Home/Bijbelblog/De Bijbel verouderd? Leiderschap!
Verder lezen

Tim Keller, Rechters: Om te lezen, te leren, te leiden, Van Wijnen: Franeker 2013.

Marcel Poorthuis, Managen met Mozes: Lessen uit de woestijn voor leiders van vandaag, Pardes: Amsterdam 2018.

Klaas Spronk, Rechters (Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel), Kok: Utrecht 2017.

22 november 2018

De Bijbel verouderd? Leiderschap!

Is de Bijbel niet hopeloos verouderd? Er staan vast dingen in die lang geleden relevant waren, maar nu kun je er toch niet meer mee uit de voeten? Hoe zit dat met Bijbel en leiderschap?

Aan cursussen over leiderschap geen gebrek. Er wordt daar vaak verwezen naar voorbeelden van succesvolle leiders in heden en verleden. Ook uit de Bijbel wordt er geput. Zie de bij deze blog genoemde literatuur. Met name Mozes geldt als een voorbeeldig leider.

Het is wel duidelijk waaraan volgens de Bijbelschrijvers een goede leider is te herkennen. De opvolger van Mozes, Jozua, krijgt als opdracht om zich elke dag weer te verdiepen in de boeken van Mozes (Jozua 1:7-8). Ook alle latere leiders van Israël worden hieraan gemeten: aan hun omgang met de heilige teksten en met God.

Andere context

Als je nadenkt over de toepassing bij leidinggeven in onze eigen tijd, stuit je op problemen. Sommige van die heilige teksten waar Jozua zich in moest verdiepen spreken nog steeds aan. Neem bijvoorbeeld de opdracht om bij de verovering van het land de bomen te sparen (Deuteronomium 20:19). Dat is ecologisch verantwoord. In datzelfde hoofdstuk wordt echter ook de opdracht gegeven tot genocide. Dat is moreel en theologisch zeer problematisch.

Ook bij de genoemde wens dat de leider steeds contact zoekt met God ligt het niet zo eenvoudig. In de Bijbelverhalen krijgt de bidder regelmatig directe aanwijzingen van God en helpt God vaak ook nog een handje mee. Dat kun je niet zomaar naar onze tijd overzetten. Als nu leiders beweren dat zij handelen op basis van een aan hen persoonlijk gegeven opdracht van God, en als zij dus ook geen tegenspraak dulden, dan is dat juist reden voor grote argwaan.

Wat ons hier dwars zit, is dat wij nu over het algemeen een ander beeld van God en van zijn handelen in de geschiedenis hebben dan de Bijbel. Wie dat verschil in historische context niet wil accepteren, komt in de problemen. Dat zie je ook als je kijkt naar de manier waarop voorschriften over leiderschap uit het Nieuwe Testament worden toegepast. Christenen uit de eerste eeuwen deden weinig aan politiek, omdat ze weinig macht hadden. Gezien de spoedig te verwachten wederkomst van Jezus waren ze daar ook niet in geïnteresseerd. De overheid werd gerespecteerd als een door God ingestelde garantie van orde en rust (zie Romeinen 13). Ten onrechte is dat lange tijd uitgelegd als een eeuwige waarheid. Zelfs in de Tweede Wereldoorlog kon die gedachte christenen er nog toe brengen om de Duitse overheid maar te accepteren.

Hoe dan? Gideon als voorbeeld

In boekjes over leidinggeven en de Bijbel zie je vaak dat alleen teksten aan de orde komen die passen bij de eigen ideeën. Zo kom je meer te weten over de uitlegger dan over de tekst die wordt uitgelegd. Daarnaast constateren we het probleem dat het verschil tussen de historische context van de tekst en de context van de moderne lezer genegeerd wordt.

Toch kunnen Bijbelverhalen ons wel degelijk inspireren bij de bezinning op leidinggeven. Ze kunnen dienen als een spiegel waarin we scherper kunnen zien hoe we zelf bezig zijn, of als een raam dat perspectief biedt op onze mogelijkheden.

Neem nu de verhalen over Gideon (Rechters 6-8). Ze zijn onderdeel van een boek waarin de opvolgers van de grote Jozua leidinggeven aan een weerbarstige groep stammen. Die leiders doen dat met vallen en opstaan. De boodschap van het boek is duidelijk: alleen in een goede relatie met God komt er wat van terecht.

Angst

Bij Gideon begint het ermee dat God hem roept om zijn volk te bevrijden van het schrikbewind van de Midianieten. Gideon voelt zich echter helemaal niet geroepen. Hij is bang en verstopt zich. Soms moet een mens daaruit weggeroepen worden. Gideon stelt zich al te bescheiden op. Een engel vindt hem in zijn schuilplaats en spreekt hem aan als “dappere held”. Maakt hij nu een grapje of ziet hij echt wat in Gideon? Dat is een vraag die de bangerikken onder ons zichzelf ook mogen stellen: misschien heb je wel meer in je mars dan je denkt! Misschien komt er ook wel een engel op je weg, in wat voor gedaante dan ook, die meer in jou ziet dan jij je voor kunt stellen.

Gideon gaat niet zomaar overstag, maar God houdt vol en blijft aan hem trekken. Ten slotte laat Gideon zich inspireren. Dat is iets wat van twee kanten moet komen en ook iets wat steeds weer gevoed moet worden. Daar hoort ook bij dat Gideon met zijn angst moet leren om te gaan.

Als Gideon uiteindelijk een leger heeft verzameld om te gaan strijden tegen de Midianieten, moet hij met lede ogen toezien hoe de een na de ander afhaakt. Een kleine bende slechts blijft over. Ook Gideon zal zich weer klein gevoeld hebben. De beslissende stap durft hij pas te zetten als hij nog eens goed om zich heen heeft gekeken. God spoort hem aan om zijn oor eens te luisteren te leggen bij de vijand. Samen met een dienaar – hij durft niet alleen – sluipt hij het vijandelijke kamp binnen en hoort tot zijn verrassing dat de tegenstanders doodsbenauwd zijn voor Gideon en zijn God. Hoe heilzaam is het om de dingen eens vanuit een ander perspectief te zien!

Risico’s

Je angst overwinnen is één ding, omgaan met macht en succes is weer heel wat anders. Ook wat dat betreft zijn de verhalen over Gideon leerzaam. Na de klinkende overwinning op de Midianieten krijgt Gideon het aan de stok met tegenstanders binnen het eigen volk. Om te beginnen verwijten de mannen van Efraïm hem dat hij ze niet betrokken heeft bij de strijd. Achteraf is het makkelijk praten, maar Gideon verwijt hen dat niet en weet het conflict diplomatiek op te lossen. Bij een latere leidsman, Jefta, loopt een soortgelijk conflict juist heel slecht af.

Gideon gaat dus goed om met zijn pas verworven positie. Maar hij weet dit hoge niveau van leiderschap niet vast te houden. Kort daarop geeft hij de mensen van Sukkot en Penuël, die hem eerder niet hadden gesteund, er ongenadig van langs. Hij laat vervolgens zijn oren hangen naar twee krijgsgevangenen, Midianitische vorsten die hem prijzen als iemand die het koningschap waardig is. Dat lijkt Gideon ook wel wat. Voor de vorm wijst hij een aanbod om een dynastie te stichten eerst nog wel af. Maar vervolgens lees je dat hij een cultusplaats inricht in zijn geboortedorp en dat hij zijn zoon Abimelech (dat betekent: “mijn vader is koning”) noemt. Dan weet je wel hoe laat het is. Het zijn sterke schouders die de weelde van de macht kunnen dragen. De doodsbenauwde Gideon van het begin is aan het eind van het verhaal een doodgewone machthebber geworden, die vooral bezig is met het verhogen van zijn eigen status. Dat geeft te denken. De uitgebreide communicatie tussen Gideon en Gods boodschapper aan het begin van het verhaal is aan het slot geheel verstomd.

Zo is het verhaal van Gideon een verhaal over leidinggeven dat ook mensen van deze tijd kan leren om te gaan met angst en macht. Geloof in God kan daarbij een bron van inspiratie zijn; niet vanwege de hoop op een hemels ingrijpen in onze aardse bezigheden, maar als een aansporing en een manier om open te blijven staan voor opbouwende kritiek. 

Dit blog is deel 2 van een serie. Lees ook deel 1: De bijbel verouderd?