Heb je een vraag of goed idee voor het bijbelblog?

Hoe Bijbels is de opstandingsfilm Risen?

7 april 2016

De film Risen draait op dit moment in veel bioscopen in Nederland. De film gaat over de opstanding van Jezus vanuit het perspectief van de (fictieve) Romeinse tribuun Clavius. De beoordelingen van kijkers en recensenten lopen uiteen. Ook bij het publiek tijdens de voorpremière in Groningen, waar hoogleraar Nieuwe Testament Annette Merz een inleiding verzorgde, waren de meningen na afloop verdeeld.

Professor of New Testament

Over de film

De film Risen is zeker boeiend. Goede acteurs leveren overtuigende acteerprestaties. Dat geldt vooral voor hoofdrolspeler Joseph Fiennes. Hij speelt Clavius, die de opdracht krijgt het verdwenen lichaam van een geëxecuteerde op te sporen, maar een levende Jezus vindt en daardoor in een diepe persoonlijke crisis raakt. Ook Jezus (gespeeld door Cliff Curtis) en Pilatus (door Peter Firth) zijn overtuigende personages.

De discipelen zijn vrij eendimensionaal en naïef neergezet en maken daardoor minder indruk. Maria Magdalena wordt neergezet als een cliché stadsbekende hoer. Dit zorgt voor één grappige scene, maar dit doet haar als historische persoon en Bijbelse figuur geen recht. Verder zorgen de exotische historische setting, schitterende natuuropnames en vooral natuurlijk het boeiende verhaal – de dagen na de kruisiging beleefd door de ogen van een Romeinse militair – ervoor dat je je niet hoeft te vervelen.

Geweld

De film bevat veel gewelddadige scenes. We zien een militaire actie tegen Joodse guerrilla­strijders die zonder genade doden en gedood worden, uiteraard de kruisiging met de daaraan verbonden martelingen en doodsstrijd, een Romeinse lijkverbranding en een Joods massagraf. We zien dit alles van dichtbij en wel met een goede reden. De hoofdpersonages van deze film zijn Romeinse soldaten en bestuurders. En het thema – wat geweld met mensen doet en welke keuzes mensen maken in een wereld vol geweld - is een van de doorlopende lijnen in het verhaal. Jezus’ boodschap van onvoorwaardelijke liefde en het niet vergelden van geweld staat in contrast met het soldatenbestaan in een bezet land, waar geweld en tegengeweld elkaar versterken. Dit is het dagelijkse leven, terwijl iedereen eigenlijk niets anders verlangt dan een vredig en rustig leven, “een dag zonder doden”, zoals Clavius het tegenover Pontius Pilatus verwoordt.

De oudste getuige: Paulus

In de media wordt de film dus nogal verschillend gewaardeerd. Trouw noemt de film een “saai en klef zendelingsdrama”. De EO schrijft: “Hollywoodknaller ‘Risen’ blijft Bijbel trouw”.

Het laatste, dat de film trouw aan de Bijbel zou zijn, hoor je vaak en dit werd ook verwoord door toeschouwers na de voorpremière van de film in Groningen. Maar klopt dat vanuit bijbelwetenschappelijk oogpunt wel? Hoe spreekt het Nieuwe Testament over de opstanding? In ieder geval niet met één stem!

Wat veel mensen zich niet realiseren is dat de oudste getuigenissen over de opstanding van Jezus niet de opstandingsverhalen uit de evangeliën zijn, maar korte tekstfragmenten zijn die wij bij Paulus tegenkomen. Paulus heeft dit weer overgenomen van de eerste getuigen. De kern van wat Paulus gehoord heeft van Petrus en anderen staat in 1 Korintiërs 15:3-8:

In de eerste plaats heb ik u doorgegeven wat ik zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften; en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn; sommigen echter zijn gestorven. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. Het laatst van allen, als aan een misgeboorte, is Hij ook verschenen aan míj. (Willibrordvertaling)

Let u vooral op wat hier niet genoemd wordt:

  1. Er zijn geen vrouwelijke getuigen. Dit betekent dat Paulus helemaal niets van vrouwen bij het graf wist, of dat hij er wel van wist, maar dat hij mogelijk een vrouwelijk getuigenis niets waard vond. Dit is in overeenstemming met de juridische praktijk van zijn tijd.
  2. Er is geen leeg graf. Paulus vermeldt dat Jezus begraven werd, maar hij zegt niets over het vinden van een leeg graf. Voor hem lijkt de opstanding niet per se met een leeg graf samen te hangen. Er zijn veel nieuwtestamentici die, uitgaande van Paulus, denken dat verhalen rond het lege graf pas in een veel later stadium hun intrede deden in de vroegchristelijke kringen.
  3. Paulus geeft geen details over de manier waarop Jezus gezien werd. Keer op keer herhaalt hij “Hij verscheen”, wat ook vertaald kan worden met “Hij liet zich zien”. Aan Paulus liet Jezus zich zien in een visioen vanuit de hemel. Dat de opgestane Christus in zijn voormalige aardse lichaam werd gezien, wordt door Paulus niet beweerd en ook andere nieuwtestamentische teksten gaan daar niet zonder meer van uit. Het gaat Paulus er niet om een concreet beeld te geven van wat er gebeurd is. Hij wil de betekenis van wat er gebeurde, vast leggen: dat de Messias volgens de Schriften voor de zonden van de mensen gestorven is, volgens de Schriften op de derde dag is opgestaan en daarna als opgestane op een niet nader beschreven manier gezien is door zijn discipelen. 

Eén gebeurtenis, verschillende verhalen

We weten niet precies wanneer het verhaal van Jezus’ sterven en opstaan voor het eerst als een samenhangende vertelling is beschreven. De evangeliën zijn een mix tussen herinneringen en interpretaties van gebeurtenissen die samenhangen met wat er op het moment van het schrijven in de gemeentes speelde. De evangeliën hebben trekken van hagiografie, van religieuze poëzie en er wordt gebruik gemaakt van voorstellingen die gangbaar waren in de religieuze literatuur van de tijd. Anders is het niet te verklaren dat de opstandingsverhalen in de vier evangeliën zo enorm verschillen.

In het oudste evangelie van Marcus worden helemaal geen verschijningen van Jezus vermeld. De vrouwen zien een wit geklede jongeman in het graf die hun de boodschap van de opstanding vertelt en de opdracht geeft de discipelen naar Galilea te sturen, waar zij Jezus zullen zien. In de oudste versie van het Marcusevangelie wordt hier echter niet meer over verteld. Hier proeven we nog wat van de schroom die ook bij Paulus heerst om de gebeurtenis, die alle begrip overstijgt, als een ontmoeting tussen gewone mensen te beschrijven.

Precies weten

Maar naarmate de tijd vorderde wilde men preciezer weten wat er gebeurd was rond het graf van Jezus. De andere drie evangeliën vertellen daarom wel over ontmoetingen tussen de opgestane Jezus en zijn vrouwelijke en mannelijke discipelen. Toch komen ze niet met elkaar overeen in de beschrijving en de basisgegevens zoals plaats van handeling en de aanwezige personen. Soms herkennen de discipelen Jezus in eerste instantie niet, maar soms staat juist Jezus’ lichamelijkheid centraal, wanneer bijvoorbeeld het voelen van de wonden of het eten door Jezus benadrukt wordt.

Ook de verhalen rond het graf laten enorme verschillen tussen de vier evangeliën zien. Waren het drie vrouwen (Marcus), een nog grotere groep (Lucas), twee vrouwen (Mattheüs) of alleen Maria Magdalena (Johannes) die het graf leeg vonden? En wie troffen zij daar aan? Een engel, twee engelen, of Jezus zelf, die op de tuinman leek? Zo zou ik door kunnen gaan met het opnoemen van verschillen in de verslagen.

Hiermee wil ik niet aangeven dat de evangeliën onbetrouwbaar zouden zijn. Ze zijn absoluut consistent in de boodschap die zij willen overbrengen: Jezus is uit de doden opgewekt, je moet hem niet bij de doden zoeken. Maar er is geen consistente berichtgeving over hoe de opgestane op aarde te zien was. De verhalen hierover zijn dus niet als historisch verifieerbare verslagen op te vatten die ons betrouwbare informatie geven over details, omstandigheden en de namen van traceerbare getuigen. Het is naar mijn overtuiging juist niet 'bijbelgetrouw' om deze verhalen als feitenrelaas te verstaan.

Mattheüs aan het woord

Alle vier de evangelisten schrijven minimaal 30 jaar na het gebeuren en zij zijn geen ooggetuigen. Zij schrijven met het oog op discussies over de opstanding van Jezus die in hun eigen tijd spelen. Bij Mattheüs is dit heel duidelijk. Hij eindigt zijn verslag met de opmerking over het gerucht dat de discipelen het lichaam van Jezus gestolen zouden hebben om te kunnen beweren dat hij is opgestaan. “En dit gerucht gaat rond onder de Joden tot op de dag van vandaag” (Mattheüs 28:15).

We hebben dus te maken met een discussie tussen de Jezusgelovigen en de niet Jezusgelovige Joden in de tijd van Mattheüs. De auteur zelf denkt dat deze discussie al vanaf het begin speelde. Historisch gezien is dit onwaarschijnlijk aangezien we dit gerucht alleen bij Mattheüs lezen, net zoals het daarmee verbonden verhaal van de soldaten als grafwachten, die het lichaam moesten bewaken (Mt 27:62-66). Deze zouden door de hogepriesters eerst bij Pilatus zijn aangevraagd en later door de Joodse autoriteiten zijn omgekocht om de leugen over het gestolen lichaam de wereld in te brengen. Ik noem dit detail, omdat het nogal centraal staat als startpunt van de plot in de film. Dat de Joden bezorgd waren omdat het lichaam van Jezus weg was is een detail dat naar alle waarschijnlijkheid niet historisch is, laat staan dat Pilatus zich door deze zorg liet meeslepen. Het is een detail uit het verhaal van Mattheüs dat inspeelt op een discussie van een veel later tijdstip. Toen was de groep van Messiasgelovigen voor wie Mattheüs schreef in een felle strijd verwikkeld met hun Joodse broeders en zusters die niet geloofden dat Jezus was opgestaan en de titel Messias (Christus) terecht mocht voeren. Deze strijd werd niet zachtaardig gevoerd. Hij uitte zich in scheldwoorden als “huichelaars” en valse beschuldigingen (omkoping van de grafwacht!). Hieruit komt trouwens een duidelijke lijn in het filmverhaal voort, die duidelijk anti-Joods en pro-Romeins is. De Joden krijgen de zwarte Piet toegeschoven. En Pilatus zegt: “Ik moest hem wel kruisigen.”

Conclusie

De raamvertelling van Risen is gebaseerd op een visie op het opstandingsverhaal die met name door de evangelist Mattheüs, en tot op zekere hoogte ook door Johannes, is neergezet. De focus ligt bij aspecten van het verhaal die te maken hebben met de materiele verifieerbaarheid van een moeilijk te begrijpen geloofsovertuiging. Mattheüs is zonder meer een Bijbelse stem, maar daarnaast zijn er andere stemmen in het Nieuwe Testament, die andere aspecten naar voren brengen. Ik zou zelf liever een film hebben gezien die wat opener is voor andere duidingen en die de waarheid van het opstandingsgeloof niet uitsluitend laten afhangen van de mogelijkheid om Jezus’ lichaam al dan niet te vinden.

Lees deze passageMeer lezen?

Cookies

We vinden het belangrijk om je daar goed over te informeren. Cookies helpen ons je ervaring op onze website te verbeteren. Functionele cookies dragen bij aan een soepel draaiende website. Analytische cookies bieden ons inzicht in hoe gebruikers de website gebruiken. Met marketing-cookies kunnen we je op basis van je websitebezoek gepersonaliseerde inhoud bieden.