Home/actueel/PThU nieuws/In memoriam: prof. dr. H.W. de Knijff
12 september 2019

In memoriam: prof. dr. H.W. de Knijff

9 september overleed Henri Wijnandus (‘Hans’) de Knijff in de leeftijd van 88 jaar. De Knijff was van 1981 tot 1996 kerkelijk hoogleraar aan de Universiteit Utrecht vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk, eerst voor de christelijke ethiek en de bijbelse theologie, daarna voor de systematische theologie (dogmatiek) en de bijbelse theologie. Hij studeerde theologie in Amsterdam (bij G.C. van Niftrik) en Basel (bij Karl Barth), was predikant in Hem-Venhuizen, Gent en Spijkenisse en werkte van 1974 tot 1981 als wetenschappelijk medewerker bij J.M. Hasselaar. In 1988 ontving hij een eredoctoraat van de Debrecen Reformed Theological University.

De Knijff was een theoloog met een brede historische blik en een grote culturele eruditie en sensitiviteit die bijbelse thema’s en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot elkaar doordacht. Buiten het leven blijft de leer leeg; zonder bijbels onderricht verliest het leven richting en zin. Theologisch gezegd: geen openbaring zonder werkelijkheid en geen werkelijkheid zonder openbaring. Vanuit deze grondovertuiging zette De Knijff zich in op vele fronten en in vele verbanden. Ik noem hier alleen zijn voorzitterschap van het werkgezelschap Atomium voor de verhouding tussen geloof en natuurwetenschap en van de redacties van de Verzamelde Werken van O. Noordmans en het Verzameld Werk van D. Chantepie de la Saussaye.

In 1970 promoveerde De Knijff bij H. Berkhof op Geest en gestalte, een baanbrekende studie waarin hij Noordmans’ bijbeluitleg evalueerde tegen de achtergrond van Duitse hermeneutische discussies. Hij ontving hiervoor in 1975 de Mallinckrodt-prijs van de Rijksuniversiteit Groningen. De Knijff ontwaart bij Noordmans niet alleen kritiek van de Geest op menselijke tradities (de ‘gestalten’), maar ook de draagkracht van voortgaande traditie. Wij verstaan de Schrift altijd vanuit een bepaalde context en deze context is de vrucht van een eeuwenlange ontwikkeling. Het schouwend verstaan van die ontwikkeling maakt bij De Knijff integraal deel uit van de theologische arbeid. Deze historisch en fenomenologische aanpak vinden we al in zijn geschiedenis van de bijbelse hermeneutiek Sleutel en slot (1980), maar komt tot volle ontplooiing in Venus aan de leiband. Europa’s erotische cultuur en christelijke sexuele ethiek (1987). De volgorde in de ondertitel spreekt boekdelen. De Knijff verdedigt ‘lessen uit de geschiedenis’ die voor de meesten van zijn tijdgenoten achterhaald zijn: geen echt lichaam zonder ‘ziel’ (subject), geen echte erotiek zonder liefde, geen echte liefde zonder een huwelijk. Deze studie maakt onmiskenbaar duidelijk dat de ethische beslissingen vallen in de antropologie. Dit inzicht draagt ook zijn milieu-ethiek Tussen woning en woestijn (1995): de milieuproblematiek is onoplosbaar zonder ‘heiliging’. Wij zijn niet gedoemd tot machteloosheid, maar kunnen onze persoonlijke levensstijl veranderen. Soberheid is geen wereldvreemde ascese, maar hoort bij menselijk (samen)wonen op deze aarde en kan verhinderen dat onze wereld ontaardt in een woestijn.

De Knijff heeft diep nagedacht over het menselijke kennen. In het kennen komt de wereld als object van kennis tegenover de mens als kennend subject te staan. De Knijff waardeert Kants verdediging van de menselijke geest tegenover empirisme en materialisme, maar probeert met de fenomenologie de kantiaanse scheiding tussen subjectiviteit en wereld te overwinnen. Hij vraagt door naar de verhouding tussen de geloofskennis van God en de wetenschappelijke kennis van de wereld. Wanneer alleen resultaten van natuurwetenschappelijk onderzoek kennis mogen heten en deze kennis verabsoluteerd wordt tot criterium van werkelijkheid, zijn fysicalisme, materialisme en atheïsme onontkoombaar. 17 jaar na zijn emeritering weet De Knijff een uitgewerkte visie op de relatie tussen subjectiviteit en objectiviteit en tussen geloof en wetenschap te presenteren in Tegenwoordigheid van geest als Europese uitdaging. Over secularisatie, wetenschap en christelijk geloof (2013). Weer is de volgorde in de ondertitel veelzeggend.

De Knijff zoekt geduldig naar waarheid in uiteenlopende visies en probeert tegengestelde gezichtspunten bemiddelend tot een synthese te brengen. Als het erop aankomt poneert hij een bijbels gefundeerd standpunt waarin de culturele situatie is verwerkt.

Hans de Knijff was mijn promotor en mijn voorganger. Ik mocht hem leren kennen als een aimabel en integer mens die oprecht met mij meeleefde. Ik herinner me dat er op zijn studeerkamer in Utrecht twee boeken geopend stonden waarin hij dagelijks enkele bladen omsloeg: Barths Kirchliche Dogmatik en een boek met afbeeldingen van kunstwerken. Elke dag luisterde hij in het ene en keek hij in het andere boek. Het laatste interview met hem dat ik las (januari 2019), eindigt met de woorden: ‘Als God ons niet redt, waar blijven we dan?’

 

Jan Muis