Home/Bijbelblog/Wat was de zin van Jezus’ dood?
Prof.dr. R. Roukema
Onderzoekshoogleraar Vroeg Christendom
24 maart 2016

Wat was de zin van Jezus’ dood?

­In het Nieuwe Testament en in de christelijke traditie wordt Jezus’ wrede dood niet als zinloos en tragisch beschouwd. In allerlei termen wordt uitgedrukt dat hij is gestorven voor andere mensen.

In het evangelie van Marcus staat twee keer dat Jezus stierf ‘voor velen’ (10:45; 14:24). Daar staat ook dat Jezus is gekomen om zijn leven te geven als een ‘losgeld’, waarmee hij die velen vrijkoopt. Matteüs 26:28 vult aan dat Jezus zijn bloed voor velen zou vergieten ‘tot vergeving van zonden’. Met een ander beeld wordt Jezus in het evangelie van Johannes (1:29) genoemd: ‘het lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt’. Ook zegt Jezus dat hij als de goede herder zijn leven voor zijn schapen zal inzetten. Dat betekent dat hij, door zijn leven te geven, mensen van slechte herders wil verlossen en hen opnieuw of voor het eerst in relatie met God wil brengen (Johannes 10:11-18). Het is opvallend dat het in de evangeliën bij zulke korte uitspraken blijft; ze worden amper of niet toegelicht. 

Vrijgekocht

De apostel Paulus schreef zijn brieven vóór er evangeliën waren. Terloops gebruikt hij de beeldspraak dat gelovigen zijn ‘gekocht en betaald’ (1 Korintiërs 6:20; 7:23). Hij gaat ervan uit dat de lezers begrijpen dat ze door Jezus waren vrijgekocht uit de macht van het kwaad. Wie het losgeld had ontvangen, legt hij niet uit. Met een andere term zegt hij dat God Jezus Christus heeft gegeven als een zoenmiddel door zijn bloed ofwel dood (Romeinen 3:25). Iets later schrijft hij dat Christus ‘voor goddeloze mensen is gestorven’ (Romeinen 5:6). In dat verband gebruikt ook hij de uitdrukking ‘velen’, die we zojuist al tegenkwamen. Frappant is dat Paulus die term afwisselt met ‘allen’. Hij bedoelt dat Jezus zijn leven voor zondige mensen heeft gegeven, met als doel hen allemaal vrij te spreken en rechtvaardig te maken (Romeinen 5:15-19).

Er zouden nog veel meer teksten uit het Nieuwe Testament aangehaald kunnen worden waarin wordt betuigd dat Jezus’ dood ergens goed voor was. De overtuiging dat zijn dood verlossing uit de macht van de zonde en verzoening met God heeft teweeggebracht, blijkt bijvoorbeeld ook in 1 Petrus, 1 Johannes en de Openbaring. Steeds stippen de schrijvers dat even aan, en gaan ze ervan uit dat de lezers begrijpen waarom het gaat.

Offer

Het enige geschrift in het Nieuwe Testament waarin deze over­tuiging op een geheel eigen wijze wordt uitgelegd, is de anonieme brief aan de Hebreeën. Daar wordt Jezus beschreven als de volmaakte hogepriester die het heiligdom in de hemel is binnengegaan om zichzelf te offeren. Volgens de schrijver had Jezus’ offer van zijn eigen leven tot gevolg dat alle dierenoffers, die de Israëlieten volgens de boeken van Mozes aan God moesten brengen, overbodig zijn geworden. Jezus’ dood had immers in één keer vergeving van zonden en een nieuw verbond met God mogelijk gemaakt (zie vooral Hebreeën 9-10).

Tegenwerpingen

Veel mensen van onze tijd kunnen deze gedachten moeilijk volgen. Dat geldt vaak genoeg ook voor wie ermee zijn opgegroeid. Wie er na verloop van tijd kritisch over gaat nadenken, snapt de redenering niet en komt tot allerlei vragen. Zo bijvoorbeeld:

1) Is die overtuiging afkomstig van Jezus zelf, of hebben zijn leerlingen die bedacht, omdat zij niet konden accepteren dat hun meester een zinloze dood was gestorven?

2) Wat zit er achter het beeld van het losgeld en het vrijkopen?

3) Was het echt zo – zoals wel is beweerd – dat God zo boos was op de mensen, omdat zij zich niet aan zijn goede wetten hielden, dat alleen Jezus’ offerdood Gods boosheid kon stillen en hen weer met God kon verzoenen?

4) Waarom zou God de dood van Jezus, ‘zijn Zoon’, nodig hebben om mensen hun zonden te vergeven? God kan toch zo ook wel zonden vergeven, alleen op grond van zijn liefde?

Antwoorden

Het antwoord op de eerste vraag, of die overtuiging van Jezus zelf stamt, is niet met volledige zekerheid te geven. Volgens de evangeliën spreekt Jezus zelf over zijn dood met de term ‘losgeld voor velen’ en zegt hij dat hij zijn leven voor zijn ‘schapen’ zal inzetten. Wie de evangeliën kritisch leest, houdt er rekening mee dat Jezus zulke uitspraken niet zelf gedaan heeft en dat ze hem later in de mond zijn gelegd. Wie daarentegen meer gezag aan de evangelieschrijvers toekent en aanneemt dat ze in grote lijnen een betrouwbaar beeld van Jezus’ woorden geven, denkt daar anders over. Die is ervan overtuigd dat Jezus zelf zo over zijn eigen dood voor anderen gesproken heeft. Ieder moet daarin zijn of haar eigen keuze maken. Zelf neem ik aan dat Jezus inderdaad heeft gemeend dat het Gods bedoeling was dat hij plaatsvervangend voor anderen zou sterven. Die gedachte was in die tijd namelijk niet onbekend. Lees het befaamde hoofdstuk Jesaja 53 er maar op na.

Op de tweede vraag zijn heel verschillende antwoorden gegeven, te veel om nu op te noemen. In het oude Griekse christendom meende men dat Jezus door te sterven de mensheid uit de macht van de duivel had vrijgekocht. De duivel zou dan Jezus’ ziel hebben ontvangen, maar zich erin hebben verslikt, zodat hij zijn macht over het dodenrijk kwijtraakte. Zo – en door Jezus’ opstanding uit de dood – werd de weg naar Gods koninkrijk voor alle mensen geopend. Deze voorstelling is in de oosters-orthodoxe kerken gangbaar geworden, maar in het westerse christendom niet. In het Westen meende men dat Jezus zijn leven als offer aan God gaf, en mensen zo uit de macht van het kwaad bevrijdde ofwel ‘vrijkocht’. Men redeneerde soms dat Jezus met zijn dood genoegdoening gaf aan Gods gekrenkte eer en aan zijn toorn over de zonde. In die termen is dat echter niet in het Nieuwe Testament te vinden; dat is het antwoord op de derde vraag. Wel kunnen we zeggen dat de visie dat Jezus zijn leven offerde aan God (en niet aan de duivel), inderdaad zo in de nieuwtestamentische teksten is bedoeld.

Op de vierde vraag, of God de dood van Jezus nodig heeft om mensen hun zonden te vergeven, is te zeggen dat God volgens de Bijbel inderdaad van zichzelf al genadig en barmhartig is. Het Oude Testament maakt dat al volstrekt duidelijk, al gaat het daarin ook vaak over Gods boosheid over de mensen, omdat ze zijn geboden niet gehoorzamen. Maar daarna komt steeds weer de boodschap van Gods liefde en genade. In andere teksten wordt echter ook gewezen op de noodzaak van het vergieten van bloed om vergeving van zonden te ontvangen. Dat wordt in Hebreeën 9-10 opgepakt en op Jezus toegepast.

Matthias Grünewald, de kruisiging van Jezus, Isenheimer altaar (1506-1515)

Buitengewoon

Eén belangrijke tekst nog: In 2 Korintiërs 5:14-19 schrijft Paulus dat de verzoening door Christus van God uitgaat. Er wordt niet gezegd dat God de dood van zijn Zoon eiste; wel dat God door Christus ons met zich heeft verzoend. Maar nogmaals: voor kritische mensen van onze cultuur zijn zulke gedachten moeilijk te volgen. Daarvoor zijn minstens twee redenen te geven.

1) De westerse cultuur is niet meer vertrouwd met offers aan God of goden, zoals Israël en de omringende volken daarmee vroeger wel vertrouwd waren. Losgeld wordt nu soms betaald om gijzelaars vrij te kopen, maar dat is iets uitzonderlijks. In de Tweede Wereldoorlog bood pater Titus Brandsma zich in een concentratiekamp aan om plaatsvervangend voor een ander afgeranseld te worden. Dat is indrukwekkend, maar het is ook heel uitzonderlijk. Omdat onze cultuur niet meer met plaatsvervangende offers vertrouwd is, is ook de voorstelling van Jezus’ plaatsvervangende offerdood iets vreemds geworden. De bevrijdende kracht ervan wordt meestal niet meer gevoeld.

2) Onze cultuur wordt gekenmerkt door rationalisme. Veel mensen willen graag alles begrijpen, en in het geloof stuiten ze op grenzen. Bovendien gaat er in velen een koopman schuil: ze willen graag alles narekenen. Maar de redenering van Jezus’ offerdood als losprijs is voor een rationeel mens niet te volgen en niet na te rekenen.

Onder de indruk

Kunnen we dan niets meer met die oude overtuigingen beginnen? De praktijk wijst uit dat sommigen er ondanks de vreemdheid toch door geraakt worden. Er gaat hun een licht op, ze ervaren de bevrijdende kracht ervan, en bekeren zich. Wie dat niet zo beleeft, kan door andere aspecten van Jezus en zijn boodschap worden geraakt. Met rationalisme alleen kom je er dan niet. Je kunt niet alles narekenen, maar wel onder de indruk raken van dat grote verhaal, waarbij ook Jezus’ dood voor anderen hoort. Bij het vieren van zijn maaltijd (het avondmaal of de eucharistie) wordt vaak gezongen: ‘Christus, lam van God, die de zonde van de wereld wegneemt, ontferm u over ons.’ Wie daaraan deelneemt, wordt niet gevraagd dat na te rekenen, maar mee te bidden en zich aan het geheim toe te vertrouwen. Het is geen schande je te voegen in de traditie waarmee de kerk sinds haar begin vertrouwd is.

Riemer Roukema, onderzoekshoogleraar vroeg christendom, PThU, vestiging Groningen

Reageren ?