Home/Onderwijs/Studeren in het buitenland/Blogs studiereizen/studiereis Israël 16 tot en met 23 maart 2017.rtd

Studiereis Israël 16 tot en met 23 maart 2017

Wat heeft Jeruzalem met Wittenberg te maken? Dat is een vraag die ik aan het onderzoeken ben voor mijn masterthesis, die door dr. Gert van Klinken begeleid wordt. “Lutherse presentie in Jeruzalem vanuit Duitsland tussen 1880 en 1917” is het onderwerp van mijn thesis. In Lutherjaar 2017 is het daarom zeker de moeite waard om de Davidsstad met betrekking tot lutherse presentie te onderzoeken. Zo pakte ik op donderdag 16 maart 2017 mijn koffers, en stond ik nog voor het begin van de morgen op Schiphol Amsterdam Airport. Zo vroeg stond ik er, dat zelfs de Starbucks nog niet eens open was, zodat ik nog even moest wachten met een goede Espresso, om een nog een beetje wakker te worden.

John de Haan

Vrijdag

Na een vermoeiende reis, en daarom een nacht van lang slapen, begon de reis pas echt. Vanaf mijn hotel op de Olijfberg daalde ik af naar de Oude Stad van Jeruzalem. Het was een verkennende wandeling. Foto’s maken van Duits-lutherse instellingen was erg belangrijk. Zo maakte ik foto’s van de lutherse Erlöserkirche, die zeer prominent met de hoogste toren van de Oude Stad, naast de Heilig Grafkerk in Jeruzalem staat. Aan het eind van de middag bezocht ik het Victoria Augusta Hospital, aan de voet van de Olijfberg. Dat is eveneens een zeer prominente plek. Het Duits-Lutherse ziekenhuis is gebouwd tussen 1907 en 1914. Echter, het staat in 2017 in de geradicaliseerde Palestijnse wijk A-Tur.

Niet iedereen is er blij met de komst van westerlingen. Een Palestijnse jongen, van – naar mijn inschatting – ongeveer 9 jaar, maakte een spuugbeweging richting mij. Het terrein van het ziekenhuis kwam ik niet op. De Israëlitische politie zei dat ik de dag erna weer mocht terugkomen. Welkom in een betwist gebied.

Zaterdag

Toevallig – maar bestaat toeval? – maakten theologiestudenten van de Theologische Universiteit Apeldoorn, in nagenoeg dezelfde periode als ik, ook een rondreis door Israël. Met hen had ik afgesproken bij een Messiasbelijdende gemeente in West-Jeruzalem, om gezamenlijk daar een dienst mee te maken. Iemand bood aan mij de weg te wijzen. Het was iemand met een orthodox-Joodse outfit. Toen ik hem de weg naar de Messiasbelijdende gemeente vroeg, werd ik gewezen naar de “gewone” synagoge. Iemand die er iets liberaler uitzag wees mij wel de goede weg. Het tekent de gevoelige verhouding tussen Joden en Messiasbelijdende Joden in Israël. In de avond ben ik de berg Sion opgeklommen. “Wie klimt den berg des HEEREN op? Wie zal dien Godgewijden top, voor 't oog van Sions God, betreden?” zegt de 24e Psalm in de berijming van 1773. Een bijzondere berg is Sion dus, niet in hoogte of omvang, maar in zijn verankering in de historie. Op de berg staat het graf van David, volgens een middeleeuwse legende. Ook staat er, wederom volgens een middeleeuwse legende, de plaats van het Laatste Avondmaal, het Coenaculum.  Ernaast staat ook zeer vooraanstaand de kolossale Rooms-katholieke Dormitio Abdij. Wie zich echter in de geschiedenis van deze Benedictijnse kloosterkerk verdiept, komt er achter dat er helemaal niet zoveel “Rome” aan is. De kloosterkerk is in 1906 op bevel van de Duitse keizer gebouwd. De Paus stemde toe met tegenzin. Het laat zien op welke prominente plekken de Duitsers religieuze gebouwen neerzette. De Paus en de Turkse Sultan die in het gebied heerste, hadden het nakijken. Duitsland was een macht geworden waar je in de periode 1880-1917 niet meer omheen kon.

Zondag

Om 10.30u stonden de deuren van de Lutherse Erlöserkirche, voor een Duitstalige lutherse kerkdienst. Wie eerder wil opstaan, kan om 9.00u ook nog een Arabischtalige lutherse kerkdienst meemaken. Het onderwerp van mijn masterthesis leidde mij uiteraard om 10.30u in het schilderachtige witte kerkgebouw in de Oude Stad. Het was een bijzondere dienst. De preek richtte zich op de vrede van Jeruzalem, vanuit Psalm 122. Propst (voorganger) Wolfgang Schmidt, zei niet te kunnen bidden voor vrede voor Jeruzalem, zonder schuld te belijden over de kruistochten en bloedbaden in het verleden. In Christus is er vergeving. Waar mensen door het geloof in Christus, wedergeboren worden, daar worden zij vredestichters. Hier begint de vrede van Jeruzalem. Ik hield van deze Christocentrische lutherse preek.  Iemand die zich vanuit het Jodendom tot het Christendom bekeerd had, werd gedoopt. Niet alleen de kinderen – zoals in sommige gemeenten gebruikelijk is – maar iedereen kwam voren bij het doopvont. Daar werd het Apostolicum hardop uitgesproken door de aanwezigen. Mijn Duits leek beter dan ik dacht. Het waren de bekende katholieke woorden, van dat wat overal en altijd geloofd is, en van het geloof dat in Jeruzalem begon. Na de dienst in de Erlöserkirche bezocht ik de Heilig Grafkerk. Dat is even iets anders. Mensen knielen en huilen bij de ingang, waar een marmeren steen ligt waarop het Lichaam van Christus gebalsemd zou zijn. Je ziet er veel kaarsen en je ruikt er veel wierook. Rijen pelgrims staan er voor de vermoedelijke graftombe van Christus. Uitbundige versieringen karakteriseren het interieur van de vroeg-gotische kerk.  Niet alleen het interieur is druk, maar ook de mensen maken het druk. In tegenstelling tot de Erlöserkirche, is de Heilig Grafkerk in die zin geen plaats om tot rust te komen, maar wel een plaats waar echt wat te zien en te ruiken is.

Maandag

Maandagmorgen was het voormalige Syrisches Waisenhaus van de Duits-lutherse zendingsfamilie Schneller aan de beurt. Het ligt in West-Jeruzalem, op grondgebied dat vanaf 1948 Israëlisch is. Het mag duidelijk zijn dat de Israëli’s niet veel met Duitsland en dit Duitse weeshuis op hadden, in 1948. Het terrein werd onteigend met de komst van de staat Israël. De hoofdingang met de toren staat er nu nog. Het gaat om een enorm complex, waar nu luxe appartementen worden gebouwd. Het complex blijft Schneller heten. Deze Duitse naam ligt niet meer zo gevoelig in het Israël van het Lutherjaar, blijkbaar. In de middag verliet ik het drukke Jeruzalem, om de Judese woestijn in te gaan met de bus, tot aan de Dode Zee bij En Gedi. Hier is de natuur schitterend. Het mag dan niet veel met mijn masterthesis te maken hebben, ik gunde mijzelf dit uitstapje wel, nu ik toch in het Heilige Land was.

Dinsdag

In de morgen was ik met de studenten uit Apeldoorn bij het Bible College te Bethlehem. Hier mocht ik luisteren naar een de Israël-Palestina van Arabische christenen. Deze groep is interessant voor mijn onderzoek. Dat is omdat de Duits-lutherse zending rond 1900 zich vooral op hen concentreerde, waar men bij de Joden – naar de mens gesproken – geen “succes” hadden. De docent kerkgeschiedenis van Bethlehem Bible College zette in mum van tijd een pro-Palestijnse vervangingstheologie uiteen. Hij deed dit op een zeer bevlogen manier. Het verhaal was ijzersterk, ook al was ik het er totaal mee oneens. Ik geloof namelijk dat Israël nog steeds Gods volk is. Echter, ik kreeg wel begrip voor de Arabische christenen en hun situatie. Zij hebben last van Israëlische grenscontroles onder andere. Ik kon begrijpen dat zij daarom dit soort denkbeelden hebben ontwikkeld, die na de Shoa in West-Europa bij velen toch echt not done zijn. Bij Bethelem Bible College kwam ik in contact met Ilja en Marleen Anthonissen. Zij werken als zendeling voor Kerk in Actie in Israël, en Marleen Anthonissen is verbonden aan de Lutherse Erlöserkirche. Zij wisten mij zeer veel te vertellen over hoe de lokale bevolking in Israël en de Palestijnse gebieden reageert in 2017 op de presentie van westerse kerken in de Levant. Volgens hen werd het Israëlisch-Palestijnse conflict soms in Nederlandse protestantse kerken veel heviger bediscussieerd, dan onder Israëli’s en Palestijnen het geval is in het Heilige Land zelf. Het conflict in Israël en de Palestijnse gebieden wordt in Nederland soms groter gemaakt dan het daar is. Dit was echt een eyeopener voor mij. In de middag had ik een gesprek met Wolfgang Schmidt, de Propst, de voorganger dus van de Duitsprekende lutherse gemeente in de Erlöserkirche. Het was boeiend om van zijn kant te horen, wat de Erlöserkirche in het Lutherjaar doet voor de lokale bevolking, en hoe de lokale bevolking de kerk ziet. De Propst maakte duidelijk, dat naast koloniale motieven, de Duits-lutherse presentie in heden en verleden toch wel veel betekent heeft voor de lokale bevolking. Ook lokale bevolking kon hier wel mee instemmen, al zei hij dat het beter is om het uiteindelijk henzelf te vragen. Ook heb ik nog kort in de Oude Stad toen nog het Johanniter Hospiz bezocht. De beheerder hiervan heb ik kort gesproken, over onder andere het kruisvaarders-verleden van de Johanniter Orde. Volgens hem heeft de hedendaagse plaatselijke bevolking het Hospiz daar nog nooit mee geassocieerd. 

Woensdag

Nu ik toch in Jeruzalem was, wilde ik als student Godgeleerdheid toch wel de Siloam-tunnel van Hizkia zien. Op het gebied van Bijbelse archeologie is dat natuurlijk wel bijzonder interessant. De tunnel heb ik helemaal doorgelopen, ondanks je er letterlijk natte voeten van krijgt. Het was een geweldige ervaring. Het Victoria Auguste Hospital bezocht ik in de middag voor de tweede keer tijdens mijn reis. Nu was het met meer succes. Ik kwam het terrein op, en schoot een hoop foto’s. Daarna ben ik dan nog voor mijn jaargenoot Hendrik Kramer – met wie ik in mijn masterthesis samenwerk – naar de American Colony gegaan, dat nu het American Colony Hotel heet. Van 1881 tot en met ongeveer 1950 was dit nu luxe hotel echter een christelijke utopische gemeenschap, die Hendrik Kramer verder onderzoekt. Voor hem heb ik hier nog een paar foto’s gemaakt en een paar flyers gehaald. Dit was de laatste concrete activiteit van mijn reis. De donderdagmiddag erna stond in Tel Aviv op Ben Goerion Airport mijn vliegtuig te wachten, om mij weer naar Nederland te brengen. Ik kijk terug op een bijzonder inspirerende reis.