Home/Bijbelblog/Hoe groen is de Bijbel?
25 april 2019

Hoe groen is de Bijbel?

Onlangs verscheen het boek Groene theologie van Trees van Montfoort. Dat is een diepgravende bespreking van de inspiratie die geput kan worden uit de bronnen van de christelijke traditie, bij het zoeken naar een uitweg uit de hedendaagse ecologische crisis. De Bijbel speelt daarbij terecht een grote rol. Zoals de schrijfster zelf laat zien is ze niet de eerste die zich op dit terrein begeeft. In deze blog zal dat ook wel duidelijk worden. Er zal eerst iets gezegd worden over eerdere pogingen de Bijbel te betrekken bij de hedendaagse discussies over de omgang met de natuur. Daarna zal opnieuw geput worden uit de belangrijke bron van het Oude Testament.

Niets nieuws onder de zon?

“Lekker buitje, zeiden de mensen … toen de zondvloed begon.” Het is een regeltje uit een show lang geleden van Herman van Veen. Ik hoorde hem pas opnieuw in een vrolijke navertelling van het Bijbelverhaal door Kees Posthumus. De show van Herman van Veen was ergens in de jaren ’70 van de vorige eeuw. In die tijd was er ook al een intense discussie over de manier waarop vanuit kerk en geloof gereageerd moest worden op alarmerende geluiden over de vervuiling van de aarde. Die discussie was eind jaren ’60 aangezwengeld door het Rapport van Rome. In 1972 publiceerde de beroemde Bijbelgeleerde James Barr het artikel “Man and Nature – The Ecological Controversy and the Old Testament.” Dat is dus bijna een halve eeuw geleden! Als nu scholieren de straat op gaan om aandacht voor het milieu te vragen, dan moeten ze niet alleen lakse regeringen aanklagen maar ook eens thuis navragen wat hun ouders en grootouders al die jaren gedaan hebben. Het lijkt er op – om terug te komen op het beeld van het begin – dat het water eerst flink moet stijgen voordat we beseffen dat we hier echt met een probleem te maken hebben dat niet vanzelf overgaat.

Natuurlijke theologie

Je zou kunnen denken dat er nu behoefte is aan een natuurlijke theologie. Veel - vooral oudere - theologen zullen van zo’n opmerking schrikken. De gangbare theologie van de vorige eeuw profileerde zich namelijk als tegenstander van de natuurlijke theologie. Je moet er wel voor gestudeerd hebben om dat te kunnen begrijpen. Het ging om de strijd van met name Karl Barth tegen opvattingen uit de negentiende eeuw dat je uit de natuur de wil van God kon leren kennen. Dat leidde tot heel gevaarlijke uitwassen, zoals de opvattingen binnen de Duitse kerk ten tijde van Hitler dat je aan het superieure Arische ras kon zien waar de voorkeur van de Schepper lag. Dat gaf de Duitsers ook het goddelijke recht – Gott mit uns – om hun wil aan anderen op te leggen.

De theologie en vooral ook de Bijbelwetenschap die zich daartegen richtte, legde vooral de nadruk op God die zich openbaart in de geschiedenis, niet in de natuur. In het Oude Testament gaat het ook wel over de natuur, zoals in de eerste hoofdstukken van Genesis. Dat staat, zo lees je in de commentaren uit die tijd, echter vooral in het teken van Gods bevrijdende handelen zoals dat begint in de geschiedenis van Abraham. De teksten over de schepping en de eerste mensen zijn niet meer dan een noodzakelijke inleiding. De laatste decennia is er al wel een tegenbeweging zichtbaar binnen de Bijbelwetenschap. Dat zie je aan de toenemende belangstelling voor aardse boeken als Spreuken vol met wereldse wijsheid. Maar daarmee heb je nog geen ecotheologie.

Ecotheologie

Wat is ecotheologie? Wordt dit weer zo’n theologie waarbij na veel geleerde omzwervingen vastgesteld wordt dat God zegt wat wij zelf van tevoren ook al bedacht hadden? Gaan we nu in de Bijbel antwoorden vinden op vragen die de Bijbelschrijvers zelf nooit hadden bedacht? Enige terughoudendheid lijkt hier op zijn plaats. De Bijbel komt over het algemeen meer tot zijn recht  als tegenspreker dan als meeprater en de genoemde gevaren die kleven aan natuurlijke theologie kun je ook maar beter in je achterhoofd houden.

Uit de Bijbel is geen recept te halen waarmee de huidige milieuproblemen succesvol aangepakt kunnen worden. Het geloof in God als schepper draagt zeker bij aan respect voor die schepping. Het is ook mooi om te kunnen verwijzen naar een tekst als Psalm 72, waar het aan de natuur te zien is dat er een goede koning aan de macht is; of nog mooier: naar het slot van Psalm 98, waar zeeën, rivieren en bergen bruisen, in de handen klappen en jubelen voor God. Waar zijn wij mensen helemaal mee bezig, zo kun je je dan afvragen, dat wij de zeeën daarbij hinderen met ons plastic, de rivieren met onze riolen en de bergen met ons toerisme?!

Volgens sommige Bijbellezers zouden we de Bijbel juist ook moeten kritiseren, net zoals dat gebeurt bij teksten waarbij vrouwen direct of indirect ondergeschikt worden gemaakt. Wie gelooft in de doorgaande werking van de Heilige Geest moet immers ook ruimte laten voor nieuwe, profetische geluiden. Zo wordt wel voorgesteld om de aarde een stem te geven, zodat zij ('moeder aarde') niet langer willoos slachtoffer is van ons gebruik en misbruik. Dat heeft dan 'natuurlijk' weer het risico dat de aarde niets anders te zeggen heeft dan wat wij zelf ook al vinden. Of zouden we zover moeten durven gaan dat we de aarde God laten verwijten dat Hij al is gaan rusten op vrijdagmiddag, nadat Hij de dieren had gemaakt.

Nogmaals de vloed

Wie het verhaal van de vloed in Genesis 6-9 nog eens leest tegen de achtergrond van de huidige discussies over ecologie, kan dat verhaal op verschillende manieren toepassen. Je kan het lezen als geruststelling: God beloofde aan Noach dat Hij de aarde niet nog eens zou laten verzwelgen door water. God zal vasthouden aan zijn schepping. Laten we niet in paniek raken. Die bui drijft wel over.

Je zou er echter ook op kunnen wijzen dat God in zijn handelen steeds weer blijkt te reageren op wat de mensen doen. Na de vloed herhaalt Hij nog eens dat de mens beeld van God is, maar Hij geeft hem ook extra regels mee. Blijkbaar is die bijstelling nodig. Nu zegt God wel dat Hij een eeuwig verbond met de mens en de aarde sluit. Maar hoe vast staat dat? Hij sloot ook een eeuwig verbond met het koningshuis van David. Dat liep ook heel anders dan David op dat moment dacht. Dat kwam omdat Davids nakomelingen er een potje van hadden gemaakt. Als je dat Bijbelse inzicht verbindt met het verhaal van de vloed en Gods belofte, dan besef je dat je die verbondsbelofte ook niet al te gemakzuchtig mag opvatten. Na ons dreigt er misschien wel degelijk een zondvloed.

Kortom, in de huidige ecologische crisis biedt de Bijbel ons geen pasklaar antwoord en ook geen vrome ontsnappingsmogelijkheid. Het mooiste wat het te bieden heeft vind ik in de genoemde Psalmen: de motivatie om de natuur niet te beletten de Schepper toe te zingen (Ps. 98); en het inzicht dat een florerende wereld gepaard gaat met het najagen van gerechtigheid  (Ps 72).

Dit blog is grotendeels gebaseerd op een eerder gepubliceerd artikel: https://kspronk.wordpress.com/2009/07/05/bible-and-global-warming/