Home/Bijbelblog/De gender-identiteit van God
Literatuur:

H.-W. Jüngling, ‘ ”Was anders ist Gott für den Menschen, wenn nicht sein Vater und seine Mutter?'': Zu einer Doppelmetapher der religiösen Sprache’, in: W. Dietrich, M.A. Klopfenstein (eds), Ein Gott allein?: JHWH-Verehrung und biblischer Monotheismus im Kontext der Israelitischen und altorientalischen Religionsgeschichte, (OBO, 139), Freiburg; Göttingen 1994, 365-86.

M.C.A. Korpel, A Rift in the Clouds. Ugaritic and Hebrew Descriptions of the Divine (UBL, 8) Münster: Ugarit-Verlag 1990, 235-243.

H.J. Marsman, Women in Ugarit and Israel: Their Social and Religious Position in the Context of the Ancient Near East. (OTS, 49). Leiden: Brill, 2003.

Mollenkott, V.R. The Divine Feminine: The Biblical Imagery of God as Female, New York: Crossroad 1991.

H. Nouwen, Eindelijk thuis. Gedachten bij Rembrandts ‘De terugkeer van de verloren zoon’, Tielt: Lannoo, 2006, p. 114-116.

Bijbelblog
Ds. Hennie Marsman
31 oktober 2019

De gender-identiteit van God

Vader, Koning, Herder, Rechter – dat zijn allemaal bekende aanduidingen van God. God wordt nergens in de Bijbel als ‘Moeder’ aangesproken. Maar er worden wel veel vrouwelijke beelden voor hem gebruikt.

In zijn boek Eindelijk thuis beschrijft Henri Nouwen de handen van de vader op Rembrandts schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’. Hem valt op dat de linkerhand van de vader een mannenhand is. Maar de rechterhand ziet er uit als een vrouwenhand. Dit brengt Nouwen op de gedachte dat God de Vader ook God de Moeder is.

Niet zo’n vreemde gedachte, want over God wordt zowel in mannelijke als in vrouwelijke beelden gesproken. De God van de Bijbel heeft een duale gender-identiteit. God is zowel mannelijk als vrouwelijk. De vrouwelijke beelden (metaforen) waarmee God wordt aangeduid zijn helaas minder bekend dan de mannelijke omschrijvingen.  

'Mijn Vader en mijn Moeder'

In de landen rondom Israël kwam het voor dat een godheid zowel ‘Vader’ als ‘Moeder’ genoemd werd. Dat weten we uit gebedsteksten afkomstig uit het oude Mesopotamië en het oude Egypte. Daarin wordt bv. tot een god gezegd: “U bent mijn Vader en mijn Moeder”. Zowel een god als een godin kan aangeduid worden met die dubbele metafoor. Meestal gaat het om godheden die te maken hebben met de schepping. In de Bijbel vinden we een dergelijke dubbelmetafoor niet. Dat heeft te maken met de ontwikkeling van de godsdienst van Israël.

Monotheïsme

In de buurlanden van Israël was de godsdienst polytheïstisch. Er werden meerdere goden vereerd. Israël daarentegen heeft een monotheïstische godsdienst. God (JHWH) is de Ene en de Enige.

Dat is niet altijd zo geweest. De godsdienst van Israël heeft een ontwikkeling doorgemaakt. De teksten in de Bijbel weerspiegelen voor een groot deel het monotheïstische eindrestultaat. Maar er zijn ook teksten te vinden over de verering van andere goden en godinnen, zoals Baäl en Asjera, naast of in plaats van JHWH.

Ook uit materialen die gevonden zijn bij archeologische opgravingen in Israël valt op te maken dat de godsdienst van Israël zich ontwikkeld heeft van polytheïsme naar monotheïsme. Als God de Ene is, hoe zit het dan met die duale gender-identiteit?

Evenbeeld

Die is zeker te vinden in de Bijbel. Lees bijvoorbeeld Genesis 1:26-27: God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken (…).’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Op grond van deze passage kun je zeggen: Als zowel een man als een vrouw evenbeeld van God zijn, is God zowel mannelijk als vrouwelijk.

Maar wanneer we naar de grammatica kijken, dan wordt duidelijk dat de Bijbel consequent de mannelijke werkwoordsvormen van het Hebreeuws gebruikt als het over God gaat. Zo wordt een duidelijke scheidslijn getrokken. In de buurlanden worden godinnen vereerd naast goden. Maar voor een godin naast de Ene is er geen plek. In Israël is er maar één God.

Barende vrouw

Toch was men zich er in Israël heel goed van bewust dat de Ene mannelijke en vrouwelijke eigenschappen heeft. Dat komt naar voren in metaforen, waarin God bijvoorbeeld wordt vergeleken met een moederbeer (Hosea 13:8) of een moederarend (Exodus 19:4; Deuteronomium 32:11; Openbaringen 12:14).

Een ander, onbetwistbaar vrouwelijk, beeld is dat van God als een moeder die haar kind baart. In Deuteronomium 32 wordt verteld over de zorg en de liefde waarmee God zijn volk omringde. Desondanks ging het volk vreemde goden vereren. Dan klinkt het verwijt van Mozes aan het volk in vers 18: U vergat de God die u gebaard heeft, u verwierp de rots die u ter wereld bracht. God wordt hier omschreven als degene die het volk gebaard heeft, die het ter wereld heeft gebracht.

Ook in Jesaja 42:14 wordt God met een barende vrouw vergeleken. In deze tekst wordt de aandacht gericht op de pijn van het baren: Al zo lang heb ik niets gezegd, ik heb gezwegen, me beheerst. Nu schreeuw ik het uit als een barende vrouw, ik zucht en ik zwoeg tegelijk. In dit hoofdstuk wordt eerst het beeld geschetst van God die als een held uittrekt en de vijanden tegemoet gaat om hen te verslaan (v. 13). Dan wordt de kracht beschreven die een vrouw moet opbrengen om een kind te baren (v. 14). In beide vergelijkingen gaat het om het krachtige optreden van God, waarin duidelijk wordt dat Hij niet is als de afgoden en dat  hem alle eer toekomst. Uit dit werk van baren en creëren zal een nieuwe schepping, een nieuwe toekomst voortkomen. De geschiedenis zal door Gods geboortepijnen veranderen. In de nieuwe toekomst zullen blinden veilig geleid worden op onbekende wegen. En hun duisternis zal in licht veranderen (v. 16).

Het is úw kind

In het bijbelboek Numeri is het beeld van God als barende en leven gevende moeder wat minder expliciet. In Numeri 11 wordt verteld dat Mozes kwaad is op God omdat God zich volgens hem onttrekt aan zijn verantwoordelijkheid. Toen ze slaven waren in Egype hadden de Israëlieten gevarieerd eten. Nu het volk zich in de woestijn bevindt, heeft het alleen het manna.

Mozes voelt de last van het klagende volk zwaar op zich drukken. Hij spreekt tot God: Ben ik soms zwanger geweest van dit volk, heb ik het ter wereld gebracht? En dan wilt u mij gebieden om het in mijn armen te dragen, zoals een voedster een zuigeling draagt, en het zo naar het land te brengen dat u zijn voorouders onder ede beloofd hebt? (Numeri 11:12).

Mozes zegt hier impliciet dat God het is, die het volk ter wereld heeft gebracht. Dan trekt hij het beeld door: Het is úw kind! God moet dat kind (= het volk Israël) maar voeden. God is verantwoordelijk voor het volk. Hij moet Israël maar aan zijn boezem dragen, zoals een voedster haar zogende kind draagt. Zo afhankelijk als een baby is van zijn of haar moeder, zo afhankelijk is het volk Israël van God.

Scheppingskracht

De scheppende kracht van God wordt met vaderlijke en moederlijke metaforen beschreven. In Job 38:28-29 lezen we: Heeft de regen een vader? Wie brengt de dauwdruppels voort? Uit welke schoot wordt het ijs geboren, wie baart de rijp van de hemel (…)? 

God wordt hier omschreven als de vader van de regen en de dauw en als de moeder van het ijs en de rijp. Het is zijn scheppende kracht, die dit alles voortbrengt.

Gelijkenis

Ook het Nieuwe Testament spreekt aan de hand van zowel mannelijke als vrouwelijke beelden over God. De metafoor van de barende vrouw komen we ook hier tegen. Bijvoorbeeld in Johannes 3:6, waarin het gaat over 'uit de Geest geboren worden'.

Ook in Lucas 15 wordt in mannelijke en vrouwelijke beelden over God gesproken. Nieuwtestamentici zijn het erover eens dat dit hoofdstuk over de zorg om wat verloren is, beschouwd kan worden als één gelijkenis in drie delen. In alle drie wordt de zoekende en ontfermende liefde van God vergeleken met iemand die zoekt wat verloren is geraakt.

In het eerste deel wordt God vergeleken met een man die zijn verloren schaap gaat zoeken. In het tweede deel wordt God vergeleken met een vrouw, die haar huis veegt totdat ze het verloren muntstuk gevonden heeft. En in het derde deel wordt God vergeleken met een vader, die twee zonen heeft.

Over dat derde deel van de gelijkenis schreef Henri Nouwen zijn bekende boek Eindelijk thuis. Al met al mag je concluderen dat Rembrandt de handen van de Vader terecht geschilderd heeft als een mannenhand en een vrouwenhand.

Hennie J. Marsman is predikant van de Protestantse Gemeente Losser. Ze promoveerde in 2003 aan wat nu de PThU is.