Home/Bijbelblog/Jubileum!
Verder lezen

John Sietze Bergsma, The Jubilee from Leviticus to Qumran: A History of Interpretation, Leiden: Brill, 2007.

Richard H. Lowery, Sabbath and Jubilee (Understanding Biblical Themes), St. Louis: Chalice Press, 2000.  

Hans Ucko (ed.), The Jubilee Challenge: Utopia or Possibility?, Geneva: WCC Publications, 1997.

Leuk feitje

Oud-student Jan Willem van den Bosch wereldkampioen shofarblazen.

4 januari 2018

Jubileum!

Het zal u als lezer van het Bijbelblog op de website van de Protestantse Theologische Universiteit niet zijn ontgaan dat de PThU tien jaar bestaat en dat dit op passende wijze gevierd gaat worden (op 9 januari 2018, elf jaar na de stichting op 1 januari 2007 ... ). Voor dit blog is dat een goede reden om in te gaan op de vraag naar het bijbels gehalte van zo’n feest. En dan gaat het niet over de manier waarop het feest gevierd zal gaan worden. Dat is op dit moment nog een verrassing. Het zal gaan over de vraag naar de aanleiding: waarom zou je zoiets vieren?

De naam “jubileum”

Doorgaans wordt de aanduiding “jubileum” gebruikt voor de herdenking van de dag waarop een aantal jaar geleden iets bijzonders plaats vond. Doorgaans is dat vijf jaar of een veelvoud daarvan. De PThU zou dus nu aan haar tweede jubileum toe zijn. Op het eerste gehoor zou je denken dat het woord afgeleid is van het Latijnse iubilare, “juichen.” Dat past namelijk wel bij het gevoel dat een jubileum doorgaans oproept. Er valt iets te vrolijks te vieren. Alle woordenboeken wijzen echter op een andere herkomst en die is heel bijbels. Het komt van het Hebreeuws joveel, “ramshoorn”. Die wordt geblazen om het Joveel-jaar in te luiden. In de vertalingen wordt dat weergegeven met “jubeljaar”. Dat is heel wat anders dan een doorsnee jubileum en dat geeft te denken.

De instelling van het Jubeljaar

In Leviticus 25 lezen we hoe het jubeljaar werd ingesteld. Men noemt het wel de eerste ecologisch verantwoorde wetgeving. De God van Israël draagt namelijk via Mozes aan het volk op om het land steeds na zes jaar een jaar met rust te laten; net zoals mensen mogen rusten op de zevende dag, de sabbat. Dat jaar mag er niet worden gezaaid en gesnoeid. De natuur kan zijn eigen gang gaan. Na zeven van die jaarsabbatten, dus na negenenveertig jaar, volgt er een Jubeljaar. Dan krijgt niet alleen het land nog eens extra rust, maar ook de mens krijgt extra rust. Dan krijgt namelijk iedereen zijn bezitting terug. Mocht je om wat voor reden dan ook je bezit of zelfs je vrijheid zijn kwijt geraakt, dan krijg je het weer terug. Het is een bescherming tegen de onbarmhartige wetten van de economie die er voor kunnen zorgen dat wie pech heeft steeds armer wordt en dat wie succes heeft zijn macht kan gebruiken om anderen te maken of te breken. Zo krijgt niet alleen het land maar ook de mens steeds weer de kans om opnieuw te beginnen.

De geschiedenis van het Jubeljaar

Zo’n instelling lijkt te mooi om waar te zijn. Waarschijnlijk is dat ook het geval geweest. We lezen in de Bijbel wel over de instelling maar vrijwel niets over de uitvoering. Al in Leviticus 26:33-35 wordt daar op gezinspeeld. Daar wordt gesproken over God die zijn volk straft door het te verstrooien onder de volken en zijn land te verwoesten. Dat verwijst naar de verovering van het land door de Babyloniërs en de ballingschap van een groot deel van de bevolking. Van het land wordt gezegd dat het dan “zijn sabbatsjaren vergoed zal krijgen”. Door de ballingschap krijgt het land de rust die het eerder niet gekregen had. Het is duidelijk dat men zich niet aan de wetten van het sabbatsjaar, laat staan aan die van het jubeljaar, had gehouden. Ook in 2 Kronieken 36:21 wordt er een verband gelegd tussen de ballingschap en de wetgeving over sabbats- en jubeljaar. De Perzen hadden een eind gemaakt aan de heerschappij van de Babyloniërs en daarmee de terugkeer van het Joodse volk mogelijk gemaakt. Daarover lezen we aan het slot van Kronieken: “Zo ging in vervulling wat de HEER bij monde van Jeremia had voorzegd. Zeventig jaar bleef het land braak liggen en had het rust, totdat alle niet in acht genomen sabbatsjaren vergoed waren.” Op zijn beurt sluit de profetie van Daniël 9 daar weer bij aan. Die voorspelt dat Jeruzalem weer hersteld zal worden na een periode van zeventig weken. Waarschijnlijk zijn daarmee zeventig maal zeven jaren bedoeld en dat komt dan weer overeen met de telling van het Jubeljaar in Leviticus 25. Het Jubeljaar is nu het symbool van de positieve toekomstverwachting geworden.

Het heilige jaar

In de christelijke kerk kent men sinds oudsher het fenomeen van het heilige jaar. Wanneer dat voor het eerst werd ingesteld is niet bekend, maar het is wel duidelijk dat het sinds 1300 elke vijftig jaar werd gehouden en dus kennelijk aan de bijbelse termijn van het jubeljaar werd gekoppeld. Blijkbaar kon men al snel niet meer zo lang wachten en halveerde men een eeuw later de tussenpozen. Soms werd er tussendoor nog een extra heilig jaar ingevoegd. In 1933 gebeurde dat ter gelegenheid van het feit dat het negentien eeuwen geleden was dat Jezus was gestorven en opgestaan. Vijftig jaar was er opnieuw zo extra heilig jaar, deze keer aangeduid als het “jaar van de verlossing”. In 2016 werd de vijftigste verjaardag van de sluiting van het Tweede Vaticaanse Concilie gevierd met het extra heilige jaar van het “jubileum van barmhartigheid”. Vermoedelijk zal het dan in 2025 en 2033 wel weer raak zijn. Men kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat er zo toch een zekere nivellering plaats vindt.

“Vier uw vierdagen”

Bovenstaand citaat uit de Statenvertaling van Nahum 1:15 (in de NBV 2:1 – “Vier de feesten”) werd vroeger (en misschien tegenwoordig ook nog wel) in Protestantse kring vaak aangehaald om elkaar aan te sporen op gepaste wijze belangrijke zaken te gedenken. Het lijkt me ook terecht dat de PThU haar verjaardag viert, ook al wordt dan ook weer eens duidelijk dat haar leeftijd in het niet valt bij die van veel eerbiedwaardige zusterfaculteiten. Maar misschien is het na dit overzicht over de geschiedenis van het jubileum ook goed om te bedenken dat je daar niet zomaar de naam jubileum voor zou moeten gebruiken. Het is jammer dat er in al die jubilea zo weinig meer te herkennen is van het oorspronkelijke jubeljaar met zijn radicale ingreep waardoor er voor iedereen weer een nieuwe begin mogelijk werd. Ook de heilige jaren lijken weinig impact te hebben. Het goede aan zo’n heilig jaar is wel dat er ruim de tijd genomen wordt. Dat kun je van de meeste jubileumvieringen niet zeggen. Die zijn weer snel voorbij, waarna men doorgaans weer gewoon overgaat tot de orde van de dag. Veel meer mocht je verwachten van het inmiddels afgesloten jubileumjaar rond 500 jaar reformatie. Aan fanfare (als pendant van het blazen van de ramshoorn) heeft het zeker niet ontbroken. Hopelijk heeft het velen ook terug gebracht tot de kern van de zaak zoals Luther die ontdekte: tot bevrijding en tot vrijheid. Dan heeft het de naam van jubileum eer aangedaan.