Home/Bijbelblog/Corona: Iets nieuws onder de zon?
Dr. Paul Sanders
Universitair docent Oude Testament
25 juni 2020

Corona: Iets nieuws onder de zon?

We leven in een ongekende tijd, zei minister De Jonge vanwege de coronacrisis. Voor de meesten van ons zal dat zeker zo zijn: niet eerder werden we geconfronteerd met dit soort beperkingen en bedreigingen. Maar is de crisis uniek? We maken een grote sprong terug in de tijd en vergelijken toen met nu.

Lang geleden: epidemie in Hatti

Ruim 3300 jaar geleden bestuurde koning Mursili II het machtige Hethitische rijk. Het heette Hatti en bestond uit grote delen van het tegenwoordige Turkije en Syrië. Het leed onder een zware epidemie. Om wat voor een epidemie het precies ging is onduidelijk, maar ingrijpend was ze zeker. De een na de ander stierf.

Ook Mursili’s vader, de succesvolle koning Suppiluliuma I, liet het leven. Meteen daarna stierf de nieuwe koning, Mursili’s oudste broer Arnuwanda. Mursili is niet voorbereid op het koningschap en kan zijn nieuwe verantwoordelijkheid maar nauwelijks aan. Maar hij beseft dat het lot van zijn land in zijn handen ligt.

Grillige plaag brengt crisis

De epidemie is ontwrichtend voor mensen persoonlijk, maar ook voor de economie en het maatschappelijk leven. De oogst en het vervoeren van de oogst kosten ineens veel meer moeite. Het leger is zo verzwakt, dat vijanden het land een stuk makkelijker kunnen binnenvallen. Het betekent het einde van een bloeiperiode. De voorspoed die begon bij Suppiluliuma lijkt definitief voorbij. 

Mursili krijgt de situatie niet onder controle. De plaag is ongrijpbaar, misschien nog wel grilliger dan corona in onze tijd. De koning laat een flink aantal lange gebeden optekenen. De goden zijn zijn laatste hoop. De kleitabletten zijn herontdekt en ontcijferd. Daardoor weten we veel van de omstandigheden, maar ook van Mursili’s emoties:

Dit is het twintigste jaar. Waarom blijft men in het midden van Hatti maar sterven? Wordt de plaag dan nooit uit Hatti weggenomen? Ik heb de onrust van mijn hart niet onder controle. Ook heb ik het leed van mijn lichaam niet meer onder controle.

Schuld van de goden?

Mursili ziet het als zijn belangrijkste taak om een einde te maken aan de ellende. Dat kan hij niet met de medische middelen die wij nu hebben. Van antistoffen en IC’s heeft hij nog nooit gehoord. Hij weet nog wel hoe de plaag zijn land binnenkwam: De Hethieten vochten met het Egyptische leger. Egyptische krijgsgevangenen bleken ziek te zijn en de ziekte greep vervolgens snel om zich heen. Maar ondanks die concrete oorzaak houdt Mursili ook de goden verantwoordelijk: Wat hebben jullie gedaan? Jullie hebben in het midden van Hatti een plaag losgelaten!

Onze eigen schuld?

Een belangrijk vraag is voor Mursili of hij en zijn land de ellende aan zichzelf te wijten hebben. Aan de ene kant ontkent hij dat stellig. Hij dient de goden beter dan zijn voorgangers. Hij doet ook alles om de oorzaak van de plaag vast te stellen. Hij is bovendien bereid de goden tevreden te stellen, door meer offers en dure geschenken aan te bieden. Als de goden laten weten waarom ze zo kwaad zijn, wil hij alles doen om de oorzaak weg te nemen.

Gelukkig komt Mursili erachter dat zijn vader Suppiluliuma een paar keer flink buiten zijn boekje ging. Hij had gebied veroverd op de Egyptenaren, en dat terwijl er een vredesverdrag met Egypte was. Ook had Suppiluliuma indertijd de rechtmatige troonopvolger laten doden. Daardoor kon hij zelf de macht grijpen. Orakels maken duidelijk dat de goden hier kwaad over zijn. Ook al heeft hij er zelf part noch deel aan, Mursili is bereid tot alles om het onrecht ongedaan te maken. 


Maar de koning blijft erbij: ook al is er sprake van schuld, de straf is onevenredig zwaar. Het is ook oneerlijk dat de straf onschuldige mensen treft. Van de goden mag je toch meer rechtvaardigheid verwachten? Bovendien gooien ze hun eigen glazen in: Door de slechte economische situatie valt er nauwelijks meer iets te offeren. En daarnaast neemt het respect voor de goden zienderogen af. Is het vreemd?

De Bijbel over epidemieën

Vergelijkbare ideeën kom je een paar eeuwen later ook in de Bijbel tegen. In de Psalmen wordt gevraagd of God nog wel de betrouwbare God van vroeger is (bijv. Psalm 44 en Psalm 74). Treft hij niet de verkeerde mensen met zijn straf (bijvoorbeeld Klaagliederen 5:7)? En snijdt hij zich niet in de vingers door mensen zo veel leed aan te doen (bijvoorbeeld Psalm 88:11-13)?

Er zijn nog meer overeenkomsten met Mursili’s gebeden. Herhaaldelijk wordt Gods woede over een ernstige menselijke fout gezien als de oorzaak van een zware epidemie. Vaak wordt dan gezocht naar een manier om God weer gunstig te stemmen. Pinechas doodt een paar boosdoeners om een einde te maken aan Gods woede (Numeri 25; Psalm 106:30). Aäron brandt reukwerk om de plaag te laten ophouden (Numeri 17:11-15; in andere vertalingen 16:46-50). Om dezelfde reden laat David een altaar bouwen en brengt er offers (2 Samuël 24:14-25; 1 Kronieken 21:14-27). Volgens de Bijbel ging God in al die gevallen overstag en kwam er een einde aan de epidemie.

Eind goed, al goed

Hoe liep het af met de epidemie in Mursili’s tijd? We weten het niet precies, maar in latere teksten uit zijn regeerperiode wordt ze niet meer genoemd. Kennelijk kwam er na vele jaren dus toch een einde aan. Mursili heeft dat ongetwijfeld toegeschreven aan de goden. Ze hadden kennelijk geluisterd naar zijn gebeden. Daardoor brak er weer een periode van welvaart aan. Het lijkt wel of de ellende na een tijdje helemaal vergeten was.

De crisis nu: dezelfde grote vragen

Helaas was er in Mursili’s tijd nog geen medische wetenschap zoals wij die kennen. Toch zijn veel van zijn vragen gelijk aan die van ons: Is het leven wel zoals het zou moeten zijn? Is het wel eerlijk dat goede mensen door zo veel ellende getroffen worden? Is het tijd voor zelfonderzoek? Zijn we zelf op de een of andere manier de oorzaak van deze crisis? Is er een hogere macht die dit zo wil? Of is er een hogere macht die hier juist een einde aan kan maken?

Fotos: Los graffitis del coronavirus | El Diario Vasco

Je kunt zulke vragen als onzinnig bestempelen, maar dat is flauw. Niemand van ons kijkt alleen maar op een wetenschappelijke manier naar het leven. Juist nu wordt duidelijk dat ook de wetenschap grenzen heeft. De wetenschap biedt nieuwe mogelijkheden. Maar de grote levensvragen blijven onbeantwoord en dringen zich steeds weer aan ons op. Is er wel iets nieuws onder de zon?

Een vertaling van Mursili’s gebeden is te vinden in Itamar Singer, Hittite Prayers, 2002.

Foto: Los graffitis del coronavirus | El Diario Vasco