Home/actueel/PThU nieuws/De natuur: probleem of mysterie?
25 september 2019

De natuur: probleem of mysterie?

Mensen benaderen de natuur als probleem dat met wetenschap en techniek moet worden opgelost. Maar in de schepping is eerder sprake van een mysterie, waarin alles op een onvoorstelbare manier aan elkaar gerelateerd is.


Op vrijdag 27 september gaan duizenden mensen in Nederland de straat op tijdens de klimaatstaking. Dit is maar één van de duizenden acties overal ter wereld. Er moet gestaakt worden, vinden de organisatoren, omdat er niet voldoende gedaan wordt door overheden om de rampzalige opwarming van de aarde tegen te gaan. 

Aandacht voor het milieu staat ook hoog op de agenda van paus Franciscus. In juni 2015 publiceerde hij de encycliek Laudato Sí -  over de zorg voor ons gemeenschappelijk huis.

Een encycliek is een rondzendbrief waarin uitgelegd wordt wat de katholieke leer over een bepaald onderwerp leert. Wat we nodig hebben om het probleem van de opwarming van de aarde, en zoveel andere milieuproblemen bij de wortel aan te grijpen, is een andere, meer spirituele blik op de natuur. Volgens de paus liggen de wortels van het klimaatprobleem diep. Ze hebben te maken met het onvermogen van mensen om de natuur te zien als schepping.

Natuur wordt vaak verstaan als een systeem dat men analyseert, begrijpt en beheert, maar schepping kan ook alleen worden begrepen als een geschenk dat voortkomt uit de geopende hand van de Vader van allen, als een werkelijkheid die wordt verlicht door de liefde die ons samenroept tot een universele gemeenschap.’ (Laudato Sí, p. 79)

Mensen benaderen de natuur als probleem dat met wetenschap en techniek moet worden opgelost. Maar in de schepping is eerder sprake van een mysterie, waarin alles op een onvoorstelbare manier aan elkaar gerelateerd is. Wat we nodig hebben, zegt de paus, is een open, verwonderde blik waarin ruimte is voor de eigenheid van al het geschapene. Mensen hebben de verantwoordelijkheid om die verbondenheid met de natuur, maar ook met andere mensen te waarborgen. Waar het besef van het mysterie en de verwondering ontbreekt, worden de relaties tussen de mens en de natuur ontkend. De natuur wordt een reservoir van materiaal waaruit geput kan worden ten behoeve van de welvaart. Als dat niet meer lukt moeten de kapotte onderdelen van de natuur gerepareerd worden met behulp van de techniek. Deze instrumentele visie op de natuur kleurt ook de visie op de onderlinge menselijke verhoudingen. Zo gaan verwoesting van de natuur en marginalisering van de armen hand in hand volgens Laudato Sí.

‘Wanneer de natuur alleen maar wordt gezien als een object van profijt en belang, dan brengt dat ook ernstige gevolgen voor de maatschappij met zich mee. De opvatting die de willekeur van de sterkste ondersteunt, heeft een geweldige ongelijkheid, ongerechtigheid en geweld voor het grootste gedeelte van de mensheid bevorderd, omdat de hulpbronnen het eigendom worden van wie het eerste komt of van wie de macht heeft: de winnaar krijgt alles. Het ideaal van harmonie, gerechtigheid, broederschap en vrede dat Jezus voorhoudt, staat lijnrecht tegenover dit model en Hij bracht dit zo tot uitdrukking, toen Hij verwees naar de machten van zijn tijd: “De heersers der volkeren regeren hen met ijzeren vuist en de groten maken misbruik van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn; wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn” (Laudato Sí, p. 82)

De naam van de encycliek, Laudato Sí (Geprezen zijt Gij), is een verwijzing naar het beroemde zonnelied van de naamgenoot van de paus, Franciscus van Assisi. In dat lied klinkt de verwondering over het mysterie van de schepping in alle regels door. Misschien kan dat lied als inspiratie dienen voor de spandoeken van de demonstranten.

Zonnelied Franciscus

Allerhoogste, almachtige, goede Heer, van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe en geen mens is waardig U aan te spreken.
Wees geprezen, mijn Heer, door al uw schepselen vooral door mijnheer broeder zon die de dag is en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en straalt met grote pracht van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.
Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren. Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.
Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde, door wie Gij uw schepselen leven geeft.
Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water, die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.
Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur door wie Gij voor ons de nacht verlicht; en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.
Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster moeder aarde die ons voedt en leidt,
en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.
Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde vergiffenis schenken en ziekte en verdrukking dragen.
Gelukkig wie dat dragen in vrede, want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.
Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood, die geen levend mens kan ontvluchten.
Wee hen die in doodzonde sterven; gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.
Prijs en zegen mijn Heer, en dank en dien Hem in grote nederigheid.



Deze bijdrage is geschreven door dr. Gé Speelman, docent aan de PThU