Home/actueel/PThU nieuws/De kerk is nog niet klaar met Israël
8 november 2018

De kerk is nog niet klaar met Israël

Israël blijft de gemoederen van de kerk voorlopig nog wel bezighouden. Dat kunnen we concluderen uit de PThU-studiedag die gisterenmiddag plaatsvond in De Nieuwe Poort in Amsterdam. De zaal zat vol belangstellenden die hoopten tot een nieuw inzicht te komen over de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’. Conclusie: het is een goed begin, maar de discussie is voorlopig nog niet afgelopen.

Wil je de presentaties? Ze zijn onderaan dit artikel te downloaden.

Twee tradities die elkaar (h)erkennen?

Na de aftrap door dagvoorzitter Gé Speelman en introductie door PThU-rector Mechteld Jansen, kwam de ‘aanstichter’ van de discussie over de ‘onopgeefbare verbondenheid’ als eerste aan het woord: Jan Offringa. “Wat bedoelen we met ‘kerk en Israël’?” vroeg hij zich meteen af. “We moeten het hebben over jodendom en christendom. Er zou sprake moeten zijn van een gelijkwaardige dialoog tussen twee tradities die elkaar erkennen.”

Jan Offringa leidde de studiemiddag in. 

Oorsprong van de ‘onopgeefbare verbondenheid’ in de PKN-kerkorde

Gert van Klinken, PThU-docent kerkgeschiedenis, nam de bezoekers mee in de recente geschiedenis van het spreken over Israël in de Protestantse kerk en haar voorgangers. “Het is niet vanzelfsprekend dat een kerk zijn relatie met het Jodendom vermeldt,” gaf hij aan. “Ook in Nederland van oudsher niet.” De ‘jodenzending’ was nog tot 1960 onderdeel van het gedachtengoed binnen de Gereformeerde Kerken – hoewel niet van de kerkorde. Pas in 1942 kwam de eerste gelijkwaardige dialoog op gang binnen de Nederlands Hervormde Kerk, die uiteindelijk leidde tot het afscheid van de jodenzending en het opnemen van de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’ in de kerkorde van de Protestantse Kerk in 2002. De formulering met ‘Israël’ was een impliciet (hervormd) verzet tegen het idee van jodenzending.

Volgens theologie-historicus Rinse Reeling Brouwer waren het juist de vrijzinnige theologen die zich na de Tweede Wereldoorlog inzetten voor het gesprek tussen Kerk en Israël. Hij besprak de verschillen tussen de Duitse en Nederlandse vrijzinnigheid: waar denkers in Duitsland het jodendom en christendom als tradities zagen met elk een eigen ‘toegang tot het universum’ – en het jodendom zelfs als een ‘dode godsdienst’ – zagen denkers in Nederland in het jodendom juist talloze verbanden met het christendom. Zij wilden dus de banden steviger aanhalen. Daarom, gaf Brouwer aan, past het manifest van Jan Offringa wellicht veel beter in het Duitse dan in het Nederlandse gedachtengoed.

Rinse Reeling Brouwer sprak tijdens de bijeenkomst over de Duitse en Nederlandse vrijzinnigheid.

Twee tradities die samen opgaan

Met de formulering van ‘onopgeefbare verbondheid’ ontstond wel een complex theologisch concept, volgens bijzonder hoogleraar vrijzinnige theologie Rick Benjamins. “De onopgeefbare verbondenheid tussen Israël en kerk veronderstelt een bijzondere openbaring, en dat is problematisch. Heeft God zich alleen aan Israël en de kerk bekendgemaakt, en daarbuiten niet?” Dat laat de hellenistische invloed op het christendom onverlet, en zet ‘Israël’ (een dubieuze term) op een onhoudbaar voetstuk. “Jezus was een jood, maar het christendom hoeft niet Israëlitisch te worden verstaan.”

Wouter Slob, bijzonder hoogleraar Protestantse Kerk, Theologie en Cultuur, stelde dat de indeling van de Tenach een joods ‘verzet’ was op de verchristelijking van de Septuagint. “De canonisering van de Tenach is het gevolg van de opkomst van het christendom. Alleen de volgorde van de Tenach zoals die in de Septuagint wordt gepresenteerd, past bij de opvatting dat het Nieuwe Testament de vervulling is van het Oude Testament. De Joodse volgorde sluit dit uit.” Toch moeten we ons ook de vraag stellen of er wel zoiets bestaat als een ‘oorspronkelijke’ traditie. Is er een ‘eigenaar’ van traditie, of is traditie voortdurend in ontwikkeling? Jodendom en christendom zijn in hun oorsprong met elkaar verbonden, terwijl tegelijkertijd het grote verschil blijft in de betekenis die we geven aan de persoon van Jezus.

Rick Benjamin en Wouter Slob bespraken de relatie tussen de christelijke en joodse tradities. 

Net als in elke relatie: aantrekking en afstoting

Denken over het christendom als een joodse sekte die zich uiteindelijk afscheidde, is te nauw, aldus Dineke Houtman, bijzonder hoogleraar Judaïca. “In de relatie tussen jodendom en christendom wordt vaak gegrepen naar familiemetaforen.” Door te spreken van een relatie met aantrekking en afstoting in verschillende fasen, ontstaat een veel dynamischer verhouding. Die doet ook recht aan een geschiedenis waarin er enerzijds sprake was van wederzijdse belangstelling (voor bijvoorbeeld kaballa tijdens de Reformatie), anderzijds ook van wantrouwen (voor bijvoorbeeld christelijke bekeringsdrift). “De wegen van jodendom en christendom hebben elkaar steeds gekruist. Soms zijn ze samen opgelopen en soms liepen ze parallel aan elkaar, maar beide tradities zochten naar de betekenis van de Heilige Schrift en de komst van het Koninkrijk van God. Daarin zijn ze onopgeefbaar verbonden.”

Die onopgeefbare verbondenheid ziet ook cultureel antropoloog Rachel Reedijk, lid van de liberaal joodse gemeente in Amsterdam. Toch is de ervaring uit het verleden dat het gesprek tussen joden en christenen asymmetrisch is. “Christenen zuigen je helemaal leeg,” zegt ze, maar we moeten wel samen verder. Daarom is een serieuze joodse respons in de relatie nodig. Ze haalde de Dabru emet uit 2002 aan, een verklaring van meer dan 220 joodse rabbi’s en intellectuelen over de gemeenschappelijke basis tussen jodendom en christendom vanuit joods perspectief. Tezamen met verklaringen en recente belangstelling van christelijke kant, is de relatie de afgelopen jaren dan ook wezenlijk verbeterd. Daarom leek Offringa’s manifest een stap terug: “Joden in Nederland ervaren opnieuw kantelende sympathie. Het manifest riep ook wel de vraag op: worden we weer in de steek gelaten?” Terwijl jodendom en christendom toch onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn.

Rachel Reedijk gaf het joodse perspectief aan de discussie over de onopgeefbare verbondenheid.

De Protestantse Kerk bezint zich

Eeuwout Klootwijk van de Protestantse Kerk Nederland sloot af. De kerk werkt vanuit drie roepingen, liet hij weten: de roeping tot onopgeefbare verbondheid met het volk Israël, de oecumenische roeping en de diaconale roeping. “De Protestantse Raad voor Kerk en Israël is een kerkbreed gesprek over onopgeefbare verbondenheid aan het ontwikkelen.” Daarbij is er een gesprek met Liberaal christendom en Kairos Sabeel Nederland (organisatie voor Palestijnse christenen) geweest. “Deze studiemiddag is een onderdeel van de voortgaande bezinning.”

Eeuwout Klootwijk gaf aan dat de PKN verder gaat zich te bezinnen. 

Met hartelijke dank aan Eeuwout Klootwijk voor zijn input in dit artikel.

Download de presentaties