Naar hoofdinhoud
De ingenomen standpunten zijn die van de auteur, niet per se die van de PThU.
Heb je een vraag of goed idee voor het bijbelblog?

Messiasbeelden

19 maart 2026

Wat of wie zie jij voor je als je het woord messias hoort? Grote kans dat meteen één naam opduikt: Jezus. Via hem is dit Hebreeuwse begrip wereldwijd bekend geraakt. Maar het begrip messias is ouder, breder en verrassender dan vaak wordt gedacht.

Dineke Houtman
Emeritus hoogleraar Judaïca

Betekenis

Het woord messias betekent – net als zijn Griekse tegenhanger christus – letterlijk ‘gezalfde’. In het oude Israël was dit geen aanduiding van een unieke figuur, maar een titel voor mensen met een bijzondere roeping. Priesters, koningen en soms ook profeten werden bij hun inwijding gezalfd voor een specifieke taak. De ontwikkeling van de messiastitel door de eeuwen heen begint bij de priesters.

Priesters

De eerste keer dat de Bijbel over zalving spreekt, is in het boek Exodus. Dit gebeurt na het sluiten van het verbond in de woestijn. God geeft dan opdracht om een heiligdom te bouwen. In de hoofdstukken daarna wordt de eredienst geregeld. In Exodus 28–30 lezen we over de wijding van de priesters, inclusief de zalving met olie. In Leviticus 8 wordt dit ritueel nog eens uitgebreid beschreven. Daar staat dat ook de tabernakel zelf wordt gezalfd:

Toen nam Mozes de zalfolie en zalfde daarmee de tabernakel en alles wat zich erin bevond, en heiligde dat. […] Hij goot een deel van de olie over het hoofd van Aäron en zo, door hem te zalven, heiligde hij hem.(Bron: Lev 8:10,12)

Heiliging betekent in deze setting ‘apart zetten’. De eerste priester, Aäron, werd apart gezet als rituele bemiddelaar tussen God en het volk.

Koningen

Toen Israël eenmaal in het beloofde land woonde, wilde het volk een koning, net als andere volken. Dat was eigenlijk niet Gods oorspronkelijke plan, maar Hij ging er toch mee akkoord. De profeet Samuël zalfde op Gods aanwijzing Saul tot koning. Dat gebeurde in het geheim. In 1 Samuel 10:1 staat:

Hij goot een kruikje olie over Sauls hoofd uit, kuste hem en zei: ‘Hierbij zalft de Heer u tot vorst over het volk dat Hem toebehoort.’

Na deze zalving wordt Saul vervuld met de geest van de Heer. Maar hij blijft zijn roeping niet trouw. Daarom verwerpt God hem als koning.

God stuurt Samuël opnieuw op pad en kiest nu David, de jongste zoon van Isaï. Ook hij wordt in het geheim gezalfd, terwijl Saul nog koning is. In 1 Samuel 16:13 lezen we:

Samuel nam de hoorn met olie en zalfde hem te midden van zijn broers. Van toen af was David doordrongen van de geest van de Heer.

Zalving van David, schilderij van Paolo Veronese uit ca. 1555. Credits: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0.

Na David komt, na veel intriges, zijn zoon Salomo op de troon. Ook hij wordt gezalfd. In 1 Koningen 1:39 staat:

De priester Sadok nam de hoorn met olie, die hij uit het heiligdom had meegenomen, en zalfde Salomo. Toen werd er op de ramshoorn geblazen en iedereen riep: ‘Leve koning Salomo!’

Bij Salomo wordt niet expliciet gezegd dat hij met de geest van de HEER wordt vervuld. Wel lezen we dat God hem in een droom vraagt wat hij wil ontvangen. Salomo kiest voor wijsheid, en God geeft hem die overvloedig. Dit kan ook worden beschouwd als een gave van de geest van de Heer. We zien dus een verband tussen zalven en bezieling.

Na deze koningen werden er nog meer koningen gezalfd, maar het was niet per se een standaardprocedure. De zalving heeft vooral te maken met een bijzondere goddelijke roeping.

Profeten

Ook profeten kunnen gezalfd worden, al gebeurt dat minder vaak. In 1 Koningen 19 krijgt bijvoorbeeld de profeet Elia de opdracht om Elisa tot zijn opvolger te zalven.

Een bijzonder geval is de profeet Jesaja, die uitroept dat God hem gezalfd heeft, zonder dat duidelijk wordt of het een daadwerkelijke zalving met olie betreft of dat het alleen om het idee van roeping gaat. Jesaja 61:

De geest van God, de Heer, rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd […]

We zien hier wel dezelfde combinatie van zalving en vervulling met de geest van God die we ook bij de eerste koningen zagen.

Een verrassende messias: Cyrus

Er is één opvallend voorbeeld waarin een buitenlandse koning messias wordt genoemd. Het gaat om Cyrus, de Perzische koning. In 539 v.Chr. verovert hij Babylon, waar veel Joden in ballingschap leven.

Cyrus laat hen terugkeren en geeft toestemming om de Tempel in Jeruzalem te herbouwen. In Jesaja 44 en 45 noemt God Cyrus zijn messias. God zet hem apart en gebruikt hem om zijn plan uit te voeren.

Teleurstelling en nieuwe hoop

De vreugde over de terugkeer uit de ballingschap verdwijnt snel. Israël blijft een kleine provincie onder grote wereldrijken: eerst de Perzen, daarna de Grieken en de Romeinen. De oude glorie keert niet terug.

In deze periode van teleurstelling ontstaan wisselende messiasverwachtingen – politiek, religieus en kosmisch:

  • Een koning uit het huis van David: er werd een nakomeling van David verwacht die de vreemde heersers zou verdrijven en de zelfstandigheid zou herstellen.
  • Een spirituele leider. Tijdens de ballingschap groeide het besef dat het volk zelf schuld had aan de ondergang. Daarom kwam de nadruk te liggen op trouw aan de Wet. Men hoopte op een priesterlijke messias die de eredienst zou herstellen.
  • Brenger van een nieuwe wereldorde. Omdat niet alleen Israël, maar de hele wereld in onrust was, werd de verwachting steeds grootser. Men keek uit naar de ‘Dag van de HEER’, waarop Gods gezalfde de wereld zou veranderen. Daarover spreekt bijvoorbeeld Daniël:

Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij, die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.(Bron: Dan 7:14)

De tijd van Jezus

In de tijd van Jezus bestond de messiasverwachting uit bovenstaande drie elementen: politiek, religieus en kosmisch. Tegen die achtergrond was het voor velen moeilijk om Jezus als messias te zien. Hij kwam niet als bevrijder in politieke zin, stelde vragen bij de gebruikelijke tempelpraktijken, en stelde Israël centraal in zijn roeping. Daarmee week hij duidelijk af van de traditionele verwachtingen van een koninklijke, priesterlijke of kosmische messias.

Bovendien bleek hij kwetsbaar en sterfelijk toen hij werd gekruisigd. Het idee van een lijdende messias, zoals dat later in het christendom werd uitgewerkt aan de hand van teksten als Jesaja 53, was in die tijd niet gangbaar. Veel Joden identificeerden de lijdende knecht met het volk Israël. Daarom is het historisch en theologisch begrijpelijk dat de meeste Joden in Jezus niet de verwachte messias zagen.

Christendom en de breuk met het Jodendom

De naam Jezus uit het Nieuwe Testament betekent ‘God redt’. Zijn discipelen, en de grote schare volgelingen die daarna komt, zien hem als Jezus Messias/Christus, de gezalfde uitverkorene waardoor God de wereld redt. Om hem deze plek te geven, worden oude messiasverwachtingen opnieuw geïnterpreteerd. De zalving krijgt zo een nieuwe betekenis: het functioneert als een beeld of metafoor voor de heilige Geest. In Handelingen 10:37-38 lezen we een duidelijk voorbeeld hiervan:

U weet wat er in heel het Joodse land is gebeurd, hoe het begon in Galilea, hoe God, na de doop waartoe Johannes hem opriep, Jezus van Nazaret met de heilige geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed […].

Hier gebeurt iets fundamenteels. Zalving wordt letterlijk vergeestelijkt: olie wordt geest. Handelingen 2:36 gaat nog een stapje verder, door te stellen dat God Jezus heeft aangesteld tot Heer en Messias. Dit betekent op zich nog geen breuk met het Joodse geloof in één God. Het sluit aan bij Joodse ideeën waarin God zijn gezag toevertrouwt aan een bijzondere figuur, zoals de Mensenzoon in Daniël 7. De christelijke presentatie van Jezus als zelfstandige goddelijke figuur gaat voor Joden echter te ver. Het botst met hun geloof in de eenheid van God. Dat geloof wordt duidelijk uitgesproken in Deuteronomium 6:4:

Luister, Israël: de HEER is onze God, de HEER is één!

Geloven joden nog in de messias?

Jazeker, joden geloven in de messias, maar hoe die verwachting wordt ingevuld, verschilt sterk tussen stromingen. Orthodoxe Joden zien de messias als een toekomstige, menselijke leider die vrede en gerechtigheid brengt en het Joodse volk verzamelt. Voor progressieve joden is de messias eerder een symbool van een wereld waarin gerechtigheid en vrede heersen. Hoe dan ook blijft de Joodse messiasverwachting altijd toekomstgericht: de messias moet nog komen, en met die hoop kijken Joden vooruit naar een betere wereld.