Naar hoofdinhoud

Rentmeesterschap als boei voor de grond

27 februari 2026

Jan van der Stoep, teamlid van project Grond en bijzonder hoogleraar Christelijke filosofie aan de WUR, beschreef het concept rentmeesterschap als een boei die hem in de jaren 80 heeft geholpen om een betere verbinding met de grond tot stand te brengen. Kan rentmeesterschap ook nu, in 2026, een boei zijn voor de grond? Daarover boog zich op 25 februari een uiteenlopend gezelschap tijdens een werkconferentie over het onderwerp.

Rentmeesterschrap: schrappen of behouden?

Van kerkrentmeesters tot beëdigd rentmeesters, van academici (uit de hoek van gezondheidswetenschappen tot filosofie en theologie) tot leden van ‘groene’ maatschappelijke en kerkelijke groepen als Groene Kerken en A Rocha – allen bogen zij tijdens de conferentie het hoofd over de notie van rentmeesterschap, die verwarring, discussie, maar ook eenstemmigheid opleverde.

Aan de ene kant is rentmeesterschap een notie die leeft en belichaamd wordt onder agrariërs, in kerken en de bredere samenleving; een notie die mensen helpt om ook theologisch over grond na te denken. Aan de andere kant zijn er voorbeelden waarin deze notie wordt gevuld met overtuigingen en praktijken die samenhangen met een houding van beheersen. Daarmee wordt veel schade aan de grond aangericht. In een tijd waarin sommige mensen zich afvragen of het niet beter is dit woord helemaal te schrappen, vindt het onderzoeksteam van project Grond het juist belangrijk om, te midden van alle complexiteit, te bekijken welke kansen de notie biedt. 

Levendig gesprek

De werkconferentie was – nu het onderzoeksproject Grond halverwege is en het team op het punt staat een rapport te publiceren met daarin een verkenning van het terrein van geloof en grond – een uitgelezen kans om samen met experts uit academie en praktijk de knelpunten en oplossingsrichtingen rond rentmeesterschap uit te wisselen en te bespreken.

De avond leverde een levendig gesprek op, waarin mensen luisterden naar de perspectieven van de ander en zonder het per se met elkaar eens te zijn een goed inhoudelijk gesprek voerden. Dat was mogelijk omdat de grond een gedeeld belang is. Daarnaast werden ook andere belangen in het gesprek ingebracht: die van de politiek, van de kerk, maar ook die van wormen en weidevogels. Want rentmeesterschap impliceert dat er verantwoording wordt afgelegd, maar aan wie doen we dat? De deelnemers bemerkten een kloof tussen degenen tegenover wie en wat ze daadwerkelijk verantwoording afleggen (‘de schepping’, ‘onszelf’, ‘het voorgeslacht’, ‘de kerkelijke gemeente’ en zelfs ‘de portemonnee’) en degenen tegenover wie of wat ze vinden dat ze verantwoording zouden moeten afleggen, wat ze vervolgens niet altijd doen (zoals ‘de maatschappij’, ‘een keuterboertje in Bangladesh’, ‘de grond zelf’ en ‘bovenal God’).

Knelpunten

Na gesprekken in kleinere groepen bleek, interessant genoeg, dat onderzoekers en praktijkdeskundigen dezelfde knelpunten identificeerden: onduidelijkheid over de invulling van het begrip, veel (soms ook ondeskundige) betrokken partijen bij grond en een tegenstrijdigheid van economische en theologische taal en belangen. Oplossingsrichtingen vonden de deelnemers dan ook in begripsverheldering, het vergroten van kennis, het afwegen van belangen en meer erkenning van de relationele structuur van het samenleven, ook met niet-menselijke schepselen. Jan van der Stoep besloot de avond met een reflectie over de rentmeester als dienende slaaf in de economie (oikonomos) van dit leven. 

Vruchtbare uitwisseling

Het team van project Grond ziet terug op een vruchtbare uitwisseling in een goede sfeer, waarin rentmeesterschap niet alleen als complexe of problematische term naar voren kwam, maar ook kansen biedt voor een gezamenlijke invulling en verantwoordelijkheid. Die opbrengst neemt het team mee naar de tweede helft van het onderzoek: de gidsende fase, waarin samen met praktijkpartners op zoek gegaan wordt naar wat elementen zijn van een verantwoorde, context-gevoelige theologische visie ten aanzien van grond.