je hem op het juiste moment en met mate drinkt,
geeft hij blijdschap en vreugde.