Home/Bijbelblog/Nes Ammim: what's in a name?
Dr. G.J. Klinken
Universitair docent Kerkgeschiedenis
Verder lezen

Kijk voor meer informatie over de kibboets Nes Ammim op nesammim.nl 

17 augustus 2017

Nes Ammim: what's in a name?

In het bijbelboek Jesaja wordt beschreven hoe God het volk Israël laat terugkeren naar het eigen land. Deze terugkeer wordt beschreven als een gebeurtenis die van belang is voor álle volken, niet alleen voor Israël zelf. Het is niet toevallig dat de internationale protestants-christelijke kibboets in het noorden van Israël een naam uit Jesaja meekreeg: Nes Ammim, ofwel Banier van de volkeren. Welke visie gaat schuil achter die naam? Een interessante vraag nu opnieuw nagedacht wordt over de relatie tussen kerk en Israël.

‘Banier der volkeren’

De oprichters van Nes Ammim kwamen uit Zwitserland, Amerika en Nederland. Ze hadden één ding gemeen: de wens om na de Tweede Wereldoorlog een bijdrage te leveren aan een betere verstandhouding tussen christenen en joden. Aanvankelijk was voor deze kibboets gedacht aan een bijbelse naam als Eben Haëzer (1 Sam. 7:12) of Shevath Achim (naar Psalm 133:1: ‘Hoe goed en liefelijk is het, dat broeders ook tezamen wonen’). ‘Though this name would not have any specific meaning to an outsider, it would mean everything to an insider.’ Maar dit was toch niet specifiek genoeg. In de naam moest uitkomen dat christenen zich verheugden over de terugkeer van de joden naar hun eigen land, dat ze in dat land wilden luisteren naar de joodse stem. Op voorstel van een Nederlander, de doopsgezinde Frits Kuiper, werd het in de jaren zestig Nes Ammim, oftewel Banier van de volken. Die naam komt uit Jesaja 11:10-12. Daar staat onder andere:

     En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde.

Een meerderheid kon instemmen met de naam Nes Ammim, een minderheid had liever Immanuël gehad – waarin ook het getuigenis van Christus doorklonk. Maar de meerderheid was het daar niet om te doen. Luisteren en helpen was het doel, niet missioneren. De naam Nes Ammim deed denken aan een zionistische uitdrukking: de staat Israël als ‘light to the nations’. De Zwitsers interpreteerden dat zo:

     Het wonder voor de volken: verbondenheid tussen Israël en de andere naties.

De Duitsers vertaalden met ‘teken der volkeren’. Dit teken voor de volken was in Duitse ogen het joodse volk zelf. De Amerikanen namen vanzelfsprekend aan dat het om een verwijzing naar Jezus Christus ging: ‘een teken dat verwijst naar de komende Heer.’ De Nederlanders en Duitsers wezen de zending (‘showing the way’) af. De Zwitsers namen een tussenpositie in. Nes Ammim liet volgens hen zien dat christendom nog iets anders voorstelde dan antisemitisme:

     Voor de Israëli‘s moet het dorp een teken zijn dat de christenen hen willen steunen, vanuit hun eigen geloof in de Immanuël.

Vervulling van de belofte?

De Amerikanen namen ook in andere opzichten een eigen positie in. Zij beschouwden de staat Israël als een vervulling van de landbelofte. Ze gingen verder dan de Nederlanders en Duitsers, en zeker dan de Zwitsers, die in politiek opzicht een strikte neutraliteit in acht namen. De Amerikanen lazen Jesaja echter met het oog op de eindtijd: ‘The rebirth of the State of Israel is rich in drama and closely related to the fulfilment of the Prophetic Word.’ De landbelofte van het Oude Testament had in 1948 een vervulling gekregen:

     De stichting van de staat Israël is een bewijs dat God handelt in de geschiedenis. 

Symbool van het dorp

Ondertussen moderniseerde Duitsland het logo van Nes Ammim. Ontwerpster was Ulrike Wiel. Met de gecombineerde symbolen van korenaar en vis leverde zij een logo dat vooral ontmoeting en solidariteit uitdrukte:

     De aar is een symbool voor Israël, en de vis staat voor de christenen. Samen staan ze voor vriendschap en ontmoeting.

Maatgevend was de Deutsche Evangelische Kirchentag in Berlijn in 1961. Daar werd duidelijk gesteld dat de kerk niet over de joden, maar mét de joden wilde spreken. Er kwam een werkgroep Christenen en Joden van de grond. Daarbij werd ook rabbijn Robert Raphael Geis in Düsseldorf betrokken. Hun uitgangspunt was de ‘ungekündigte Bund’, een aan Martin Buber ontleende term: het verbond met Israël was nimmer door God opgezegd. Ook de christenen hadden toegang tot dit verbond, maar indirect: via de joden en via een joodse Messias. De christelijke leden van de werkgroep vatten hun streven als volgt samen:

     Tegenover de eeuwenlange bewering dat de joden door God verworpen zijn willen wij inbrengen dat Kerk en Israël bij elkaar horen. In vriendschap willen we samen de Schrift lezen en naar wegen zoeken om daaruit te lezen.

De Nederlanders legden uit ‘dat in deze christelijke nederzetting te midden van de Joden een banier van vele volken gaat wapperen’. Het doel van het project bestond eruit om christelijke verbondenheid met Israël te vertolken, en bereidheid te tonen tot het maken van een nieuw begin in de verhouding van christendom en jodendom. Een concreet teken van dat nieuwe begin was dat christenen met daden de joodse staat wilden bijstaan. Kernbegrip hierin was solidariteit.

Reageren ?