Home/Onderwijs/Studeren in het buitenland/Blogs studiereizen/Mirjam_Libanon.rtd

Mirjam doet onderzoek in Libanon voor haar masterscriptie van de predikantenopleiding

Libanezen zijn een nuchter en veerkrachtig volk. Toch is de situatie in dit land de laatste jaren erg gespannen door de komst van grote aantallen Syrische vluchtelingen. De schattingen over het totaal aantal geregistreerde en ongeregistreerde vluchtelingen lopen uiteen van anderhalf tot twee miljoen. In een land ter grote van ongeveer een kwart van Nederland en met vier miljoen inwoners kun je je voorstellen dat het een grote uitdaging is voor alle betrokken partijen om op een goede manier om te gaan met de spanningen die deze situatie met zich mee brengt. Daarbij kruipt Libanon nog omhoog uit de puinhopen van de burgeroorlog die het dertig jaar geleden heeft meegemaakt. Sindsdien heeft het land niet meer de stabiliteit gekend als van de tijd dat Libanon nog de parel van het Midden-Oosten was.

Ik ben twee maanden in Libanon om voor de masterscriptie van de predikantenopleiding onderzoek te doen naar de relatie tussen lokale protestantse kerken en Syrische vluchtelingen in dit land. Het Midden Oosten heeft me van kinds af aan al geïntrigeerd. De taal, de geschiedenis, het christendom in dit gebied, het eten, de natuur. Elke mogelijkheid om naar dit gebied af te reizen grijp ik dan ook graag aan.

Data verzamel ik door in gesprek te gaan met vluchtelingen, kerkgangers, leiders van lokale kerken en leiders van nationale kerkorganen. Natuurlijk zijn toevallige gesprekken met bijvoorbeeld een buschauffeur, de bakker en mensen met wie ik in gesprek raak op de boulevard van Beiroet ook interessante bronnen van informatie. Ik reis naar verschillende plekken in Libanon waar veel vluchtelingen wonen, voornamelijk het noorden, de Bekaa vallei en het zuiden van Libanon en bezoek hier de lokale protestantse kerk. Dit zijn tegelijkertijd de plekken waar Buitenlandse Zaken het afraadt om naartoe te reizen. Enige voorzichtigheid is dus wel nodig. Het reizen blijft een uitdaging. Bussen rijden, maar zonder vaste tijd en zonder vaste route. Gelukkig zijn mensen behulpzaam en ben ik met mijn steenkolen Arabisch tot nu toe overal goed aangekomen, Al-ḥamdu lillāh.

Als ik niet reis verblijf ik in Beiroet in het gebouw van de Near East School of Theology. Hier worden de predikanten voor het Midden Oosten opgeleid en hier kunnen studenten van andere universiteiten ook een eenjarig masterprogramma volgen over het christendom in het Midden-Oosten.* Veel studenten komen uit Syrië en de burgerde oorlog is hierdoor dichtbij. Zij kiezen ervoor om zich in te zetten voor de wederopbouw van hun kerken in Syrië. Bid voor hen.

Een student uit Homs, Syrië, vraagt ons om te bidden voor het vredesakkoord dat in zijn stad van start zal gaan. Hij klinkt gespannen. Zijn kerk werd in 2012 door rebellen aangevallen en huizen van christenen werden verwoest. Nu zullen de rebellen in een konvooi de stad verlaten en zich terugtrekken in Idlib. We bidden met elkaar voor vrede en hij leest Micha 4:3; ‘Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.’ Insjallah.

Het is voor mij als mens en predikant in opleiding een interessante en vaak intense ervaring om hier te zijn. Ik realiseer me steeds weer hoe zeer mijn positionering afhankelijk is van de context waarin ik ben opgegroeid. Gesprekken met de studenten hier laat me zien dat er tussen zwart en wit veel waardevolle grijstinten te vinden zijn. Want wat is precies de betekenis van vrede? En wat leert Jezus ons over tijden van lijden en vervolging? Deze thema’s komen hier dichtbij en met mijn theologie van de Lage Landen voel ik me soms klein.

Dan over het onderzoek. Angst is in veel gesprekken een terugkomend thema en dit werkt op verschillende niveaus door. Ik hoor veel over oprechte bezorgdheid voor de toekomst van Libanon en de uitgesproken angst dat het christendom het in deze regio niet lang meer zal volhouden. Sinds 1975, het jaar dat de burgeroorlog uitbrak in Libanon, is er een constante stroom van christenen die ervoor kiezen om het land te verlaten voor een meer stabiel leven in landen als Canada, Australië en Amerika. Redenen om te vertrekken zijn onder andere werkgelegenheid, veiligheid, studie voor de kinderen, groei van de moslimgemeenschap en een algemeen wantrouwen in het functioneren van de overheid. Voor de lokale predikanten is dit een uitdaging. Geen enkele predikant moedigt aan om het land te verlaten, maar benadrukt juist het belang van de aanwezigheid van christenen in het land benadrukt. Tegelijkertijd heeft de kerk niet de middelen om hun gemeenteleden duurzaam te ondersteunen óm te blijven.

Een spanningsveld voor lokale kerken en voor de lokale Libanese bevolking is de aanwezigheid van hulpprojecten voor Syrische vluchtelingen. Aan het begin van de crisis gaven veel organisaties alleen hulp aan de vluchtelingen, terwijl de behoeftige Libanezen het nakijken hadden. Je kunt je voorstellen dat dit veel onbegrip en nijd in de hand werkt. Deze policy is nu veranderd; minimaal 30% van de hulp moet geïnvesteerd worden in de lokale gemeenschap. Om historische redenen is er nog een ander punt waarom de aanwezigheid van Syriërs in sommige lokale gemeenschappen een uitdaging is. Grote delen van Libanon zijn sinds het uitbreken van de Libanese burgeroorlog tot 2006 bezet geweest door het Syrische leger. In dorpen waar ik ben geweest is er nog steeds veel onbegrip over hoe de Syrische militairen zich tijdens de bezetting gedragen hebben. Nu zijn het deze mannen die als vluchtelingen in het land zijn. Of dit onbegrip en deze angst nu terecht zijn of niet, feit is dat het een reële ervaring is van veel gemeenteleden die ik spreek. De enige oplossing? De Syriërs moeten terug, liever gister dan vandaag.

Veel mensen die ik spreek in kerken ervaren een spagaat. ‘Waar doe ik goed aan? Wat is het dat God van mij vraagt? Waarmee dien ik mijn land?’ Het wordt mensen dan ook lang niet altijd in dank afgenomen wanneer zij zich inzetten voor vluchtelingen. Een vrouw die vanuit de kerk een schoolproject heeft opgezet voor kinderen uit de vluchtelingen kampen vertelt dat ze vanuit haar gemeente ook veel negatieve opmerkingen krijgt. Want waarom zet je je niet in voor behoeftigen in je eigen groep? Deze vrouw kiest er voor, met veel anderen, om angst en haat te overwinnen door hoop en vertrouwen. Ze vertelt: ‘Ja ik ben soms bang, maar het is mijn keuze hoe ik hiermee omga. Mijn geloof leert mij niet om in angst te leven, maar om te leven in het vertrouwen dat God deze wereld in zijn hand heeft. Als ik het even niet meer weet, vertrouw ik erop dat God het wel weet.’

Naast de aanwezige angst ontmoet ik dus ook veel mensen die ondanks alle weerstand ervoor kiezen om vanuit hun christelijke roeping een ieder in liefde tegemoet te treden. Om goede buren van elkaar te zijn en elkaars aanwezigheid als verrijking van het dagelijks leven te zien. Ontmoeting is hierin een belangrijk schakelpunt in veel verhalen die ik hoor. In een ontmoeting wordt de ander geen vluchteling die de nationale veiligheid in gevaar brengt, maar wordt de ander Leena, Abdullah of Sarah.

Ik sluit af met de wijze woorden van een twaalfjarige jongen die vertelt over waarom hij niet bang is.
‘Ik denk dat we meer voetbal moeten spelen. Veel mensen haten Syriërs omdat ze geen Syriërs kennen. Ik speel voetbal en heb veel Syrische vrienden. We zijn broers.’

Mirjam Verschoof

Wil je meer weten over dit masterprogramma aan de Near East School of Theology? Neem contact op met mij op of kijk hier