Home/actueel/PThU nieuws/In memoriam: prof. dr. Karel A. Deurloo
4 juni 2019

In memoriam: prof. dr. Karel A. Deurloo

Afgelopen weekend overleed prof. dr. K. (Karel) A. Deurloo. Dr. K.A. Deurloo was van 1996 tot 2001 hoogleraar Bijbelse Theologie vanwege de kerkelijke opleiding van de Nederlandse Hervormde Kerk aan de faculteit Godgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam, een van de voorlopers van de PThU. 

Karel Deurloo

Op dinsdagavond 4 januari 1966, in een tijd dat de Nederlandse televisie maar twee netten kende, begonnen de theologen Karel Deurloo en Nico Bouhuijs met de mediapionier Erik de Vries een nieuw programma: een studeerkamer, opengeslagen bijbels, een voorleesstem en de kijker uitgenodigd in een klein half uur de voorgelezen tekst met de presentator te volgen. Saai? Toen werkte het, en de boekjes die bij de serie verschenen sloegen aan.

Boeken van Deurloo, de exegeet van het drietal, zouden bij een breed publiek blijven aanslaan. ‘Dichterbij… Genesis’, en daarna nog vijftien jaar lang dichterbij andere bijbelse boeken en thema’s. Wie onbekend met de bijbel was, kon in een nieuwe wereld worden ingevoerd. Wie de bijbel al dacht te kennen, hoorde toch iets nieuws, en op een nieuwe toon.

Voorrang aan het verhaal

Een jaar later promoveerde Deurloo, en wel op het verhaal van Kaïn en Abel als een ‘kleine literaire eenheid’. De beroemde oudtestamenticus Klaus Westermann waardeerde het, maar de methode was wel anders dan de zijne. Bij alle aandacht voor de overleveringsgeschiedenis van de tekst, ging het Deurloo bovenal om de eindgestalte daarvan, een kleine verteleenheid in samenklank met een groter verband.

Die voorrang voor de tekst zelf zou zijn hele verdere arbeid bepalen. In zijn oratie als hoogleraar Oude Testament aan de Universiteit van Amsterdam in 1975 zou hij aan de hand van Exodus 17:14 stellen: dat wat verhaald wordt, staat ter gedachtenis (en daarmee ter actualisering) ‘geschreven in het boek’ en dat boek heeft de uitlegger te respecteren, met het oog op komende generaties.

Met dit uitgangspunt ontplooide Deurloo activiteiten in vele richtingen. Hij naam deel aan teams die uit het Hebreeuws vertalingen opstelden ‘om voor te lezen’. Hij startte in 1980 een wetenschappelijke reeks, Amsterdamse Cahiers, om proeven van exegese te publiceren vanuit een methode die door meer gevestigde stromingen met enig wantrouwen werd bejegend en hij droeg daaraan zelf met vele (vaak kort geformuleerde, maar diepgaande en altijd zeer verantwoorde) bijdragen bij. Hij trok promovendi aan. Hij legde internationale contacten met verwante vakbroeders (Prúdky in Praag, Diebner in Heidelberg, Kessler in Pennsylvania).

Maar hij was ook een kundig bestuurder, die met aimabel optreden tegenstellingen te boven wist te komen, hij trad op als deelnemer/adviseur van een preekteam rond de Amstelkerk, schreef bijbelse liederen en bijbels cabaret, was een begaafd verteller voor kinderen (ook dan dicht bij de tekst zelf blijvend) en zette zich in om de samenhang van schriftuitleg en liturgie in de praktijk te beproeven.

Kerkelijk theoloog

In 1996, zijn zestigste levensjaar, nam hij de ongebruikelijke stap zich beschikbaar te stellen voor de kerkelijke opleiding vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk – in de ogen van sommigen een stap terug. Van het begin af aan was Deurloo echter een op de kerkelijke (in de meest brede zin van het woord) praktijk gerichte theoloog geweest, die ook als exegeet de samenwerking met de systematische theoloog niet geschuwd had.

De beoefening van de discipline Bijbelse Theologie bood hem de gelegenheid, zijn inzichten over de samenhang en de onderlinge wisselwerking tussen de verschillende onderdelen van de canon (in haar rabbijnse ordening) nader uit te werken: hoe spelen bijvoorbeeld Exodus (in de Torah) en Exil (in de vier grote profetenboeken) op elkaar in? Dit project heeft hij na 2001 nog enkele jaren aan de Monshouwer-leerstoel aan de VU kunnen voortzetten.

Ondertussen werden teleurstellingen hem niet bespaard. De Faculteit der Godgeleerdheid ging op in Geesteswetenschappen, de Kerkelijke Opleiding in Amsterdam werd gesloten, de  Amstelkerk verdween als plaats van samenkomst en de Nieuwe Bijbelvertaling verscheen, waarin zijn inzichten ternauwernood werden verwerkt. Zijn beminnelijkheid en creativiteit bleven, maar gevoelens van gekrenktheid waren er ook.

De afgelopen jaren leed hij aan afasie, een onvermogen dat haaks staat op de gave van het spreken van het goede woord dat hem voorheen gekenmerkt had. Toch kon hij ook onder deze omstandigheden, voor zover wij konden nagaan, nog heel goed luisteren en aangeven wanneer het tot hem gesprokene hem niet beviel.

Dankbaarheid

En nu is ook daaraan een einde gekomen, en overheerst bij allen die direct of indirect zijn leerlingen zijn geweest een gevoel van diepe en blijvende dankbaarheid. Ons meeleven gaat uit naar de familie en in het bijzonder naar Jetty Deurloo-Sluijter, die hem moet begraven ‘weg van haar aangezicht’, maar wel ‘voor het aangezicht’ van (het onderpand van) het land van belofte (vgl. Gen. 23:19).

Rinse Reeling Brouwer

www.kareldeurloo.com