Home/Bijbelblog/Adam en Eva buiten de Bijbel?
Dr. M.C.A. Korpel
Universitair Hoofddocent Oude Testament
Ook in de Islam

Opmerkelijk bij de god Horan is dat een aantal van zijn Kanaänitische bijnamen niet alleen in het latere jodendom weer genoemd worden, maar ook in de islam nog steeds bekend zijn als aanduidingen voor Iblis, de duivel in de Islam, zoals `de Vijand' en `de (slechte) Prins'. Die namen worden op gelijke wijze geschreven als destijds in Kanaän. Ook andere elementen uit het verhaal blijken hun weg gevonden te hebben naar geschriften van de islam.

Waarom zouden Ugaritische teksten ouder zijn dan de Bijbel?

Het Hebreeuws is net als het Ugaritisch een alfabetisch schrift. Het systeem van het alfabet is echter pas omstreeks de vijftiende eeuw voor Christus uitgevonden, en kleine tekstjes in het Hebreeuwse schrift verschijnen pas vanaf de 10e eeuw voor Christus. Het Ugaritisch schrijft is een van de oudste alfabetische schriftsoorten. Bovendien weten we dat omstreeks 1250 de stad Ugarit geheel verloren is gegaan door brand. De teksten van Ugarit dateren dus van 1500-1250 voor Christus. Dat betekent dat we voor de vroegste periode van het bestaan van Israël zijn aangewezen op oudere buitenbijbelse bronnen zoals de kleitabletten uit Ugarit. Ook de Bijbel zelf geeft al aan dat men binnen Israël pas vrij laat is begonnen met schrijven. Het werkwoord "schrijven" komt in de Bijbel voor het eerst voor ten tijde van Mozes.

Verder lezen

Marjo Korpel en Johannes de Moor, Adam, Eva en de Duivel: Kanaänitische Mythen en de Bijbel, Vught: Skandalon 2016, 336 pp.

https://www.academia.edu/7590180/Photographic_Archive-Incantions_and_Anti-Witchcraft_Texts_from_Ugarit.

2 juni 2016

Adam en Eva buiten de Bijbel?

Aan het bijbelse paradijsverhaal liggen Kanaänitische mythen ten grondslag. Ten minste, dat zeggen de onderzoekers Marjo Korpel en Johannes de Moor. Oude kleitabletten uit Ugarit, een vergane stad in het voormalige Kanaän, lijken een oerversie te bevatten van het verhaal van Adam en Eva. Het grote belang voor de bijbeluitleg is gelegen in de verschillen tussen de Kanaänitische mythe en de bijbelteksten. Pas door de vergelijking ontdekt men het unieke van de Bijbel. Zo is Adam niet uniek, evenmin als de slang. Wel uniek is de grote verantwoordelijkheid die mensen krijgen in de Bijbel.

Lang vóór de Bijbel

Sinds 1928 zijn er aan de kust van Syrië in ruïnes van het oude koninkrijk Ugarit veel kleitabletten gevonden. De teksten op de tabletten zijn geschreven in een van de oudste alfabetische schriftsoorten van de wereld, namelijk het Ugaritisch. Ugaritisch is een taal die sterk leek op het oude Hebreeuws, maar het schrift is anders. Maar niet alleen de taal vertoont overeenkomsten. De religieuze teksten uit Ugarit vertonen ook grote gelijkenis met de bijbelse teksten. De teksten uit Ugarit zijn echter ouder dan de bijbelse. De kleitabletten uit Ugarit dateren uit de 15e tot de 13e eeuw voor Christus. De oudste geschreven teksten van de Bijbel die nu nog bestaan, zijn de teksten uit Qumran bij de Dode Zee in Israël, uit de 3e eeuw voor Christus. De Hebreeuwse teksten waarop de moderne bijbelvertalingen zijn gebaseerd zijn zelfs nog jonger. Die dateren pas van de 10e eeuw na Christus. Er ligt dus tussen die bijbelse handschriften uit de Middeleeuwen en de Ugaritische kleitabletten een tijdsverschil van meer dan 2000 jaar.

Adam als god

In Ugarit woonden Kanaänieten. Dankzij de teksten weten we veel meer van hun godsdienst. Dat er nauwe verwantschap moet zijn geweest tussen de Kanaänitische en bijbelse verhaaltradities laat zich niet alleen in de taal zien, maar ook in de naam voor de scheppergod die precies hetzelfde is als in de Bijbel (El). Het blijkt ook uit de beeldspraak die voor God en goden gebruikt worden. Ongeveer de helft daarvan komt zowel in de Bijbel voor als ook in de teksten uit Ugarit (zoals bijv. God als herder, als koning, als stier, als rots, als vader). Ook de naam Adam is bekend uit de godsdienst van de Kanaänieten, niet alleen uit Ugarit, maar ook uit teksten uit Ebla, Mari, Anatolië, Ugarit, Assyrië en Egypte. In die teksten wordt Adam beschreven als een god. Hij wordt dan meestal samen genoemd met zijn vrouw Kubaba. Uit Ebla weten we dat deze Adam vereerd werd `in de tuin'.

Interessante vondst

In 1961 zijn twee kleitabletten uit Ugarit ontdekt en vrij snel daarna gepubliceerd. Een nieuwe wijze van lezen heeft geleid tot een samenhangend verhaal over deze Adam uit Kanaän. Op basis van de twee kleitabletten en met behulp van informatie uit de geschriften van de oude schrijver Philo van Byblos over de godsdienst van de Feniciërs (ook behorend tot het gebied van Kanaän) hebben Korpel en De Moor een mythe weten te reconstrueren over het oerbegin zoals die in Kanaän en ook bij de bijbelschrijvers bekend moet zijn geweest.

Bijbelonderzoekers stelden al veel langer dat er  in de Bijbel teksten voorkomen waarin resten te zien zijn van wat men wel de `Adamitische Mythe' of `Mythe van Adam' heeft genoemd. Men zag daar sporen van in Jesaja 14:12-15, Ezechiël 28 en 31, Psalm 82 en Job 15:7-16. Het moet wel zo zijn dat de bijbelschrijvers van die teksten een verhaal gekend hebben dat ging over de opstand van een mens of een god tegen de hoogste god. Als gevolg van deze ongehoorde daad wordt deze mens of god uit de godenwereld verdreven. Tot op heden was zo'n verhaal echter nooit gevonden. Het lijkt er nu echter op dat twee kleitabletten uit Ugarit (KTU 1.107 en 1.100) veel van deze verloren gewaande mythe nog bewaard hebben.

Opstandige god

In de Kanaänitische mythe wordt verteld dat de eerste zonde is begaan door een god die de hoogste plaats in de godenwereld wilde innemen, bovenop de berg Ararat. De naam van deze god was Horan. Vermoedelijk  betekent zijn naam `hij die in vuur en vlam staat'. Zijn streven naar de hoogste plaats wordt  hem niet in dank afgenomen door de hoogste god El. Voor straf wordt Horan uit de hemel geworpen, vanaf de berg Ararat naar de Syrische woestijn. Uit woede vergiftigt Horan op zijn beurt de hele wereld door een giftige mist.  In de wijngaard van de goden verandert Horan de Boom van het Leven in een Boom van de Dood. Dat doet hij door zichzelf er in de vorm van een gifslang in te nestelen. Het gevolg is dat geen van de goden de vruchten van onsterfelijkheid meer kan nuttigen die aan deze boom groeiden.

Adam wordt mens

Vanuit de godenwereld wordt nu de god Adam aangewezen om naar de Wijngaard van de goden af te dalen en de grote slang in de boom te verslaan. Adam moet de wereld redden van de giftige greep van Horan. Helaas mislukt Adams missie, want voor hij iets kan doen wordt hij al gebeten door de slang. Daardoor krimpt hij tot menselijke proporties en wordt hij sterfelijk.

De zonnegodin neemt vervolgens maatregelen. Ze roept een hele reeks goden op om het gif van de slangenbeet te ontkrachten. Helaas blijkt niet een van de goden hiertoe in staat, zelfs de hoogste god El niet. Het betekent dat Adam inderdaad zal moeten sterven.

Uiteindelijk is het de rebelse god Horan zelf die beseft dat het zo niet langer kan. Niemand kan immers meer eten van de Boom des Levens. Dat betekent dat het leven van iedereen op het spel staat. Horan bekeert zich en rukt de Boom des Doods met wortel en tak uit.

Hoe gaat het verder met Adam? We zagen al dat hij door Horan veranderd was van een god in een sterfelijke mens. Daarna krijgt Adam een goedaardige vrouw. Met haar samen kan hij via de voortplanting toch zorgen dat de mensheid eeuwig kan voortbestaan. Op zijn beurt verwekt Horan geboortegodinnen die er voortaan voor zorgen dat zwangerschap en geboorte goed verlopen.

Lijnen naar de Bijbel

Is dit het oerverhaal van Adam en Eva? Er zitten in elk geval veel gelijke elementen in. Zoals de naam van de hoogste god (El) en van de eerste mens (Adam), de rol van een slang. De `wijngaard van de goden' in de mythe is te zien als het Kanaänitische paradijs. Deze wijngaard lag aan de voet van de berg Ararat, tussen de twee rivieren Eufraat en Tigris, net als in de Bijbel.

Het was bijbelwetenschappers altijd al opgevallen dat de Bijbel het paradijs op verschillende manieren beschrijft. De Kanaänitische mythe helpt om dit te verklaren. Zo wordt in Genesis gesproken over de tuin van Eden, maar in Ezechiël blijkt de tuin van Eden gelegen te zijn op de berg van God, en dat zou dan de berg Ararat zijn. In Jesaja 27 wordt de strijd met de slang gesitueerd in de Wijngaard van de Heer. Het lijken verschillende aanduidingen, maar de mythe uit Kanaän laat zien dat in feite in alle drie de teksten hetzelfde bedoeld is. Zo zijn er talloze overeenkomsten en verschillen vast te stellen, ook met teksten uit het Nieuwe Testament en buitenbijbelse joodse teksten (de zogenaamde pseudepigrafische teksten).

Verschillen

Hoewel de overeenkomsten groot zijn, maakten de bijbelschrijvers hun eigen, scherpe keuzes. Het grootste verschil is natuurlijk te zien in het geloof in de Ene God in plaats van de vele Kanaänitische goden. In Genesis is het ook niet een rebelse god die de eerste zonde begaat, maar een mens. De schuld kan nu niet meer worden afgeschoven op een godheid of op een slang of de duivel. De mens wordt zelf verantwoordelijk voor de keuzes tussen goed en kwaad.

Wat zijn de gevolgen voor de uitleg van Genesis 2 en 3? Als Adam oorspronkelijk een mythische figuur was, moet de tekst veel meer gelezen worden zoals gelijkenissen van Jezus. In de verleden tijd wordt iets verteld waaraan de lezers zich kunnen spiegelen.

In de kerkelijke traditie is vaak veel nadruk gelegd op de schuld van Eva. Zij zou alle ellende in de wereld op haar geweten hebben. De tekst van Genesis lijkt nu echter veel meer de bal neer te leggen bij elk mens: Hoe zouden wij gereageerd hebben? Zouden wij het anders gedaan hebben dan de voorbeeldfiguren van Adam en Eva? Zo schrijft ook de apostel Paulus al in zijn Romeinenbrief. Hij begint weliswaar met te zeggen dat door één mens de zonde in de wereld is gekomen, maar voegt er vrijwel direct achteraan: `want ieder mens heeft gezondigd' (Romeinen 5:12). We gaan niet vrijuit als mensen, en kunnen niet de schuld afschuiven op Adam en Eva. Zij zijn slechts voorbeelden voor ons als lezers. Zoals in het Nieuwe Testament de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan ons oproept ons te vereenzelvigen met de personen in dat verhaal, zo doet het paradijsverhaal dat ook.

Marjo Korpel, universitair hoofdocent Oude Testament PThU Groningen

 

Verder lezen
Marjo Korpel en Johannes de Moor, Adam, Eva en de Duivel: Kanaänitische Mythen en de Bijbel, Vught: Skandalon 2016, 336 pp.
https://www.academia.edu/7590180/Photographic_Archive-Incantions_and_Anti-Witchcraft_Texts_from_Ugarit.

Reageren ?