Seksueel trauma? 'Kerken, praat erover!'
De kerk worstelt met de omgang met seksueel trauma. Daarom is er een fundamentele verschuiving nodig in hoe de kerk omgaat met slachtoffers van seksueel misbruik. Dat zegt theologe, predikante en ervaringsdeskundige Marie Hansen-Couturier. “De kerk spreekt snel van vergeving, maar er moet eerst ruimte zijn om over het trauma te spreken.” Zij pleit vandaag tijdens de verdediging van haar proefschrift voor een nieuwe, trauma-sensitieve theologie.
“Vergeving moet niet van buitenaf worden opgelegd”
In haar onderzoek keek Marie Hansen-Couturier naar situaties van seksueel misbruik in christelijke contexten: in de kerk, maar ook in gezinnen waarin geloof een belangrijke rol speelt. Haar proefschrift komt voort uit een vraag die haar al langer bezighoudt. Tijdens haar masteronderzoek bij de PThU verdiepte Hansen-Couturier zich in de mogelijkheid – en onmogelijkheid – van vergeving na seksueel misbruik. Die vraag bleek complexer dan zij aanvankelijk dacht. “Het onderwerp vergeving komt in kerkelijke context vaak heel snel naar voren,” vertelt ze. “Maar voor mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt kan dat juist heel moeilijk zijn. Vergeving kan iets moois zijn, maar het moet wel van binnenuit komen – niet van buitenaf worden opgelegd.”
Het lichaam ontbreekt in de theologie
Die ontdekking vormde het begin van een bredere zoektocht. Gaandeweg verschoof haar aandacht van vergeving naar trauma zelf. Trauma-sensitieve theologie betekent volgens haar dat theologisch denken zich laat vormen en hervormen door de verhalen en ervaringen van slachtoffers. “Het vraagt dat theologie bereid is om eigen denkbeelden en kaders te herzien,” zegt ze. “Bereid is ruimte te scheppen voor mensen met ervaring van seksueel misbruik. Voor wat hun verhalen betekenen voor bijvoorbeeld ons spreken over God.” Een belangrijk inzicht uit haar onderzoek is dat lichamelijkheid daarin een sleutelrol speelt. Trauma wordt niet alleen herinnerd in woorden, maar ook in het lichaam. “In de kerk komen we vaak binnen als een soort hoofd op pootjes,” zegt Hansen-Couturier. “Maar tussen dat hoofd en die voeten zit een heel lichaam. Als we het niet over lichamelijkheid kunnen hebben – en dus ook niet over seksualiteit – wordt het heel moeilijk om over seksueel misbruik te spreken. Dat gaat in eerste instantie over macht en machtsmisbruik, maar het gaat óók over seks en je lijf en wat daarmee gebeurt.”
Slachtoffers worden niet gezien
Dat gebrek aan ruimte heeft gevolgen voor mensen die trauma meedragen. In gesprekken met slachtoffers hoorde zij regelmatig dat zij zich binnen kerkelijke context niet gezien of erkend voelen. “Als een voorganger zegt: ‘vergeef zeventig maal zeven’, kan dat voelen als een opdracht,” legt ze uit. “Eerst moet er erkenning zijn. Eerst moet iemand zijn of haar verhaal kunnen vertellen – met alles wat daarbij hoort: verdriet, boosheid, kritiek.” Dat vraagt volgens haar om een andere manier van luisteren in kerkelijke gemeenschappen. Niet snel naar oplossingen of verzoening zoeken, maar ruimte maken voor wat er werkelijk is gebeurd. “Wanneer vergeving van buitenaf wordt opgelegd, kan dat betekenen dat dingen onder het tapijt worden geveegd.”
Lichaam en taal
Voor haar onderzoek nam Hansen-Couturier met andere vrouwen deel aan een cursus voor mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt en worstelen met hun relatie tot God. In die bijeenkomsten werd niet alleen gesproken en gelezen, maar ook getekend, gemediteerd en gedanst. Die lichamelijke en creatieve vormen bleken verrassend betekenisvol. “Tekenen doe je met je handen, dansen met je hele lichaam,” zegt ze. “Dat opent andere manieren om met zingeving en geloof om te gaan. Het lost trauma niet op, maar het kan wel ruimte geven voor gevoelens en inzichten die eerder geen plek hadden.” Ook taal speelt een belangrijke rol. Woorden schieten soms tekort wanneer mensen proberen te verwoorden wat zij hebben meegemaakt. Tegelijk kan het vinden van woorden ook helend zijn. Daarbij komt nog een andere dimensie: het spreken over God. Godsbeelden kunnen voor mensen met traumatische ervaringen verschillend uitwerken. Sommige beelden bieden troost, andere kunnen juist pijn oproepen. Daarom pleit Hansen-Couturier voor meer variatie en zorgvuldigheid in de manier waarop kerken over God spreken.
Ruimte maken in kerk en liturgie
In haar proefschrift presenteert Hansen-Couturier geen afgerond model voor trauma-sensitieve theologie. Wel biedt zij een aantal concrete aanzetten voor kerkelijke praktijk en theologisch denken. Een eerste stap is eenvoudig maar ingrijpend: “Bespreek trauma eens in een kerkdienst! Er zijn genoeg Bijbelverhalen waarin geweld en trauma voorkomen,” zegt ze. “Het kan al veel betekenen wanneer een voorganger laat merken dat er in de gemeente ruimte is om daarover te spreken. Je bent geen psycholoog, je hoeft je ook niet voor te doen alsof je dat allemaal kan behandelen op zondagochtend, maar je staat er open voor.” Daarnaast pleit zij voor meer aandacht voor lichamelijkheid in liturgie en kerkelijk leven. Denk aan vieringen waarin mensen bewegen, gebaren maken of op andere manieren hun lichaam betrekken bij geloofspraktijken. Een derde punt betreft rituelen. Sommige respondenten vertelden haar dat zij in de kerk een plek missen om hun verlies te markeren. Niet het verlies van een persoon, maar van vertrouwen, veiligheid of onschuld. “Een van de vrouwen zei: ‘Er is niemand overleden bij mij, maar ik heb wel iets verloren in mijn leven. En daarvoor mis ik een ritueel.’ Dat zette mij aan het denken,” vertelt Hansen-Couturier.
Een kritische én hoopvolle stem
Hansen-Couturier weet dat haar onderzoek kritische vragen stelt aan kerk en theologie. Toch hoopt ze dat het vooral een uitnodiging is. “Mijn hoop is dat het slachtoffers een stem geeft,” zegt ze. “En dat mensen in kerkelijke context bereid zijn om daarvan te leren.” Juist daarin ligt volgens haar een belangrijke opdracht: de kerk kan het zich niet veroorloven om trauma onbesproken te laten.