Naar hoofdinhoud

Hoe voorkomen we het falen van de ouderenzorg?

13 februari 2026

Hoe moet zorg voor ouderen vorm krijgen in een samenleving die sterk inzet op zelfredzaamheid en participatie? Die vraag bleek urgent tijdens een bijeenkomst op 4 februari voor zorgprofessionals, vrijwilligers en vertegenwoordigers uit kerkelijke en zorggerelateerde organisaties. Zo’n 185 deelnemers deelden hun ervaringen  - én hun onrust.

Geleefde werkelijkheid ouderen is anders

De opkomst in het Ontmoetingscentrum in Wierden was groot, de gesprekken intens: tekenend voor het gevoel van urgentie van de deelnemers. Tijdens de bijeenkomst kwamen praktijkervaringen, wetenschappelijke inzichten en beleidsvragen samen. Centraal stond de spanning tussen beleidsmatige verwachtingen van autonomie in een Wmo-samenleving enerzijds en de geleefde werkelijkheid van ouder worden anderzijds. Veel ouderen krijgen te maken met verlieservaringen, toenemende afhankelijkheid en een krimpend sociaal netwerk. Deze ontwikkelingen roepen vragen op: zijn formele zorgstructuren wel toereikend? Wat is de rol van informele en levensbeschouwelijke netwerken?

Formele zorg alleen is onvoldoende

De inhoudelijke basis van de bijeenkomst werd gevormd door het promotieonderzoek van dr. Rienke Vedders-Dekker, geestelijk verzorger in de ouderenzorg en gemeentepredikant. In haar proefschrift betoogt zij dat formele zorg alleen geen recht doet aan de brede zorgbehoeften van ouderen. Relationele zorg, aandacht voor zingeving en de aanwezigheid van informele netwerken blijken essentieel voor het ervaren van kwaliteit van leven. Toch krijgen deze elementen binnen bestaande zorgsystemen vaak een marginale positie.

Betere samenwerking hard nodig

In de groepsgesprekken onder leiding van prof. Thijs Tromp werd duidelijk dat kerken tal van lokale initiatieven ontplooien waarin deze relationele dimensie vorm krijgt. Maar ook dat samenwerking tussen kerken, zorgorganisaties en de burgerlijke overheid vaak niet tot stand komt. Vooral kwetsbaar zijn de afstemming tussen kerkelijke organisaties en gemeenten, mede door wisselende beleidskaders en aanbestedingsstructuren. Deelnemers van de bijeenkomst pleitten daarom voor meer structurele vormen van intersectorale samenwerking, waaronder vaste overlegmomenten en duidelijke aanspreekpunten.

Netwerken bieden steun

Ook het belang van netwerkvorming kwam aan de orde. Organisaties als Present en SchuldHulpMaatje werden genoemd als voorbeelden van informele infrastructuren die een brug kunnen slaan tussen formele zorg en het dagelijks leven van ouderen. Ook de inzet van bezoekvrijwilligers vanuit kerkelijke contexten werd besproken als een laagdrempelige vorm van ondersteuning die bijdraagt aan sociale verbondenheid. Diakenen en ouderlingen verrichten ook belangrijk werk. Het onderscheid tussen hun taken is niet scherp en dat wordt ook niet als problematisch ervaren.

Een terugkerend thema was het bereiken van ouderen in sociaal isolement. Signalen van vereenzaming worden vaak opgevangen door actoren buiten het zorgdomein, zoals postbezorgers. Toch zijn dit soort signalen moeilijk door te geven zonder ethische en juridische vragen rondom privacy en gegevensbescherming.

Noodzaak voor integrale benadering

Al met al bleek uit de bijeenkomst dat een integrale benadering van ouderenzorg nodig is. En dat daarin relationele, zingevingsgerichte en structurele dimensies nadrukkelijk moeten worden meegenomen.