Paulus en de wet: het moeilijkste vers van het Nieuwe Testament?

6 augustus 2020

Deze bijbelblog gaat over een bijzonder lastige zin in een van de brieven van Paulus. Wat Paulus precies bedoelde is onduidelijk. Hoe erg is dat? Is daardoor ook onduidelijk wat hij wil zeggen?

Waarom de wet?

In het hart van zijn brief aan de gemeentes in Galatië schrijft Paulus volgens de NBV-vertaling het volgende:

''De wet is later ingevoerd om ons bewust te maken van de zonde, in de tijd dat de nakomeling aan wie de belofte was gedaan nog komen moest. Ze werd door engelen aan een bemiddelaar gegeven. Maar bemiddeling is niet nodig wanneer er maar één is die handelt, en God handelt alleen''. (Galaten 3:19–20)

In de aanloop tot deze woorden heeft Paulus alle gewicht op de belofte aan Abraham gelegd. Die belofte ziet hij vervuld met de dood en opstanding van de Messias. Hij beschouwt zijn eigen tijd als de eindtijd, waarin het beloofde heil voor alle volken is. Als tegenhanger hierbij relativeert hij de wet die het joodse volk via Mozes op de Sinaï heeft ontvangen. Dat laatste riep wel meteen een vraag op: ‘Waarom dan toch de wet?’ Die vraag begint Paulus nu te beantwoorden.

Discussie over de vertaling

Er zit nogal wat uitleg in de NBV-keuzes. Dit is bijna onvermijdelijk, want vertalen is kiezen, en vertalen kan pas als je een tekst zo goed mogelijk hebt begrepen. Zo staat er nu dat de wet er is ‘om ons bewust te maken van de zonde’. Dat is een mogelijkheid, vooral ingegeven door de latere brief van Paulus aan de  Romeinen, waarin Paulus zegt dat je de zonde pas kent door de wet (zie Romeinen 7:7). Zo vullen de NBV-vertalers de woorden ‘vanwege/ten behoeve van de overtredingen’ in. Iets voorzichtiger zou zijn om te vertalen met ‘om de overtredingen te laten blijken’. Maar er zijn ook vertalers die een heel andere kant op gaan. Volgens hen bedoelt Paulus met ‘vanwege’ niet dat de overtredingen aan het licht moeten komen, maar dat deze binnen de perken gehouden konden worden. De tekst maakt dat mogelijk: het is een kwestie van uitleg.

Nog sterker wordt het bij het laatste zin, over de ‘bemiddeling’. Net als de meeste vertalingen werkt de NBV hier een lastige zin uit. Paulus zegt namelijk alleen: ‘Maar de bemiddelaar is niet van één; God is echter één.’ Wie is hier ‘de bemiddelaar’? Wat betekent ‘van één zijn’? Welke tegenstelling heeft Paulus op het oog?

400 interpretaties

Dit vers staat bekend als het moeilijkste van het hele Nieuwe Testament. Er zouden honderden verschillende interpretaties van alleen dit vers bestaan. De oorsprong van deze schatting ligt bij de onbekende Saksische predikant Weigand, die in 1821 de verschillende interpretaties in kaart probeerde te brengen. Hij somde alfabetisch 240 commentatoren op, die allemaal van elkaar in opvatting verschillen, soms weinig, vaak veel. Hij voegde er tijdens het drukken van zijn verhandeling nog drie recente aan toe, en kwam natuurlijk ook met zijn eigen, nieuwe opvatting. In datzelfde jaar kon Georg Benedict Winer nog wat bronnen noemen, en zo kwam het getal uit op 250. In de loop van de negentiende eeuw liep het op tot 300 en in de twintigste zelfs tot 400.   

Paulus formuleert onhelder

Het vers leidde ook tot een fraaie verzuchting van de Lutherse predikant van Kampen, Michelsen, in 1879:

"Dit is het meest beruchte vers van het N. T. met zijn 300 verklaringen, die van Holsten nog niet eens meegerekend. Wat van deze te zeggen? Geen onzin zoo groot of er is een duitscher, die  er een diepen zin in zoekt en meent te vinden, en als hij dien gevonden heeft, staan er twee hollanders klaar om hem in de diepte eerbiedig te volgen. Gelukkig zijn er, wier verstand niet door de exegese verwoest is."

Michelsen zelf kiest, zoals wel vaker, voor een radicale oplossing: hij neemt aan dat het vers helemaal niet van Paulus is. Hij moet wel een ingewikkelde comedy of errors aannemen om te verklaren hoe het vers in de brief terecht is gekomen, en dat maakt zijn voorstel kwetsbaar. We kunnen beter aannemen dat de woorden van Paulus zelf zijn, en ook dat Paulus misschien niet helemaal helder formuleerde.

Lagere status voor de wet

In deze beperkte bijbelblog kan ik natuurlijk niet alle voorstellen weergeven. Ik kan zelfs geen oplossing aandragen. Een paar mogelijkheden zijn er wel te noemen. Ten eerste moet het uitgangspunt wel zijn dat Paulus kennelijk iets negatiefs wil zeggen over ‘bemiddeling’: de wet is bemiddeld, en daarom is er een probleem mee. De grote vraag is echter wat dat probleem dan zou zijn. Is het dat Mozes bemiddelaar was voor de engelen, die met meer zijn? Of is het dat bemiddeling sowieso een extra stap is, indirect en ingewikkeld? Redeneert Paulus in het algemeen, of heeft hij alleen dit deel van de wet op het oog? Het blijft allemaal vreemd, ook omdat elders in het Nieuwe Testament (1 Tim. 3:5; meerdere passages in Hebreeën) Jezus zelf gewoon een bemiddelaar wordt genoemd.

De precieze bedoeling van dit vers zal wel altijd omstreden blijven. Ik denk dat de Galaten zelf zich destijds ook wel achter de oren zullen hebben gekrabd. Zo gaat het wel vaker: we weten ongeveer wat Paulus in het algemeen bedoelt, maar kunnen niet elke stap in zijn redenering precies volgen. Dat eerste is gelukkig ook belangrijker.

In het geval van deze brief wil Paulus zijn tegenstanders het beroep op de wet uit handen slaan: zij hadden de Galaten wijsgemaakt dat ze zich moesten laten besnijden, en dat druiste tegen Paulus’ basisovertuiging in. De brief is dan ook grotendeels de uitwerking van zijn intuïtieve reactie ‘Dat nooit!’ Hij komt daarop met een duidelijk schema: de belofte aan Abraham en de wet van Mozes komen volledig los van elkaar te staan. Abraham kreeg de belofte ver voor de wet er kwam, en die belofte wordt in de huidige tijd in Christus vervuld voor de volken, en ook daar heeft de wet niets mee te maken. Zo beperkt Paulus de werking en geldigheid van de wet tot een bepaalde periode, namelijk van 430 jaar na Abraham tot aan Christus. Leven in de Geest als geroepene van Christus is voldoende, er hoeft geen besnijdenis bij.  

Radicaler dan ooit

Paulus gaat hierbij ook in op het doel van de wet, hoewel de uitleggers het op dit punt duidelijk oneens zijn. Op zijn positiefst was de wet volgens Paulus een nuttige, tijdelijke oppasser, op zijn negatiefst een gevangenbewaarder of zelfs bron van ellende, als veroorzaker van de overtredingen. Paulus lijkt langs de gedachte te scheren dat de wet niet deugt en zelfs niet van God komt. Volgens sommigen is dat ook precies wat hij bedoelt, al laat hij het nog net aan de lezers zelf over om die conclusie trekken. Volgens anderen schrikt hij toch terug voor zo’n radicale verandering.

Ergens in dit betoog speelt ons vers 20 een rol. Het zou nogal schokkend zijn als Paulus juist het Sjema, die centrale joodse belijdenis ‘De Heer is één’ (Deuteronomium 6:4), gebruikt om de wet geheel buiten spel te zetten.

Later in zijn loopbaan, in de brief aan de Romeinen, komt Paulus op deze thematiek terug. Mijn indruk is dat hij heeft aangevoeld dat hij bij de Galaten wat te ver was gegaan in zijn verontwaardigde enthousiasme. Hij neemt dan de tijd om zijn ideeën te nuanceren en te verdiepen, en blijft niet bij het schema van Galaten staan.

Deze bijbelblog is een licht bewerkte versie van een leerhuisbijdrage aan het Friesch Dagblad van 30 mei 2020.

Cookies

We vinden het belangrijk om je daar goed over te informeren. Cookies helpen ons je ervaring op onze website te verbeteren. Functionele cookies dragen bij aan een soepel draaiende website. Analytische cookies bieden ons inzicht in hoe gebruikers de website gebruiken. Met marketing-cookies kunnen we je op basis van je websitebezoek gepersonaliseerde inhoud bieden.