Naar hoofdinhoud

In Memoriam Gerard Rouwhorst

15 januari 2026

Bestuur en directie van IRiLiS ontvingen het droevige bericht dat op 7 januari jl. onze oud-collega prof. em. Gerard Rouwhorst is overleden in de leeftijd van 74 jaar. Gerard heeft veel betekend voor het vakgebied van de Liturgiewetenschappen, in Nederland en daarbuiten, maar ook voor ons Instituut.

Onderzoek

Gerardus Antonius Maria Rouwhorst werd geboren in Lichtenvoorde in 1951 en studeerde Godgeleerdheid aan de Katholieke Theologische Hogeschool Utrecht (KThU) en de Rijksuniversiteit Utrecht. Na zijn afstuderen in 1975 zette hij zijn studie voort door een promotiestudie naar Efrem de Syriër aan te vangen bij Herman Wegman, hoogleraar liturgiegeschiedenis aan de KThU. Ook studeerde hij vanaf 1975 enige tijd zowel in Rome als Parijs. Omdat hij vanaf 1980 ook colleges van Wegman over was gaan nemen, verdedigde hij uiteindelijk in 1985 zijn proefschrift getiteld Les hymnes pascales d’Ephrem de Nisibe. Analyse théologique et recherche sur l’évolution de la fête pascale chrétienne à Nisibe et à Edesse et dans quelques Églises voisines au quatrième siècle. In 1992 werd hij als een van de leerlingen van zijn promotor (onder wie verder ook Charles Caspers, Louis van Tongeren, Marc Schneiders en Paul Post) Wegmans opvolger op de leerstoel Liturgiegeschiedenis. De inaugurele rede waarmee hij zijn leeropdracht aanvaardde droeg de titel ‘De viering van de eucharistie in de vroege kerk’. In 2007 ging de Utrechtse Hogeschool op in de Tilburg School of Catholic Theology (Tilburg University), waar Gerard hoogleraar liturgiewetenschap werd. Bij gelegenheid van zijn emeritaat in 2016 hield hij een afscheidscollege over ‘Nieuwe perspectieven op de liturgische tradities van het vroege christendom’.

Bij die gelegenheid kreeg hij een afscheidsbundel aangeboden geredigeerd door twee naaste collega’s van de Tilburg School of Catholic Theology, Paul van Geest en Marcel Poorthuis en de bij hem gepromoveerde Els Rose (Sanctifying texts, transforming rituals, 2017). Die bundel geeft niet alleen in de opening een volledige bibliografie over de periode 1980-2016 maar ook door de auteurs en de gekozen onderwerpen een goed beeld van de positie van Gerard in liturgiestudie, theologie en religiewetenschap.

Profiel

Gerards werk had vanaf het begin een duidelijk profiel. Gerard ‘was van de teksten en van de geschiedenis’. Vanuit dat inhoudelijk profiel was hij vanaf de oprichting in 1992 nauw betrokken bij het interuniversitaire Liturgisch Instituut. Binnen het Liturgisch Instituut, later IRILIS, kwam hij op voor dat perspectief zonder het als concurrerend met andere invalshoeken en themavelden in de rituele en liturgische studies te poneren. Gerard was steeds actief en geëngageerd betrokken bij het zoeken naar een adequate positie van de liturgiestudie in het veranderende kerkelijke en academische landschap. Dat komt goed tot uiting in enkele historiografische bijdragen van zijn hand. Dan kan met name de bundel Patterns and persons genoemd worden (2010, Liturgica Condenda 25) waarvan hij mede de redactie voerde en waarvoor hij met Louis van Tongeren de inleiding schreef. Gerard waardeert en onderschrijft daarin de openheid en multidisciplinariteit, het intensieve grensverkeer met andere disciplines binnen de Nederlandse liturgiestudie. Maar hij signaleert ook dat die kracht meteen ook de zwakte kan zijn, daarbij doelend op gebrek aan disciplinair profiel.

Samenwerking

Omdat Gerard zowel de Engelse, als Franse en Duitse taal machtig was, daarin ook publiceerde en in internationale onderzoeksnetwerken als Societas Liturgica, de Arbeitsgemeinschaft Katholische Liturgiewissenschafter/innen en de Society for Oriental Liturgy lenig kon converseren, verwierf hij bekendheid en aanzien in een groot netwerk van liturgiewetenschappers. Zijn vakinhoudelijke expertise en meertaligheid maakte hem voor ons Instituut een gewaardeerd redactielid van onze boekenreeks Liturgia Condenda en ons tijdschrift Yearbook for Ritual and Liturgical Studies. Gevoegd bij zijn dienstbare opstelling maakte dat Gerard een ideale collega om te consulteren. Daarbij kon het gaan om kleinere vragen naar liturgiehistorische literatuur in de Engelse, Duitse en Franse taalgebieden, maar ook om beoordeling van (soms lijvige) manuscripten in een van die talen. Altijd even constructief en vriendelijk voor collega’s, wist hij bij die beoordelingen zachtmoedigheid op bijzondere wijze te paren aan een helder oordeel: als hij twijfels had bij de kwaliteit van een manuscript, kwamen die ook op tafel. En wanneer een auteur mede op grond van Gerards opbouwende kritiek een herziene versie inleverde, was Gerard nooit te beroerd om op ons verzoek dat manuscript een tweede keer te beoordelen.

Wij verliezen in Gerard een innemende collega en gedenken hem in dankbaarheid om wie hij was, als mens en als wetenschapper, en om wat we in hem ontvangen hebben. Onze gedachten gaan uit naar zijn vrouw en zijn kinderen en hun partners.

Prof. dr. Mirella Klomp
Hoogleraar Praktische Theologie (Worship & Formation)