Moet je lijden gewillig ondergaan?
We leven in gewelddadige tijden. In de Verenigde Staten plukken gemaskerde mannen in ICE-uniform zomaar mensen van de straat. Tijdens Oud en Nieuw richtten groepen jongeren vuurwerkmitrailleurs op de politie. Protesten lijken steeds vaker op geweld uit te lopen. Hoe moeten we in dit soort situaties reageren op het geweld en onrecht in deze wereld? Of scherper nog, hoe moeten we reageren als dat geweld onszelf overkomt? Slaan we terug volgens de logica van oog om oog, tand om tand? Of kiezen we een andere weg? Deze vragen raken de kern van een Bijbelboek dat vaak verkeerd begrepen wordt, maar juist in deze tijden een relevante gids kan zijn: 1 Petrus.
Een brief gesmeed in een ‘vuur van beproeving’
De eerste brief geschreven onder de naam van de discipel Petrus is gericht aan christenen in Klein-Azië, het huidige Turkije. Zij vormden kleine gemeenschappen te midden van een samenleving die hun geloof vreemd, aanstootgevend en soms zelfs bedreigend vond. Een Romeinse gouverneur uit deze provincie, Plinius de Jongere, beschrijft hun geloof rond deze tijd in een brief aan de keizer (brief 10.96) als een “verdorven, buitensporig bijgeloof”.
Als je 1 Petrus leest, wordt meteen duidelijk dat christenen het zwaar te verduren hadden. Het woordje voor ‘lijden’ (πάσχω) komt in deze korte brief vaker voor dan in elke andere tekst in het Nieuwe Testament. Petrus beschrijft de situatie van de christenen dan ook als een “vuur van beproeving” (1 Pet 4:12). Waar deze beproevingen precies uit bestonden, is niet helemaal duidelijk. Wel spreekt de brief over sociale uitsluiting en vijandigheid richting christenen vanuit hun omgeving.
Een belangrijke aanleiding hiervoor is dat hun levensstijl botste met de normen en waarden die gebruikelijk waren in de bredere Romeinse samenleving. Christenen namen niet deel aan religieuze rituelen, trokken zich terug uit hun families en vakbonden, trokken zich niks aan van gangbare sociale verhoudingen, en hadden gekke rituelen. Dat maakte hen in de ogen van hun buren verdacht.
De grote vraag van de brief is dan ook: hoe leef je als christen wanneer je geloof je in de problemen brengt?
Schokkende adviezen
Het advies dat de schrijver van 1 Petrus aan de christelijke gemeenschap geeft, klinkt voor moderne lezers schokkend: onderga je lijden gewillig en zonder terug te vechten. In 1 Petrus 2:18-19 zegt hij:
Slaven, erken het gezag van uw meesters en heb ontzag voor hen, niet alleen voor de goede en rechtvaardige, maar ook voor de hardhandige. Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen.
Enkele zinnen later roept hij vrouwen op zich te onderwerpen aan het gezag van hun man (1 Pet. 3:1). Niet alleen deze groepen, maar de hele gemeenschap wordt in de brief opgeroepen om hun lijden te ondergaan.
Dat lijken kwalijke adviezen. Hoe kan de schrijver van de brief beweren dat het lijden van deze mensen “een blijk van genade” is? Het klinkt eerder alsof de schrijver onrecht accepteert en misbruik normaliseert. En inderdaad, door de geschiedenis heen zijn deze teksten misbruikt om onderdrukking – met name van vrouwen en tot slaaf gemaakten – van een christelijk tintje te voorzien.
Maar misschien is er nog een reden voor ons ongemak bij deze teksten: veel moderne lezers lezen de tekst namelijk vanuit een comfortabele positie. In een samenleving waarin christenen niet of nauwelijks beperkt worden in hun doen en laten, is het moeilijk om te begrijpen waarom lijden ondergaan iets goeds kan zijn. Voordat we deze teksten naast ons neerleggen, is het daarom misschien verstandig om ons af te vragen of het probleem in de tekst zit, of in onze afstand tot het soort lijden waarover Petrus spreekt.
Actief lijden
Wij denken vaak dat lijden per definitie passief is. Wie lijdt, ondergaat. Wie lijdt, verliest macht. Wie lijdt, kan onrecht niet meer veranderen. Daarom klinkt er ook al eeuwenlang kritiek op de christelijke oproep om lijden gewillig te ondergaan. Zo verweet de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche het christendom bijvoorbeeld dat zij een ‘slavenmentaliteit’ in stand hield.
De schrijver van 1 Petrus daagt dit beeld uit. Lijden kan volgens hem ook iets actief zijn. Iets waar je bewust voor kiest. Niet omdat verdrukking op zichzelf goed is, maar omdat de manier waarop je met onrecht omgaat, verschil kan maken. Lijden kan, paradoxaal genoeg, een vorm van actief handelen zijn die de wereld verandert. Om dit beter te begrijpen, helpt het om naast Petrus te luisteren naar iemand die lijden van binnenuit kende en het tegelijkertijd inzette voor verandering: Martin Luther King.
Martin Luther King en herstellend lijden
Martin Luther King was een zwarte dominee, activist en denker. Hij leefde in een samenleving waarin racisme wettelijk was vastgelegd en geweld tegen zwarte Amerikanen een dagelijkse realiteit was. Net als de schrijver van 1 Petrus was King ervan overtuigd dat het evangelie niet alleen over de hemel gaat, maar ook over het vergroten van rechtvaardigheid in het hier en nu. Toch koos hij niet voor gewapend verzet, ook al waren er aanhangers die dat graag hadden gewild (zoals bijvoorbeeld de Black Panthers-beweging).
King wilde volgens een andere logica reageren op geweld. Niet volgens die van polarisatie, wraak of demonisering van tegenstanders, maar volgens de logica van wat hij ‘redemptive suffering’ noemde: herstellend lijden. Daarmee bedoelde hij dat als je lijden bewust ondergaat in plaats van hard terug te vechten, dit aan de omstanders en daders kan laten zien hoe slecht en onrechtvaardig het eigenlijk is. Door niet hard terug te slaan, wordt blootgelegd hoe diep het kwaad zit, en wordt het als het ware ‘ontmaskerd’.
Dit is volgens King geen zweverig idealisme, maar een reëel middel tot sociale verandering. De geschiedenis heeft laten zien dat hij gelijk had. De protestmarsen die Martin Luther King in het dorpje Selma organiseerde, zijn daar een bekend voorbeeld van. Vreedzame demonstranten werden hardhandig aangepakt door de politie, geslagen met knuppels en gebeten door honden. King wist dat dit zou gebeuren. Maar hij wist ook dat juist dit geweld zichtbaar zou maken hoe onrechtvaardig het racisme was, hoe diep de haat tegen zwarte mensen in de Amerikaanse cultuur verweven zat. Door niet terug te vechten, maar dit lijden vrijwillig te ondergaan, zou het kwaad van racisme ontmaskerd worden, geloofde King.
De schokkende beelden van demonstranten die genadeloos in elkaar geslagen werden, gingen de wereld over. Ze confronteerden Amerika met haar eigen onrecht. Dat leidde tot morele verontwaardiging, tot politieke druk en uiteindelijk tot nieuwe wetten. Herstellend lijden bracht echte verandering.
De logica van lijden
Maar hoe helpt dit alles ons om de moeilijke woorden van Petrus beter te begrijpen? Het is allereerst belangrijk om te zeggen wat Petrus niet doet. Hij zegt nergens dat slavernij goed is. Hij zegt nergens dat mishandeling juist is. Hij verheerlijkt geen machtsmisbruik. Wat hij wel doet, is spreken tot mensen die nauwelijks middelen hebben om hun situatie direct te veranderen, net zoals King dat deed.
Voor de christenen in Klein-Azië was de vraag niet: hoe schaffen we dit systeem af? Die mogelijkheid lag buiten hun bereik. In plaats daarvan geeft 1 Petrus een antwoord dat lijkt op de logica van Kings idee van ‘herstellend lijden’. Ook Jezus onderging zijn lijden gewillig, en dit heeft geresulteerd in jullie herstel, zegt de schrijver. Direct na zijn oproep aan slaven schrijft hij:
Ook Christus heeft geleden, om jullie wil, en hij heeft jullie daarmee een voorbeeld gegeven (…) Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel aan hem die rechtvaardig oordeelt (…) Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout opgedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven.(Bron: 1 Pet 2:21; 24)
Voor deze schrijver is het duidelijk: Jezus’ lijden was geen passiviteit, maar juist een radicale vorm van kracht! Het onrecht werd daardoor niet in stand gehouden maar juist definitief verslagen. Dat is precies wat King de ‘herstellende’ werking van lijden zou noemen. Doordat Jezus dit onrecht onderging, werd het menselijk kwaad blootgelegd en langzaam genezen. Of zoals de brief het in de woorden van de profeet Jesaja zegt: “Door zijn striemen bent u genezen” (1 Pet 2:24).
Voor Petrus is het kruis daarom geen teken van zwakte en mislukking, maar van krachtige transformatie. Juist door middel van zijn lijden veranderde Jezus de wereld. En diezelfde logica moet onze eigen reactie kleuren. Daarom schrijft Petrus: “In zijn voetstappen moeten jullie volgen” (1 Pet 2:21).
Hoe reageren wij vandaag?
Dat brengt ons terug bij onze eigen tijd. Hoe reageren wij wanneer wij onder druk komen te staan, wanneer ons geloof botst met maatschappelijke overtuigingen? Grijpen wij dan zelf naar de wapens? Gaan wij met brandende fakkels de straat op? Of volgen we de logica van herstellend lijden en wandelen we in de voetstappen van Jezus, de kerk in Klein-Azië en Martin Luther King? Durven wij te geloven dat een andere weg mogelijk is?
De schrijver van 1 Petrus en King geloofden beiden dat het ondergaan van onterecht lijden de kracht heeft om de werkelijkheid in het hier en nu te veranderen. Het heeft als het ware iets ‘prefiguratiefs’. Dit betekent dat als we vandaag leven op de manier van Jezus, iets van de toekomstige wereld die hij belooft realiteit kan worden. In het huidige maatschappelijke klimaat klinkt dat voor velen wellicht als een droombeeld. Maar wellicht is dromen van Jezus’ toekomst precies waar deze tijden om vragen. King dacht in ieder geval van wel. In misschien wel zijn meest beroemde speech zegt hij:
Ik heb een droom (…) dat juist daar in Alabama kleine zwarte jongens en zwarte meisjes hand in hand zullen kunnen gaan met kleine witte jongens en witte meisjes, als zusters en broeders. Ik heb een droom dat op een dag elke vallei verheven zal worden, elke heuvel en berg verlaagd zal worden, de ruwe plaatsen vlak gemaakt zullen worden en de kromme wegen rechtgetrokken zullen worden, en dat de heerlijkheid van de Heer geopenbaard zal worden. (…) Met dit geloof zullen wij uit de berg van wanhoop een steen van hoop kunnen houwen. (…) Met dit geloof zullen wij samen kunnen werken, samen kunnen bidden, samen kunnen strijden, samen naar de gevangenis kunnen gaan, samen kunnen opstaan voor vrijheid, in de wetenschap dat wij op een dag vrij zullen zijn.
Dat is geen passieve oproep tot stilzwijgen. Het is een oproep tot moed. Misschien is de logica van lijden niet het smoren van je stem, maar juist het herontdekken daarvan.