Home/Bijbelblog/Religie als bron van geweld?
Dr. P. Sanders
Universitair docent, opleidingscoördinator Amsterdam
Verder lezen

Jonathan Sacks, Niet in Gods naam: Een pleidooi tegen religieus extremisme en religieus geweld (2016), vertaling van Not in God’s Name: Confronting Religious Violence (2015).

Klik hier voor een ander blog over religie en geweld.

23 november 2017

Religie als bron van geweld?

Godsdiensten komen niet zo positief in het nieuws. Terroristen doden anderen omdat ze niet het juiste geloof aanhangen. Joden en moslims zijn verwikkeld in een eindeloos conflict om een land dat ze allebei als heilig beschouwen. Niet lang geleden hebben christelijke Serviërs in Bosnië duizenden moslims uitgemoord. En de tijd dat katholieken en protestanten in Noord-Ierland elkaar het licht in de ogen niet gunden ligt niet ver achter ons. Komt er uit die godsdiensten niet vooral heel veel ellende voort?

Christenen zien de Bijbel niet als een boek dat geweld verheerlijkt. Ze weten dat Jezus de opdracht gaf om niet alleen je vrienden, maar ook je vijanden lief te hebben. Ze kennen Jezus’ verhaal over een voorbeeldige Samaritaan, die zich ontfermde over een vreemdeling, een gewonde Jood langs de kant van de weg.

Maar veel christenen weten dat er ook minder vreedzame teksten in de Bijbel staan. Vooral het Oude Testament vinden ze problematisch. Daar krijgen de Israëlieten van God de opdracht om de inwoners van het land Kanaän te doden, zodat ze er zelf kunnen wonen. Elia laat er 450 profeten van de god Baäl afslachten. En volgens het bijbelboek Ester doodden de Joden in het Perzische Rijk 75000 tegenstanders op één dag, waarna ze feestvierden vanwege de overwinning. Als je zulke verhalen leest, hoe kun je dan volhouden dat de Bijbel geweld niet verheerlijkt?

Zelfkritiek

De voormalige Britse opperrabbijn Jonathan Sacks schreef een boeiend boek over geweld en naastenliefde in de heilige boeken van jodendom, christendom en islam. Hij bespreekt opvallende teksten uit de Koran en uit het Nieuwe Testament, maar vooral uit het Oude Testament, de joodse Bijbel, die aan de basis ligt van de andere twee. Sacks gaf zijn boek de titel Not in God’s Name. Hij wil laten zien dat het Oude Testament geweld en haat over het algemeen radicaal afkeurt. Net als het Nieuwe Testament wil het juist begrip kweken voor mensen die totaal anders zijn dan jijzelf.

Sacks leest de bekende bijbelverhalen op een verrassende manier. Hij vestigt de aandacht vooral op Genesis. Dat bijbelboek vertelt over de vroegste voorouders van de Israëlieten, zoals Abraham en zijn vrouw Sara. Opvallend genoeg komen die voorouders er niet al te best van af. Abraham en Isaak zijn kortzichtig, Sara is extreem hard tegen haar slavin Hagar, Rebekka en Jakob bedriegen hun naaste familieleden Isaak en Esau. Geen mensen met een voorbeeldige levenswandel.

Wie vertellen zo over deze voorouders? Dat doen de Israëlieten zelf! Ze erkennen dat ze afstammen van personen die niets menselijks vreemd was. Ze willen het verleden niet mooier maken dan het is. Dat maakt hun verhalen heel anders dan de verhalen die andere volken over hun voorgeslacht vertellen. Meestal worden de  voorouders gezien als helden die het gelijk altijd aan hun kant hadden. Maar het Oude Testament is veel kritischer op de eigen voorouders en opvallend positief over de voorouders van andere volken.

Oog voor de ander

Een van de verhalen uit Genesis waar Sacks veel aandacht voor vraagt is dat van Hagar. Ze is de slavin van Sara. Sara’s man Abraham heeft een kind bij haar verwekt: Ismaël. Volgens Genesis stammen van Ismaël de Ismaëlieten af, een volkje dat een niet al te best imago had. En toch beschrijft Genesis Hagar met veel sympathie. Ze is het slachtoffer van de hardheid van Sara, die Hagar en haar zoon de woestijn in stuurt.

Hagars verdriet wordt zo uitvoerig uit de doeken gedaan, dat je je als lezer automatisch in haar verplaatst. Volgens het verhaal heeft God ook oog voor haar ellende en hij bekommert zich om haar en haar zoon. Je zou verwachten dat de Bijbel steeds positief over Sara schrijft. En het zou voor de Israëlitische  schrijvers logisch zijn om Hagar juist in een kwaad daglicht te stellen. Maar dat gebeurt niet.

In het hele Oude Testament hebben mensen goede en slechte kanten, of ze nu bij Israël horen of niet. De meest respectabele voorouders van de Israëlieten hadden stuk voor stuk hun tekortkomingen. Er is aanleiding toe om ze in gedachten te houden, maar perfect waren ze zeker niet. Dat geldt voor Abraham, Sara en Jakob, maar ook voor Mozes, koning David, enzovoort. Ze zijn bijzonder, maar niet volmaakt. En andersom vallen de buitenstaanders vaak ontzettend mee. Lees maar eens hoe vriendelijk Esau zijn broer Jakob behandelt, ondanks alles wat Jakob hem heeft aangedaan (Genesis 33).

Denk niet zwart-wit

Jonathan Sacks laat in zijn boek zien dat mensen geneigd zijn hun eigen groep als goed en buitenstaanders als minderwaardig te beschouwen. Daar geeft hij mooie voorbeelden van, uit verschillende tijden en culturen. Ook in de Bijbel vind je die manier van denken terug. Het wordt soms toegejuicht als tegenstanders afgeslacht worden.

Maar Sacks toont aan dat niet alleen het Nieuwe maar ook het Oude Testament zulk groepsdenken meestal juist doorbreekt, op een radicale manier. Vaak dwingt de tekst je om oog te krijgen voor degenen die er niet bij horen. Er is opvallend veel aandacht voor de buitenstaanders. En, zegt Sacks, steeds is de boodschap dat niet de sterkste wint, maar dat iederéén een geliefd kind van God is.

Vreemdelingen

Niet alleen in verhalen worden de muren tussen mensen weggehaald. Dat gebeurt ook in de leefregels. Ze roepen je op om je te verplaatsen in anderen, ook als ze ver van je af staan en heel anders zijn dan jijzelf. Een mooi voorbeeld vind je in het bijbelboek Exodus (22:20/21):

Vreemdelingen mag je niet uitbuiten en onderdrukken, want jullie zijn vreemdelingen geweest in Egypte.

Dezelfde gedachtegang kom je in veel andere passages tegen. Het gaat kennelijk om iets belangrijks. Een uitzonderlijk principe dat niet vanzelf spreekt, maar dat typerend is voor het oudtestamentische denken. In andere wetboeken uit het oude Midden-Oosten tref je zulke regels niet aan. Maar hier wordt van je gevraagd om je te verplaatsen in een ander, om oog te krijgen voor wat diegene moet doorstaan. Dat doe je bijna automatisch bij mensen met wie je je verbonden voelt. Maar dat je dat ook bij buitenstaanders doet is iets verrassends.

Hoofdlijnen

Dat neemt natuurlijk niet weg dat het Oude Testament op moderne lezers soms gewelddadig en ongenuanceerd overkomt. Jonathan Sacks erkent dat ook. Hij verklaart het uit de context van toen. Er was nu eenmaal veel oorlog, veel haat en nijd. En in een bedreigende wereld komt nu eenmaal de neiging op om je terug te trekken en anderen als gevaarlijk te beschouwen.

Sacks lost het probleem dat het Oude Testament geweld soms verheerlijkt niet op. Maar hij laat overtuigend zien dat het bijzondere vooral ligt in dat heldere tegengeluid. Ondanks de sporen van groepsdenken wordt er een nieuwe weg gebaand. Een weg van zelfkritiek en van empathie. Daardoor blijft dat oude boek zo waardevol. Juist voor mensen met een afkeer van religieus extremisme biedt het een aantrekkelijk alternatief.

Reageren ?