Home/Bijbelblog/Kerkvaders en hun groene theologie
Zie ook:

Elizabeth Theokritoff, Living in God’s Creation: Orthodox Perspectives on Ecology (Crestwood, NY: St. Vladimir’s Seminary Press, 2009);

David G. Horrell, The Bible and the Environment: Towards a Critical Ecological Biblical Theology (Oakville, CT: Equinox, 2010);

Tobias Winright, ed., Green Discipleship: Catholic Theological Ethics and the Environment (Winona, MN: Anselm Academic, 2011).

9 mei 2019

Kerkvaders en hun groene theologie

Wat hebben we aan kerkvaders zoals Augustinus en Chrysostomus als het gaat om de hedendaagse ecologische problematiek? Als je het Oleh Kindiy vraagt, heel veel. Na lezing van dit blog - een vertaling van een artikel van zijn hand - zul je het waarschijnlijk met mij eens zijn dat de kerkvaderlijke adviezen nog steeds of opnieuw het navolgen waard zijn.

Wie is Oleh Kindiy?

Ik ontmoette Oleh Kindiy, een gehuwde (!) katholieke priester, in het kader van een Erasmus-uitwisseling tussen de PThU en de Oekraïense Katholieke Universiteit in Lviv. De Oekraïense katholieke kerk lijkt heel erg op de oosters-orthodoxe kerk. Dat blijkt in de liturgie en ook uit het feit dat priesters kunnen trouwen. (Daar kunnen ze in Rome een voorbeeld aan nemen.) Sinds de val van het communisme wordt hard gewerkt aan de vernieuwing van het onderwijs. De universiteit in Lviv is daar een goed voorbeeld van. Ze heeft een eigentijdse, internationale uitstraling met een relatief jonge staf. Bijvoorbeeld Oleh Kindiy. Hij is begin 40 en heeft gestudeerd in Washington DC. Daar heeft hij zich ook beziggehouden met de vraag hoe de traditionele orthodoxe theologie, die zich vooral bezighoudt met geschriften van de kerkvaders, verbonden kan worden met de hedendaagse problematiek rond de vervuiling van de aarde en alle gevolgen daarvan. Hierover gaat zijn artikel uit 2014, waarvan hierna een samenvatting.

De ecologische problematiek en de christelijke traditie

Vaak wordt de oorzaak van de huidige problemen met het milieu gezocht in de Westerse omgang met de natuur zoals die voortkomt uit de christelijke traditie. Die ging namelijk ten koste van de respectvolle omgang met de aarde en de dieren, zoals je die bij natuurvolkeren vindt. Bijbellezers hebben een andere houding ten opzichte van de natuur. De Bijbel vertelt immers dat God de mens de baas maakte over de schepping en dus over haar kan beschikken. Met alle gevolgen van dien. Op het gelegde verband tussen de christelijke traditie en de klimaatcrisis is wel wat af te dingen. Moet men niet eerder zeggen dat de mens volgens de Bijbel rentmeester werd? Je kunt ook niet alle christenen over één kam scheren. De protestanten moeten zich de kritiek misschien het meest aantrekken. De katholieken kunnen verwijzen naar 'hun' Franciscus van Assisi en net als zij ruimen de oosters-orthodoxen meer plaats in voor de natuur binnen hun theologie. Er zijn ook moderne theologen die juist wel instemmen met de kritiek en kiezen voor een tegenbeweging. Sommigen pleiten ervoor om de Bijbel heel anders te gaan lezen, zoals in het 'Earth Bible project' dat de stem van Moeder Aarde hoort in Bijbelteksten. Maar is het wel nodig om zo radicaal te breken met de traditie? Het is ook mogelijk om opnieuw in gesprek te gaan met de oude teksten en de manier waarop ze doorgewerkt hebben bij de kerkvaders. Juist door de kerkvaders erbij te betrekken, wordt duidelijk dat het daarbij niet alleen gaat om de reconstructie van de oorspronkelijke betekenis, maar ook om die teksten een nieuw licht te laten werpen op de huidige problematiek. Zo kan de theologie bijdragen aan de noodzakelijke interdisciplinaire discussie die onvermijdelijk is geworden na de rampen in het Oekraïnse Chernobyl in 1986 en nog zovele daarna. Oosterse christelijke theologen dragen bij aan deze 'greening of religion' (Roderick Nash) door terug te keren naar de kerkvaders en te putten uit hun wijsheid om te komen tot een beter rentmeesterschap van de schepping in onze tijd. Drie thema’s blijken daarbij cruciaal te zijn: de goedheid van de schepping, de oproep tot ascetisch leven en het eschatologisch perspectief.

De goedheid van de schepping

In de eerste eeuwen van de christelijke kerk was er veel discussie over de waarde van het aardse leven. Velen, met name de gnostici, beweerden dat het lichaam en de natuur gezien moesten worden als de gevangenis van het hogere spirituele leven. De ziel moest daaruit worden bevrijd. Daartegenover beweerden kerkvaders als Ireneüs en Tertullianus dat de vader van Jezus Christus ook de schepper van deze wereld is. De redding door Jezus Christus is ook bedoeld als redding van deze wereld. Augustinus benadrukt dat deze wereld door de goede Schepper uit het niets is geschapen als een goede wereld en dat elk levend wezen, “of hij groot is of klein, hemels of aards, geestelijk of lichamelijk” dus ook goed is. Johannes Chrysostomus waarschuwt ervoor om het geschapene niet alleen te beoordelen op zijn nut. Al het geschapene is in zichzelf goed: “niet alleen planten die nuttig zijn, maar ook zij die schadelijk zijn, niet alleen bomen die vrucht dragen, maar ook zij die geen vrucht dragen, niet alleen tamme dieren, maar de wilde en ontembare”. Volgens Basilius van Ceasarea is de wereld “een kunstwerk dat ons allen gegeven is ter overdenking, om de wijsheid van de Schepper te leren kennen”. De goedheid en schoonheid van het aardse wordt ook zichtbaar door het leven, sterven en de opstanding van Jezus Christus. Door hem vult God de materie met zijn genade en kracht.

De oproep tot ascetisch leven

In deze tijd waarin het normaal is om te consumeren wat je maar kan (wat ook goed is voor de economie), is het goed om te luisteren naar Maximus de Confessor die ons eraan herinnert dat het voor onze geestelijke groei er niet om gaat hoe veel we nodig hebben en gebruiken, maar om de manier waarop we de goederen gebruiken. Dat geeft vooral ook te denken wanneer je beseft dat dertig tot vijftig procent van al het geproduceerde voedsel op aarde verloren gaat of weggegooid wordt. Basilius wijst erop dat het bij het vasten niet alleen gaat om eten, maar om alle aspecten van het leven, je spullen en de omgang met de ander. Dit werkt ook door in de manier waarop de mens invulling geeft aan Gods opdracht om te heersen over de schepping. Daartoe was de mens geschapen als beeld van God. Vanwege de zonde is die oorspronkelijke gelijkenis aangetast. Daarom moet de mens volgens Origines nadrukkelijk de hulp van God en zijn Geest zoeken bij het heersen over de schepping. Gregorius van Nyssa zegt hierover: “De mens moet deze heerschappij zelf zien te verwerven. De koninklijke gestalte van de mens wordt het beste zichtbaar in die mensen die vrijheid verworven hebben, doordat zij geleerd hebben hun eigen wil te controleren. Wanneer de mens het purper van de deugd en de kroon van de gerechtigheid draagt, wordt hij een levend beeld van de Koning der koningen, van God zelf.” Dit raakt aan een belangrijk begrip bij de kerkvaders: de vergoddelijking (theosis), de vereniging van de mens met de levende God, de totale transformatie van de mens door de genade en heerlijkheid van God. De kerkvaders spreken ook over de mens als de priester van de schepping. Hij verbindt de schepping met God en heiligt zo de natuur.

Het eschatologische perspectief

In de christelijke traditie worden heel verschillende antwoorden gegeven op de vraag of en, zo ja, hoe deze wereld aan zijn eind zal komen. Vaak vindt men de gedachte dat bij de wederkomst van Christus deze wereld geheel zal vergaan. De oosters-orthodoxe benadering, zoals je die met name vindt bij Maximus de Confessor, is heel anders. Deze sluit aan bij de genoemde idee van de vergoddelijking. Zoals de mens uiteindelijk zal worden gered, getransformeerd en vergoddelijkt, zo zal de gehele schepping worden gered, getransformeerd en vergoddelijkt.

De eenheid van God en schepping leidt ertoe dat ze met elkaar verbonden worden tot een 'onvermengd' en 'onveranderd' geheel, zoals bij de eenheid van de goddelijke en menselijke natuur in Christus. Deze hoge waardering van en hoge verwachting voor de natuur houdt in dat de mens moet opkomen voor de natuur. De kerkvaders en woestijnheiligen brachten dat in praktijk door hun ascetische levenshouding en onophoudelijk gebed. Hun affiniteit met en diepe respect voor de natuur strekken ons tot voorbeeld. Zij kunnen een model zijn voor de christelijke kerk en voor anderen, niet alleen door hun gebedsleven en hun nauwe relatie tot God, maar ook doordat zij laten zien dat het mogelijk is om te leven in harmonie en samenwerking met de natuur. 

Deze blog is een vertaling en samenvatting van het oorspronkelijke artikel: Oleh Kindiy, “Patrology, Ecology, and Eschatology: Looking Forward to the Future of  the Planet by Looking Back to the Fathers of the Church”, Logos: A Journal of Eastern Christian Studies 55 (2014), 303-327.

Deze blog is onderdeel van een serie over ecologie en theologie. Geïnteresseerd in dit thema? Lees dan ook de vorige blog Hoe groen is de Bijbel?