Home/actueel/PThU nieuws/In memoriam: prof. dr. Heinrich Baarlink
4 december 2018

In memoriam: prof. dr. Heinrich Baarlink

Met ontroering heeft de gemeenschap van de Protestants Theologisch Universiteit kennisgenomen van het overlijden van dr. Heinrich Baarlink. Baarlink overleed op 27 november 2018, 91 jaar oud. Hij was van 1978 tot 1992 hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Hogeschool (later: Theologische Universiteit) Kampen (ThHK/ThUK), de gereformeerde voorloper van de PThU.

Levensloop

Afkomstig uit de Alt-Reformierte Kirche, die tot 2002 deel uitmaakte van de Gereformeerde Kerken in Nederland, studeerde hij na de Tweede Wereldoorlog theologie in Kampen. Hij promoveerde hier ook in 1977 bij prof. dr. Herman Ridderbos op een proefschrift over het bijbelboek Marcus. Nog geen jaar later trad hij aan als diens opvolger. Tot aan zijn emeritaat is hij in Kampen hoogleraar geweest. Daarna vertrok hij met zijn vrouw Femmy naar Salatiga op Midden-Java, om daar nog twee jaar als gasthoogleraar de Christelijke Universiteit Satya Wacana te dienen. Hij kende Indonesisië goed en sprak de taal want hij had van 1960-1967 als missionair predikant op Sumba gewerkt. Hij ervoer de mogelijkheid om na zijn pensioen nog enkele jaren in Salatiga te werken als een geschenk.

Exegese

Als nieuwtestamenticus kwam Heinrich Baarlink uit de school van Herman Ridderbos. Hij had groot respect voor zijn bekende voorganger en vond het een zware eer om zijn opvolger te worden. Hij besefte goed dat hij deze niet zou kunnen doen vergeten, maar hij was er ook de man niet naar om dat te willen of om daar lang over te tobben. Liever ging hij gewoon trouw aan het werk. Hij deelde met Ridderbos het respect voor de heilige Schrift en de liefde voor eerlijke exegese. Aan modes had hij een hekel, voor feiten ontzag. Hij was moderner dan Ridderbos in de zin dat hij veel meer dan deze aandacht had voor de manier waarop de teksten tot stand waren gekomen. Dat had tot gevolg dat hij gevoeliger was voor het eigen geluid van de verschillende evangelisten. Mattheüs zei niet hetzelfde als Marcus en Lucas niet hetzelfde als Mattheüs. Ze zetten ieder hun eigen accenten. Wat bracht bijvoorbeeld Lucas ertoe om in zijn versie van het verhaal van Jezus’ intocht in Jeruzalem te schrijven, dat de menigte leerlingen God prijst met de woorden: ‘Vrede in de hemel’ (Luc 19:38)? Bestaat er een verband met het begin van diens verhaal, waar de engelen bij de geboorte van Jezus zingen: ‘Vrede op aarde’? In de andere evangeliën vinden we dit allebei niet. Hij wijdde er een boeiende studie aan.

Het evangelie van Marcus

Het accent in zijn werk lag op de bestudering van de drie eerste evangeliën. Zijn dissertatie handelde over Marcus, zijn afscheidscollege eveneens. Daarnaast schreef hij diverse artikelen en boeken over Mattheüs en Lucas. Aan Johannes heeft hij zich niet gewaagd, maar Paulus’ brief aan de Romeinen kreeg een eigen commentaar in de serie Tekst en Toelichting. Zijn dissertatie had de titel Anfängliches Evangelium meegekregen. Hij verwees hiermee naar de woorden waarmee het Marcusevangelie opent: ‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus.’ Waar wij bij het woord ‘evangelie’ direct denken aan het boek dat Marcus geschreven zou hebben, liet Baarlink zien dat Marcus zelf aan iets anders dacht, namelijk aan de evangelieboodschap, het goede nieuws van godswege. Met ‘begin’ duidde Marcus niet op zijn eigen geschrift, maar op het evangelie, ‘het goede nieuws’, dat begonnen was met wat Jezus deed en zei, maar dat na diens dood en opstanding verder was gegaan. Het vreemde slot in 16:8 (‘want zij waren erg geschrokken’) is geen vergissing, maar spoort de lezer aan om te bedenken, dat het begin afgelopen is, maar het evangelie niet. Zo zit het hele boekje van Marcus vol met aanwijzingen dat het verhaal dat hij vertelt niet af is, maar dat je verder moet kijken dan het moment.  

Theologische invloed

Heinrich Baarlink was een oergereformeerd mens in de zin dat hij zeer loyaal was jegens de bijbel en plichtsgetrouw in het uitoefenen van de hem gegeven taken. Hij was echter wel een gereformeerde van de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij was geen stoere mannenbroeder en geen letterknecht. Hij stond open voor de vragen die door het lezen van de Bijbel zelf opkwamen en vond dat je deze niet met beroep op woorden als: ‘Het is Gods onfeilbaar Woord,’ kon verbieden. De Bijbel kon er volgens hem best wel tegen om hem onbevreesd en eerlijk tegemoet te treden. Hij was ook een moderne gereformeerde in de zin, dat hij er zich als nieuwtestamenticus goed van bewust was dat de verhalen en de teksten in de bijbel zelf al antwoorden waren op vragen die in de eigen tijd van de bijbelschrijvers leefden. Om toegang tot de bedoeling van die teksten te krijgen is het daarom nodig om zo goed mogelijk te zien waarop zij reageerden. Wij moeten daarom niet alleen proberen vast te stellen wat een tekst zegt, maar ook waarom deze het zo zegt en niet anders. Een bijbeltekst vormde in zijn ogen dus een onderdeel van een dialoog, een dialoog die wij door zorgvuldige en geduldige bestudering van die oude teksten op het spoor moeten zien te komen. Op het moment dat wij de vraag stellen: ‘En wat betekent dit alles nu voor ons?’ ontstaat er een volgende fase in die dialoog. Dan worden onze vragen een onderdeel van het gesprek met de bijbeltekst. Hij besefte dus goed dat wij deelnemen aan een geschiedenis van (her)interpretaties en dat deze (her)interpretaties al binnen de bijbel zelf aan te treffen zijn.

Eerlijk en onbevreesd 

Heinrich Baarlink was niet een man van grote woorden, van leuzen of partijen. Hij wilde met de mensen net zo omgaan als met de teksten: trouw, met aandacht, eerlijk en onbevreesd. We herinneren ons hem als een eervol man, die blijmoedig en zorgvuldig zijn werk deed en zich met hart en ziel verbonden wist met het evangelie van Jezus Christus. ‘De herinnering aan een rechtvaardige strekt tot zegen’ (Spr 10:7).  

Names de PThU,

dr. Theo Witkamp