Home/Onderwijs/Studeren in het buitenland/Blogs studiereizen/winterschool-kenia.rtd

Internationale Winterschool hartje zomer

Anne-Claire Mulder is Stagedocente and UD (associate professor) for Women’s and Genderstudies Theology at the PThU-Groningen.

Van 20 tot en met 26 juli namen Mirjam Vos, Joanne Vrijhof, Arjen Zijderveld en Anne-Claire Mulder deel aan de Internationale Winterschool Power and Difference; Life in Abundance, georganiseerd door Professor Esther Mombo van St Paul’s University in Limuru, Kenia, in samenwerking met drs Heleen Joziasse uit Nederland. Het doel van deze Winterschool was om het thema macht en verschil, en dan vooral het thema macht en verschil in genderverhoudingen, te thematiseren in internationaal perspectief met docenten en deelnemers en deelneemsters uit verschillende continenten. Het aantal internationale studenten was kleiner dan gehoopt, slechts vier, maar de docenten of inleiders kwamen uit Kenia, Zuid-Afrika (met Zambiaanse nationaliteit), India (promovendus in Zuid Korea), de VS en Nederland (Heleen Joziasse en Anne-Claire Mulder). Van de deelnemers en deelneemsters uit Kenia was ongeveer 2/3 vrouw en 1/3 man, de meesten werkzaam als pastor, leraar/ lerares of anderszins in een geloofsgemeenschap. 


Een Winterschool in de zomer?

Toen we vertrokken was het hoogzomer in Nederland met temperaturen die men hier met Kenia associeert. Maar in Limuru, dat op ongeveer 2000 meter ligt, was het overdag niet meer dan 16 Co overdag en 10 C’s nachts en was de kou van de voorgaande maanden in de onverwarmde gebouwen getrokken. Kenianen noemen dit seizoen dan ook winter. Overdag in de conferentiezaal had iedereen winterjassen aan, want de open haard kon de zaal amper verwarmen, en ’s nachts kregen we een kruik mee naar bed.

Daarom doopte Professor Mombo de Summerschool te elfder ure om in een Winterschool vanuit het motto dat ‘we onze seizoenen niet moesten aanpassen aan of laten definiëren door anderen’ (i.c. partners uit het Noorden); een treffend voorbeeld van wat dekolonisering kan betekenen, nl het opeisen van de definitiemacht om zo de eigen waarneming van de werkelijkheid, die verschilt van de dominante, in het spel te brengen.

Programma

Het programma van deze Winterschool was gevarieerd. Overdag waren er vooral lezingen en workshops, waarin het thema ‘macht en verschil’ uit verschillende perspectieven werd belicht, en ’s avonds werden documentaires vertoond die betrekking hadden op de thema’s van de lezingen. Zo hebben we bijvoorbeeld een indrukwekkende documentaire gezien over migratie naar Europa vanuit het perspectief van migranten – Exodus – our journey into Europe -. Die filmden bv hun benauwde overtocht van Turkije naar Griekenland met een mobieltje, waardoor de verhalen over gammele of lekke bootjes ineens beklemmende realiteit werden. Die documentaire was de opmaat tot een dag over slavernij, vluchtelingen en migratie.

En op zondag gingen alle deelnemers en deelneemsters naar een kerk in Limuru of Nairobi – of ze gingen voor in hun eigen gemeente. De vijf Nederlandse studenten en docenten gingen naar Nairobi naar een bijeenkomst van de African Israeli Nineve Church, een kerk met sterke Pentecostale wortels. Onze gastvrouw was een deelneemster aan de Winterschool en bisschop in deze Kerk, een van de weinige vrouwen in dat ambt. Dat bezoek was een belevenis. Beginnend met een processie door een woonwijk van Nairobi, eindigden wij in een schoolgebouw dat voor de gelegenheid was gehuurd. Die dag kwam de aartsbisschop op bezoek, die niet alleen preekte maar de aanwezigen ook zalfde (ons ook) - en dat was dus ook voor de geloofsgemeenschap een belangrijke gebeurtenis. We werden zeer hartelijk ontvangen, moesten ons voorstellen en waarschijnlijk omdat wij er waren preekte de aartsbisschop in het Engels en werd zijn preek steeds vertaald in het Engels.

Vrouw en ambt is net als in Nederland ook een thema in Kenia. Dat merkte ik op verschillende manieren, maar het meest op de middag dat er een klein, spontaan feestje ontstond omdat de Reformed Church of East Africa op het punt stond haar eerste vrouw in het ambt te bevestigen. Als vrouw uit een kerk die al bijna vijftig jaar vrouwelijke predikanten kent, was het geweldig om deze feestvreugde mee te maken.    

Terugkijken

Terugkijkend op de Winterschool merk ik dat mijn ervaringen en opgedane inzichten vooral zijn bepaald door mijn ontmoeting met Keniaanse (mede-)studenten en waarnemingen van piepkleine stukjes Kenia. Voor mij kwam het thema van de Winterschool Power and difference: life in abundance gedurende de conferentie steeds meer in het teken van kolonialisme, neo-kolonialisme, dekolonisering en post-kolonialisme te staan.

De lezingen van anderen waren op een intellectueel niveau voor mij niet echt nieuw. Dat geldt in het bijzonder voor verhalen over genderverhoudingen. Toch maakt het verschil om te lezen over de onderdrukte positie van homoseksuelen in Kenia of van iemand te horen wat het betekent om lesbienne te zijn in Kenia, of om met HIV/Aids te leven. Ook de afwijzende reacties van een aantal Keniaanse studenten op het verhaal van Professor John Blevin waarin hij over zijn homoseksualiteit sprak vond ik niet makkelijk te begrijpen, vooral niet toen homoseksualiteit werd gepresenteerd als iets dat uit het Westen komt en er dus een neokoloniale tint aan wordt gegeven. Want wat zeg je dan? In het licht van deze reacties werd mij pas goed duidelijk wat een moed Esther Mombo heeft gehad om deze lezing te programmeren. Daardoor is het gesprek over homoseksualiteit op gang gekomen, maar het had ook op een rel en een persoonlijk drama kunnen uitlopen. 

De lezingen die mij het meest zijn bijgebleven zijn die van Teresia Hinga over slavernij, vluchtelingen en migratie en van Shakespeare Sell over Dalit-theologie. Hinga’s lezing over de gevolgen van global eceonomics hielp mij om de dingen die ik op straat in Kenia zag of in verhalen hoorde, scherp te krijgen: koolplanten, volksvoedsel, in de berm langs de weg, in een gebied vol theeplantages van/voor Lipton; de heuvels in Limuru die ‘white hills’ heten niet omdat er sneeuw valt, maar omdat Duitse en later Britse kolonialen zich daar vestigden vanwege het klimaat en de vruchtbare grond – ik denk aan die theeplantages, of aan een voormalig Brits militair hospitaal veranderd in conferentiecentrum, maar ook aan St Paul’s University zelf;  de standjes met tweedehands kleding uit Europa op alle hoeken van de straat, met kleding die goedkoper is dan de kleding uit de eigen maakindustrie, of Nederlandse bloemenkassen op de beste plaatsen langs meer Naivasha. Die verhalen maken de woorden ‘moderne slavernij’ die Teresia Hinga gebruikte ineens minder vervreemdend.

Uit de lezing van Shakespeare Sell, Dalit-theoloog uit India, herinner ik mij vooral de passage waarin hij het had over de tegenstelling tussen Empire en periphery. Daarin schetste hij hoe de verknoping van Brits kolonialisme, Europese theologie en kastenstelsel de machtsverhoudingen hebben gehandhaafd en de onderdrukking van achtergestelde groepen als vrouwen en Dalits heeft versterkt. Het maakte mij er (opnieuw) bewust van dat ik mij theologisch gezien vooral op Europa en de VS oriënteer en weinig op teksten uit de ‘global south’. Ik realiseerde me bovendien dat dat ook geldt voor (veel van) het onderwijs van de PTHU. Als we spreken over de wereldkerk welk perspectief hanteren we dan? Die vragen over de verhouding tussen empire en periferie of centrum en marge heb ik mee terug genomen om hier verder te overdenken en met anderen te bespreken.

1 oktober 2018