Witruimte en de verborgen betekenis van bijbelteksten
Net als in poëzie hangt de betekenis van bijbelteksten samen met de vorm waarin woorden zijn gerangschikt. De manier waarop een tekst oorspronkelijk is opgebouwd, ingedeeld in eenheden met behulp van alinea’s en inspringingen, bepaalt hoe zij moet worden geïnterpreteerd. In bijbelteksten wijzen die ‘lege ruimtes’ op een zeer oud tekstbegrip, waarmee bijbelvertalers rekening zouden moeten houden. Dat is althans wat Jürgen Gruhler betoogt wanneer hij vanmiddag zijn proefschrift over het boek Daniël verdedigt.
Gelukkige toevalligheden
Gruhler rolde bij toeval in zijn promotieonderwerp, via een onschuldige vraag van een gemeentelid uit zijn voormalige gemeente om vaker te preken over het Oude Testament, en dan met name over het boek Daniël. "Ik had geen tijd om alle interpretaties en commentaren op Daniël door te nemen, dus pakte ik mijn Hebreeuwse Bijbel," vertelt hij. "Daarin viel me de witruimte in de tekst op en ontdekte ik gaandeweg zeer interessante tekststructuren. Ik belde een oude hoogleraar en vroeg: 'Wat is dit?' Hij vroeg zich af of dit misschien iets was wat ik wilde onderzoeken en verwees me door naar Klaas Spronk, die de pastorale achtergrond van mijn vraag waardeerde en ermee instemde mij te begeleiden." Elf jaar later noemt Gruhler zijn vrouw de belangrijkste reden dat hij zijn promotietraject überhaupt heeft kunnen afronden. "Als ik had geweten dat het zo lang zou duren, was ik er misschien nooit aan begonnen," zegt hij.
Afgrenzingen: hier, daar, overal
Gruhler is niet de eerste aan de Protestantse Theologische Universiteit die zich verdiept in de inspringingen en witregels in Hebreeuwse teksten – de zogenoemde ‘delimitations’ (tekstindeling) die teksten in eenheden verdelen. Sterker nog: een van de grondleggers van de tekstindeling-methode werkt aan de PThU: hoogleraar Oude Testament Marjo Korpel. "Een pionier op dit terrein," aldus Gruhler, die het een eer vond om met haar samen te werken. In het jaar 2000 namen zij en de hoogleraren Johannes de Moor en Konrad Jenner bevindingen van theoloog Josef Oesch en werkten die uit tot een samenhangende methode: delimitation criticism. Deze methode besteedt aandacht aan de plaatsen waar oude schriftgeleerden ruimtes, onderbrekingen en pauzes in een tekst aanbrachten, omdat die laten zien hoe een tekst bedoeld was om gelezen, gehoord en begrepen te worden.
"Tekstindeling is als de inhoudsopgave van een boek," zegt Gruhler. "In het Duits, Nederlands of Engels hebben we kopjes en subkopjes als leidraad voor de tekst. In oude teksten ontbreekt dat. Daardoor verschilt de indeling van vertaler tot vertaler en van bijbelgenootschap tot bijbelgenootschap. Soms maakt elke onderzoeker zijn eigen indeling, afhankelijk van de focus van het onderzoek." Zo’n vorm van ‘framing’ kan leiden tot interpretaties die ver afstaan van wat de oorspronkelijke auteur bedoeld moet hebben.
Een einde aan interpretatiechaos?
Gruhler maakt onderscheid tussen twee soorten tekstindeling. Externe tekstindelingen zijn de ‘lege’ ruimtes zoals inspringingen of alinea’s in een boek – het focuspunt van het onderzoek van Marjo Korpel. Interne tekstindelingen zijn herhalingen van woorden of zelfs hele zinnen binnen een tekst, die het begin en einde van een betoog markeren of wijzen op het belangrijkste idee. "Kennis van de externe tekstindelingen helpt om de interne tekstindelingen correct te interpreteren," aldus Gruhler. "De structurering van een tekst – en daarmee de vraag hoe afzonderlijke verzen tot tekstuele eenheden worden samengebracht – is een fundamentele voorafgaande beslissing." Dat leidt tot een veel beperktere bandbreedte aan interpretaties. "Het kan een andere betekenis opleveren. Of er een engel spreekt of Daniël zelf; of iets als een zegen of als een vloek gelezen moet worden."
Tradities in de uitleg van bijbelteksten
Maar om de betekenis van de tekst goed te begrijpen, volstaat het niet om alleen naar de indeling te kijken; ook de tradities rondom de tekstindeling zijn van belang: de manier waarop bijbelteksten door de eeuwen heen zijn overgeleverd en ingedeeld in alinea’s en hoofdstukken. In hoeverre zijn die tradities gaan afwijken van de oorspronkelijke indeling, en daarmee van de oorspronkelijke betekenis? Hier brengt Gruhlers onderzoek de delimitation criticism een stap verder. "Ik heb dit onderzoek gebruikt om de tekstoverlevering te bestuderen."
Gruhlers onderzoek naar de ‘overleveringstraditie’ kan bovendien nieuw licht werpen op een langdurig debat over het boek Daniël. "Al lange tijd wordt bediscussieerd welke lezing van het boek Daniël de juiste is: de Hebreeuwse of de Griekse traditie. In de Griekse lezing bevat hoofdstuk 3 van Daniël een extra passage die in de Hebreeuwse lezing ontbreekt. Deze twee tradities bevinden zich sinds 1800 in een patstelling. Een derde opvatting stelt dat de Griekse en Hebreeuwse lezingen zich parallel hebben ontwikkeld op basis van één brontekst. In mijn proefschrift vergelijk ik deze tradities met behulp van delimitation criticism, wat mij tot de conclusie brengt dat er inderdaad sprake is van een parallelle ontwikkeling van deze leestradities, geworteld in een ouder Daniël-manuscript."
Geen excuses meer
Wat betekent Gruhlers onderzoek voor de bijbeluitleg? In de eerste plaats biedt het predikanten een snelle en eenvoudige manier om tot een indeling van een bijbeltekst te komen, wat op zichzelf voor hem al voldoende zou zijn. Daarnaast – een minder praktisch maar wellicht belangrijker resultaat – is er geen excuus meer om vast te houden aan een interpretatie die niet overeenkomt met de tekstindeling van de oudste beschikbare teksten en tradities. "Net zoals het in maatschappelijke of politieke debatten belangrijk is om een uitspraak binnen haar oorspronkelijke context te begrijpen, geldt dat ook voor bijbelteksten. Natuurlijk staat het mensen vrij een andere mening te hebben; maar zo’n mening kan alleen goed onderbouwd worden als men de oorspronkelijke uitspraak en haar bedoeling heeft begrepen."
Als hij gelijk heeft, staan ons interessante discussies te wachten.