Home/Bijbelblog/De Bijbel: een mannenboek?
Auteur

Hennie J. Marsman is predikant van de Protestantse Gemeente Losser. Ze promoveerde in 2003 aan wat nu de PThU is.

Verder lezen

Adina Allen, “Talking to God: Subversive Women in the Bible”. http://adinaallen.com/talking-to-god-women-in-the-bible/

J.Cheryl Exum, “The Mothers of Israel: The Patriarchal Narratives from a Feminist Perspective”, Bible Review 2 (1986) 60-67.

Tikva Frymer-Kensky, In the Wake of the Goddesses: Women, Culture and the Biblical Transformation of Pagan Myth. New York: Fawcett Columbine, 1992, 118-143.

Hennie J. Marsman, Women in Ugarit and Israel: Their Social and Religious Position in the Context of the Ancient Near East. (OTS, 49). Leiden: Brill, 2003.

7 juni 2018

De Bijbel: een mannenboek?

Wie de Bijbel doorbladert, komt daarin vooral verhalen tegen waarin God met mannen spreekt. Spreekt Hij ook met vrouwen? Niet vaak, maar als Hij het doet is dat van grote betekenis.

God zegt tegen Abraham dat hij weg moet trekken uit zijn geboorteland (Genesis 12). Mozes krijgt van God de opdracht om het volk Israël uit Egypte weg te leiden (Exodus 3). Samuël wordt geroepen tot dienst aan God, maar denkt eerst dat het Eli is die hem roept (1 Samuël 3). Hoe zit dat met de vrouwen in de Bijbel? Spreekt God niet met hen?

Patriarchale cultuur

Jawel, God spreekt in de Bijbel ook met vrouwen. Maar veel minder vaak en soms zijn  die verhalen minder bekend. Dat mannen veel vaker de hoofdpersonen zijn in die verhalen, heeft een reden. Want de Bijbel heeft weliswaar voor gelovigen een bepaald gezag, maar weerspiegelt ook de cultuur waarin hij ontstaan is.

Op grond van de verhalen krijgen we een beeld van hoe de mensen in het oude Israël leefden, van hun gewoonten en gebruiken. In sommige opzichten was de samenleving van Israël min of meer gelijk aan die van de omringende landen. Dat gold onder andere voor het feit dat de samenleving patriarchaal was. Mannen oefenden het gezag uit over de familie.

Mensen leefden in familieverband samen, soms tot wel vier generaties met elkaar. De vader als hoofd van het gezin had het gezag over zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. En ook over zijn vrouw(en), zijn slaven en slavinnen. Denk bijvoorbeeld aan Jacob met zijn twaalf zonen, die ook als volwassen mannen hun vader moesten gehoorzamen. De moeders van die twaalf zonen, Leah, Rachel en de slavinnen Bilha en Zilpa, hadden wel wat invloed, maar ze hadden het niet voor het zeggen. Ze hadden geen erkend gezag. In zo’n patriarchale cultuur hadden mannen macht en autoriteit en vrouwen niet of nauwelijks.

Toen en nu

Tegenwoordig beschouwen we patriarchaat als een tijdgebonden systeem dat deel uitmaakte van de cultuur van het oude Israël. Net als slavernij en polygynie (het feit dat één man met meerdere vrouwen getrouwd kon zijn) hoort het tot gedachtengoed uit het verleden, niet tot de eeuwig geldende waarden van de Bijbel.

Bovendien zijn er in de Bijbel allerlei teksten te vinden die pleiten voor gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen en vind je soms sporen die wijzen op ondermijning van de patriarchale gedachte. Ik laat hier meer van zien en beperk me hierbij tot teksten uit het Oude Testament, omdat ik in dat vakgebied het beste thuis ben.

Mannen èn vrouwen

We lezen in de Bijbel over de aartsvaders Abraham, Izaäk en Jacob, over de koningen van Israël en over profeten als Jesaja en Jeremia. Maar gelukkig lezen we ook over de aartsmoeders Sara, Rebekka, Lea en Rachel. Over echtgenotes en  moeders van koningen, zoals Michal en Batseba. En over profetessen als Debora en Chulda. Het gaat in de Bijbel over mannen èn vrouwen. Cheryl Exum wijst erop dat, hoewel mannen meestal de hoofdpersoon zijn, vrouwen vaak degenen zijn die gebeurtenissen in gang zetten of er een beslissende rol in spelen. In een aantal van die verhalen spreekt God rechtstreeks of via een boodschapper (dit woord wordt ook wel vertaald met ‘engel’) tot een vrouw.

Eerst de man

God spreekt tot vrouwen, maar soms pas in tweede instantie. In de verhalen waarin God tot Eva en tot Sara spreekt, zijn hun mannen Gods eerste gesprekspartner. Het lijkt een logische gang van zaken binnen de patriarchale cultuur: de man is verantwoordelijk voor zijn echtgenote.

Wanneer Adam en Eva van de verboden vrucht gegeten hebben, verbergen ze zich voor God. Voordat God iets tegen Eva zegt, spreekt hij eerst Adam aan op de overtreding die zij tweeën begaan hebben. Maar als Adam de schuld op Eva schuift en vertelt dat zij het initiatief nam, spreekt God tot haar en doet een appèl op haar eigen verantwoordelijkheid (Genesis 3).

Iets dergelijks gebeurt ook in het verhaal van Abraham en Sara. God heeft aan Abraham, als zijn verbondspartner, veel nakomelingen beloofd. In dat verbond is niet alleen Abraham, maar heel zijn familie besloten. Abraham, als hoofd van de familie, vertegenwoordigt hen.

Wanneer de Heer aan Abraham verschijnt en ook naar Sara vraagt, kan ze het bijna niet geloven als ze hoort dat ze over een jaar een zoon zal hebben (Genesis 18:9-15). Ze lacht, want ze is de vruchtbare leeftijd al lang voorbij. Evenals bij Adam is het eerst de echtgenoot die aangesproken wordt: God vraagt niet rechtstreeks aan Sara zelf maar aan Abraham waarom Sara lacht. Als zij geschrokken ontkent, wordt ze door God gecorrigeerd: “Je hebt wel gelachen.”

Aandacht voor vrouwen

Naast verhalen waarin God eerst tot een man en daarna tot zijn vrouw spreekt, zijn er ook Bijbelse verhalen waarin God tot een vrouw spreekt vanwege Zijn aandacht voor haar nood. Die nood is meestal verbonden met onvruchtbaarheid en de wens kinderen te krijgen.

Dit is het geval bij Hagar, de slavin van Sara. Zij lijkt een pion in het grote misverstand rond Abrahams nakomelingschap. Omdat Abrahams vrouw Sara zelf geen kinderen krijgt, biedt ze Abraham haar slavin aan. Een kind van Abraham bij Hagar zou gelden als een wettige erfgenaam. Maar wanneer Hagar zwanger raakt, leidt dit tot problemen: Hagar toont niet voldoende respect meer voor haar meesteres Sara. Sara neemt tegenmaatregelen en maakt haar slavin het leven zo zwaar, dat Hagar de woestijn in vlucht. Daar spreekt een boodschapper van de Heer haar aan en stelt haar de levensvraag “Waar kom je vandaan en waar ga je naartoe?” (Genesis 16). Hagar noemt daarop God “een God van het zien”. Ze heeft God gezien, die naar haar heeft omgezien.

Het thema van de onvruchtbaarheid keert terug in het verhaal van Rebekka, de vrouw van Izaäk. Opnieuw wordt duidelijk: het is God die de zegen van nageslacht schenkt. Tijdens haar zwangerschap gaat Rebekka bij God te rade. Hij spreekt tot haar en legt haar uit dat haar twee kinderen tot twee volken zullen worden. De oudste zal de jongste dienen (Genesis 25:23).

Wanneer haar kinderen volwassen zijn, gaat Rebekka in tegen haar man Izaäk, die de zegen voor de oudste bestemd had. Zo zorgt Rebekka ervoor dat de woorden van God in vervulling gaan en de jongste de zegen ontvangt. Dat Jacob door zijn vader als eerste gezegend wordt, heeft hij aan zijn moeder te danken, zoals Chery Exum terecht opmerkt.

De vrouw eerst

Net als veel andere vrouwen in de Bijbel, is de vrouw van Manoach alleen bekend als “de vrouw van”, dus zonder een eigen naam. Ook zij is in eerste instantie onvruchtbaar, maar een boodschapper van de Heer vertelt haar dat ze een zoon zal baren. Ze krijgt bovendien instructies over haar dieet. Manoach wordt van dit spreken van God op de hoogte gebracht door zijn vrouw. Omdat zij het is, die moet zorgen dat hun zoon al vanaf de moederschoot als nazireeër aan God gewijd is, heeft God tot haar gesproken. Maar Manoach wil het graag met eigen oren van God horen. Zijn gebed wordt verhoord, maar de boodschapper van de Heer herhaalt alleen maar de instructies die hij eerder aan Manoachs vrouw gaf.

Profetessen: Debora en Chulda

Naast de verhalen waarin verteld wordt dat God tot vrouwen spreekt en wat Hij tegen hen zegt, maakt de Bijbel ook melding van vrouwen die als profetes het woord van God brengen. Debora, de vrouw van Lappidot, is de enige vrouw die aangeduid wordt als richter over Israël. Ze is ook profetes. Tot Barak spreekt ze het woord van God (Rechters 4:6-7). Ook van de profetes Chulda, de vrouw van Sallum, is het Godswoord opgetekend dat zij sprak tot een aantal mannen die hoge functies bekleedden aan het hof van Juda (2 Koningen 22:15-20).

Conclusie

In het merendeel van de Bijbelverhalen spelen mannen de hoofdrol. Cheryl Exum heeft er terecht op gewezen dat de rol van vrouwen niet onderschat moet worden. Vrouwen zijn vaak degenen die gebeurtenissen in gang zetten of er een beslissende rol in spelen.

Ondanks de overheersende patriarchale cultuur zijn dit sporen die wijzen op de ondermijning van de patriarchale gedachte. Beide sporen vinden we in de Bijbel.