In Memoriam Gerard Rouwhorst
Bestuur en directie van IRiLiS ontvingen het droevige bericht dat op 7 januari jl. onze oud-collega prof. em. Gerard Rouwhorst is overleden in de leeftijd van 74 jaar. Gerard heeft veel betekend voor het vakgebied van de Liturgiewetenschappen, in Nederland en daarbuiten, maar ook voor ons Instituut.
Onderzoek
Gerardus Antonius Maria Rouwhorst werd geboren in Lichtenvoorde in 1951 en studeerde Godgeleerdheid aan de Katholieke Theologische Hogeschool Utrecht (KThU) en de Rijksuniversiteit Utrecht. Na zijn afstuderen in 1975 zette hij zijn studie voort door een promotiestudie naar Efrem de Syriër aan te vangen bij Herman Wegman, hoogleraar liturgiegeschiedenis aan de KThU. Omdat hij vanaf 1980 ook colleges van Wegman over was gaan nemen, verdedigde hij uiteindelijk in 1985 zijn proefschrift getiteld ‘Les hymnes pascales d’Ephrem de Nisibe. Analyse théologique et recherche sur l’évolution de la fête pascale chrétienne à Nisibe et à Edesse et dans quelques Églises voisines au quatrième siècle’.
In 1992 werd hij als een van de leerlingen van zijn promotor (onder wie verder ook Charles Caspers, Louis van Tongeren, Marc Schneiders en Paul Post) Wegmans opvolger op de leerstoel Liturgiegeschiedenis. De inaugurele rede waarmee hij zijn leeropdracht aanvaardde droeg de titel ‘De viering van de eucharistie in de vroege kerk’. In 2007 ging de Utrechtse Hogeschool op in de Tilburg School of Catholic Theology (Tilburg University), waar Gerard hoogleraar liturgiewetenschap werd. Bij gelegenheid van zijn emeritaat in 2016 hield hij een afscheidscollege over ‘Nieuwe perspectieven op de liturgische tradities van het vroege christendom’.
Samenwerking
Omdat Gerard zowel de Engelse, als Franse en Duitse taal machtig was, daarin ook publiceerde en in internationale onderzoeksnetwerken als Societas Liturgica, de Arbeitsgemeinschaft Katholische Liturgiewissenschafter/innen en de Society for Oriental Liturgy lenig kon converseren, verwierf hij bekendheid en aanzien in een groot netwerk van liturgiewetenschappers. Zijn vakinhoudelijke expertise en meertaligheid maakte hem voor ons Instituut een gewaardeerd redactielid van onze boekenreeks Liturgia Condenda en ons tijdschrift Yearbook for Ritual and Liturgical Studies. Gevoegd bij zijn dienstbare opstelling maakte dat Gerard een ideale collega om te consulteren. Daarbij kon het gaan om kleinere vragen naar liturgiehistorische literatuur in het Engelse, Duitse of Franse taalgebieden, maar ook om beoordeling van (soms lijvige) manuscripten in een van die talen. Altijd even constructief en vriendelijke voor collega’s, wist hij bij die beoordelingen zachtmoedigheid op bijzondere wijze te paren aan een helder oordeel: als hij twijfels had bij de kwaliteit van een manuscript, kwamen die ook op tafel. En wanneer een auteur mede op grond van Gerards opbouwende kritiek een herziene versie inleverde, was Gerard nooit te beroerd om op ons verzoek dat manuscript een tweede keer te beoordelen.
Wij verliezen in Gerard een innemende collega en gedenken hem in dankbaarheid om wie hij was, als mens en als wetenschapper, en om wat we in hem ontvangen hebben. Onze gedachten gaan uit naar zijn vrouw en zijn kinderen en hun partners.
Prof. dr. Mirella Klomp
Hoogleraar Praktische Theologie (Worship & Formation)
